MKB Marktplaats
Wijzigingswet Wet educatie en beroepsonderwijs, enz. (beindiging bekostigingsrelatie tussen agrarische innovatie- en praktijkcentra en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is de bekostiging door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van agrarische innovatie- en praktijkcentra te beindigen en in verband hiermee wijzigingen door te voeren in de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op het onderwijstoezicht;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Wijzigt de Wet educatie en beroepsonderwijs.]
Artikel II
[Wijzigt de Wet op het onderwijstoezicht.]
Artikel III
[Wijzigt de Kaderwet LNV-subsidies.]
Artikel IV
| 1. | Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit kent vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aan de rechtspersonen waarvan de agrarische innovatie- en praktijkcentra uitgaan, in jaarlijkse termijnen gedurende maximaal vier jaar, een nader te bepalen financile bijdrage toe. |
| 2. | De in het eerste lid genoemde financile bijdrage is opgebouwd uit:
|
| 3. | De bijdrage in de personele kosten wordt door de rechtspersonen waarvan de agrarische innovatie- en praktijkcentra uitgaan in ieder geval besteed aan:
|
| 4. | Het overgangsbudget wordt door de rechtspersonen waarvan de agrarische innovatie- en praktijkcentra uitgaan besteed aan door Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan te wijzen onderwijsactiviteiten, die in ieder geval kosteloos worden aangeboden aan:
|
| 5. | Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bepaalt de hoogte van het overgangsbudget aan de hand van het bedrag van de, tot het tijdstip van inwerkingtreding van dit wetsvoorstel, laatst vastgestelde rijksbijdrage voor de agrarische innovatie- en praktijkcentra, welke in maximaal 4 jaar wordt afgebouwd tot een bedrag van 0 euro. |
| 6. | Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit kan aan het verstrekken van de financile bijdrage nadere voorwaarden verbinden. |
Artikel V
| 1. | Vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet legt het bestuur van de rechtspersoon waarvan een agrarisch innovatie- en praktijkcentrum uitgaat in de jaarrekening zichtbaar verantwoording af aan Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over het financile beheer van het agrarisch innovatie- en praktijkcentrum voor zover het betreft de financile bijdrage als bedoeld in artikel IV. Uit de jaarrekening blijkt dat sprake is van een rechtmatige aanwending van de financile bijdrage. Van een rechtmatige besteding is slechts sprake wanneer is voldaan aan de in of op grond van artikel IV gestelde voorwaarden. |
| 2. | Het bestuur van de rechtspersoon waarvan een agrarisch innovatie- en praktijkcentrum uitgaat dient de jaarrekening voor 1 juli van het jaar volgend op het boekjaar bij Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in. |
| 3. | De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid, afgegeven door een door het bestuur aangewezen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek. |
| 4. | Indien de bijdrage in de personele kosten de daadwerkelijk te maken personele kosten overschrijdt dan wel indien het overgangsbudget de daadwerkelijk te maken kosten voor het verzorgen van de onderwijsactiviteiten overschrijdt, wordt door de rechtspersoon waarvan een agrarisch innovatie- en praktijkcentrum uitgaat het teveel aan uitgekeerde gelden niet later dan een jaar na indiening van de laatste jaarrekening, bedoeld in het vorige lid, terugbetaald aan Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. |
Artikel VI
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Beatrix
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
De Minister van Justitie,




