MKB Marktplaats
Wet tot teruggave cultuurgoederen afkomstig uit bezet gebied
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is cultuurgoederen die afkomstig zijn uit een tijdens een gewapend conflict bezet gebied, terug te geven aan de bevoegde autoriteiten van het gebied van herkomst teneinde te voldoen aan het Protocol van 14 mei 1954 behorend bij het op die dag tot stand gekomen Verdrag inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict (Trb. 1955, 47) en dat het daartoe wenselijk is regels te stellen die het mogelijk maken in voorkomende gevallen dergelijke cultuurgoederen in bewaring te nemen en ten aanzien daarvan een vordering tot teruggave in te stellen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze wet wordt verstaan onder:
| a. | Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; |
| b. | Protocol: het Protocol van 14 mei 1954 behorend bij het op die dag te s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict (Trb. 1955, 47); |
| c. | cultuurgoederen: culturele goederen als bedoeld in artikel 1, onder a, van het onder b genoemde verdrag; |
| d. | bezet gebied: een op of na 14 januari 1959 tijdens een gewapend conflict bezet gebied waarop artikel I van het Protocol van toepassing is. |
Artikel 2
Het is verboden om cultuurgoederen afkomstig uit een bezet gebied Nederland binnen te brengen of in Nederland onder zich te houden.
Hoofdstuk 2. Inbewaringneming
Artikel 3
| 1. | Onze Minister neemt cultuurgoederen ten aanzien waarvan een redelijk vermoeden bestaat dat het verbod van artikel 2 wordt overtreden in bewaring:
|
| 2. | Onze Minister kan in Nederland aangetroffen cultuurgoederen ten aanzien waarvan het in het eerste lid bedoelde vermoeden bestaat, eveneens uit eigen beweging in bewaring nemen, indien tevens een redelijke verwachting bestaat dat een verzoek als bedoeld in het eerste lid, onder b, zal worden gedaan. |
Artikel 4
| 1. | Onze Minister stelt voorafgaand aan de inbewaringneming zijn beslissing daartoe op schrift. De schriftelijke beslissing is een beschikking. |
| 2. | De beschikking wordt zo spoedig mogelijk bekend gemaakt aan:
|
| 3. | Indien de situatie dermate spoedeisend is dat Onze Minister de beslissing tot inbewaringneming niet tevoren op schrift kan stellen, zorgt hij alsnog zo spoedig mogelijk voor opschriftstelling en voor de bekendmaking. |
Artikel 5
| 1. | De kosten verbonden aan de toepassing van inbewaringneming, kunnen, indien daartoe aanleiding bestaat, bij beschikking van Onze Minister geheel of ten dele ten laste worden gebracht van degene die het verbod van artikel 2 overtreedt. |
| 2. | In elk geval zijn geen kosten verschuldigd indien:
|
| 3. | Indien zich een geval als bedoeld in het tweede lid voordoet, nadat Onze Minister reeds een beschikking als bedoeld in het eerste lid heeft gegeven, trekt hij deze beschikking in. |
| 4. | De beschikking vermeldt het in rekening te brengen bedrag. Onder de kosten kunnen worden begrepen de kosten verbonden aan de voorbereiding van de inbewaringneming. |
| 5. | Onze Minister kan van de overtreder bij dwangbevel de ingevolge de vorige leden verschuldigde kosten, verhoogd met de op de invordering vallende kosten, invorderen. |
| 6. | Het dwangbevel wordt op kosten van de overtreder bij deurwaardersexploot betekend en levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Er vindt echter geen tenuitvoerlegging plaats zolang het geval van het tweede lid, onder a, zich nog kan voordoen. |
| 7. | Gedurende zes weken na de dag van betekening staat verzet tegen het dwangbevel open door dagvaarding van Onze Minister. |
| 8. | Het verzet schorst de tenuitvoerlegging. Op verzoek van Onze Minister kan de rechter de schorsing van de tenuitvoerlegging opheffen. |
Artikel 6
| 1. | De inbewaringneming eindigt:
|
| 2. | Indien de inbewaringneming eindigt zonder dat het cultuurgoed wordt teruggegeven aan de in het eerste lid, onder a, bedoelde autoriteiten, wordt het afgegeven aan degene die het cultuurgoed bij de aanvang van de inbewaringneming onder zich hield, dan wel aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt. |
Hoofdstuk 3. Rechtsvordering tot teruggave
Artikel 7
| 1. | Onze Minister stelt, nadat hij cultuurgoederen in bewaring heeft genomen, voor de rechter die naar de regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bevoegd is, een rechtsvordering tot teruggave van die cultuurgoederen in tegen de bezitter, of bij ontstentenis van een bezitter, tegen de houder. |
| 2. | De artikelen 86, 88, eerste lid, en 99, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, noch overeenkomsten op grond waarvan cultuurgoederen afkomstig uit bezet gebied zijn vervreemd of bezwaard, kunnen worden tegengeworpen aan Onze Minister die op grond van het eerste lid cultuurgoederen opeist. |
| 3. | De rechter die een rechtsvordering als bedoeld in het eerste lid toewijst, kent ten laste van de staat aan de bezitter of de houder toe:
|
| 4. | Indien de bezitter of de houder van wie de teruggave van een cultuurgoed wordt gevorderd, niet voldoet aan de verplichting die artikel 87 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek hem oplegt, blijft het derde lid, onder b, ten aanzien van hem buiten toepassing. |
| 5. | Een rechtsvordering als bedoeld in het eerste lid verjaart niet. |
Hoofdstuk 4. Handhaving
Artikel 8
Met het toezicht op de naleving van het bij deze wet bepaalde zijn belast de inspecteur, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet tot behoud van cultuurbezit, en de ambtenaren, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van die wet.
Artikel 9
De in artikel 8 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd:
| a. | met medeneming van de benodigde apparatuur een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner, |
| b. | te vorderen dat de bewoner hun cultuurgoederen die in de woning aanwezig zijn, toont, |
| c. | ruimten en voorwerpen te verzegelen, voorzover dat voor de uitoefening van de in artikel 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde bevoegdheden redelijkerwijs noodzakelijk is, of |
| d. | zo nodig met behulp van de sterke arm de bevoegdheid, bedoeld in artikel 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht uit te oefenen. |
Artikel 10 [Vervallen per 01-08-2008]
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Beatrix
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
De Minister van Justitie,
De Minister van Justitie,



