MKB Marktplaats
Wijzigingswet Wet op het voortgezet onderwijs, enz. (om niet ter beschikking stellen lesmateriaal aan leerlingen voortgezet onderwijs)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat lesmateriaal dat is voorgeschreven voor het volgen van voortgezet onderwijs in een specifiek leerjaar, elk jaar door de scholen in het voortgezet onderwijs om niet aan de leerlingen ter beschikking wordt gesteld;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I. Wijziging WVO
[Wijzigt de Wet op het voortgezet onderwijs.]
Artikel II. Wijziging WEB
[Wijzigt de Wet educatie en beroepsonderwijs.]
Artikel III. Wijziging WTOS
[Wijzigt de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.]
Artikel IV [Treedt in werking per 01-08-2009]
Artikel V. Wijziging WVI
[Wijzigt de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank.]
Artikel VI. Invoeringsbepaling schooljaar 20082009
| 1. | Aan bij ministerile regeling aan te wijzen categorien van leerlingen in het voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs of aan hun wettelijk vertegenwoordiger verstrekt de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap die het aangaat, volgens bij die regeling te geven regels, een bij die regeling te bepalen tegemoetkoming ten behoeve van aanschaf of huur van lesmateriaal als bedoeld in artikel I, onderdeel A, bestemd voor gebruik in het schooljaar 20082009. De in de eerste volzin bedoelde tegemoetkoming kan worden verstrekt door de Informatie Beheer Groep, bedoeld in de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank, of de Sociale verzekeringsbank, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen. |
| 2. | De leerling op wie de tegemoetkoming betrekking heeft, dient op de teldatum 1 oktober 2008 als werkelijk schoolgaand te zijn ingeschreven aan een school voor voortgezet onderwijs die wordt bekostigd op grond van de Wet op het voortgezet onderwijs of aan een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs voor zover het het daarin verzorgde voorbereidend beroepsonderwijs betreft. |
| 3. | Indien twee natuurlijke personen voldoen aan het begrip wettelijk vertegenwoordiger, wordt daaronder verstaan:
|
| 4. | De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, blijft buiten beschouwing bij de verlening van andere op het inkomen of vermogen afgestemde publiekrechtelijke uitkeringen en verstrekkingen. |
| 5. | [Dit lid is nog niet in werking getreden.] |
Artikel VIa. Evaluatiebepaling
| 1. | Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zendt in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in 2011, en vervolgens telkens na vier jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. Hierin wordt in ieder geval aandacht besteed aan:
|
| 2. | In het koninklijk besluit, bedoeld in artikel VII, eerste lid, onder c, kan worden bepaald dat in het eerste lid 2011 wordt vervangen door: 2012. |
Artikel VII. Inwerkingtreding
| 1. | Deze wet treedt in werking met ingang van 1 augustus 2008 met dien verstande dat artikel 86 van de Wet op het voortgezet onderwijs, zoals gewijzigd door artikel I, onderdeel B, en artikel 2.2.1, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, zoals gewijzigd door artikel II, voor het eerst van toepassing zijn ten aanzien van de bekostiging voor het kalenderjaar 2009 en met uitzondering van:
|
| 2. | In het koninklijk besluit, bedoeld in artikel VII, eerste lid, onder c, kan worden bepaald dat in het eerste lid 2011 wordt vervangen door: 2012. |
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Beatrix
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
De Minister van Justitie,



