MKB Marktplaats
Wet toezicht financile verslaggeving
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat een verbetering van het toezicht op de naleving en de handhaving van de voorschriften voor de financile verslaggeving van effectenuitgevende instellingen gewenst is;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk 1. Definities en reikwijdte
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt voor zover niet anders is bepaald verstaan onder:
| a. | Autoriteit Financile Markten: de Stichting Autoriteit Financile Markten; | ||||||
| b. | effectenuitgevende instelling: een statutair in Nederland gevestigde rechtspersoon of vennootschap waarop Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing is en waarvan aandelen, schuldbrieven of certificaten van aandelen of schuldbrieven zijn toegelaten:
| ||||||
| c. | IAS-verordening: verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (PbEG L 243); | ||||||
| d. | financile verslaggeving:
| ||||||
| e. | Onze Minister: Onze Minister van Financin. |
Hoofdstuk 2. Toezicht op de naleving van financile verslaggevingsvoorschriften
Artikel 2
| 1. | Indien de Autoriteit Financile Markten op grond van openbare feiten of omstandigheden redenen heeft voor twijfel of de financile verslaggeving, of een onderdeel daarvan, van een effectenuitgevende instelling voldoet aan de daaraan ingevolge artikel 3 van de IAS-verordening of Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek gestelde voorschriften, kan zij van deze instelling ter aanvulling van de financile verslaggeving om een nadere toelichting omtrent de toepassing van die voorschriften verzoeken. Deze nadere toelichting wordt verstrekt binnen een door de Autoriteit Financile Markten te stellen redelijke termijn. |
| 2. | De Autoriteit Financile Markten is verplicht tot geheimhouding van het in het eerste lid bedoelde verzoek en de naar aanleiding daarvan verstrekte nadere toelichting. |
| 3. | Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 393, vijfde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. |
| 4. | Het eerste lid en de artikelen 3 en 4 zijn niet van toepassing op effectenuitgevende instellingen die beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht zijn. |
| 5. | Het bepaalde ingevolge dit artikel en de artikelen 3 en 4 is van overeenkomstige toepassing op jaarrekeningen, jaarverslagen en de daaraan toe te voegen gegevens van een effectenuitgevende instelling die ingevolge artikel 394, tweede lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek openbaar zijn gemaakt. |
Artikel 3
| 1. | De Autoriteit Financile Markten kan, nadat de in artikel 2, eerste lid, bedoelde nadere toelichting is verkregen, aan de effectenuitgevende instelling schriftelijk mededelen dat de in dat lid bedoelde twijfel niet is weggenomen. De Autoriteit Financile Markten kan de in de eerste volzin bedoelde mededeling voorts doen indien de in de eerste volzin bedoelde nadere toelichting niet binnen de door de Autoriteit Financile Markten gestelde termijn is verkregen en de Autoriteit Financile Markten twijfelt of de financile verslaggeving, of een onderdeel daarvan, voldoet aan de in artikel 2, eerste lid, bedoelde voorschriften. |
| 2. | De in het eerste lid bedoelde mededeling kan vergezeld gaan van een aanbeveling aan de effectenuitgevende instelling om binnen een door de Autoriteit Financile Markten te bepalen redelijke termijn een bericht algemeen verkrijgbaar te stellen en bij de Autoriteit Financile Markten te deponeren waarin de effectenuitgevende instelling:
|
| 3. | De Autoriteit Financile Markten is verplicht tot geheimhouding van de in het eerste lid bedoelde mededeling en de in het tweede lid bedoelde aanbeveling. |
| 4. | Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:
|
Artikel 4
| 1. | De Autoriteit Financile Markten kan een verzoek als bedoeld in artikel 452 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek doen, indien een effectenuitgevende instelling onvoldoende gevolg heeft gegeven aan het in artikel 2, eerste lid, bedoelde verzoek. |
| 2. | De Autoriteit Financile Markten kan, nadat zij een mededeling als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aan de effectenuitgevende instelling heeft gedaan zonder dat zij daarbij een aanbeveling als bedoeld in artikel 3, tweede lid, heeft gedaan, in het belang van een adequate functionering van de effectenmarkten of de positie van de belegger op die markten, een verzoek als bedoeld in artikel 447 van Boek 2 van Burgerlijk Wetboek doen. |
| 3. | De Autoriteit Financile Markten kan een verzoek als bedoeld in artikel 447 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek doen, indien de effectenuitgevende instelling onvoldoende gevolg heeft gegeven aan een aanbeveling als bedoeld in artikel 3, tweede lid, of aan het ingevolge artikel 3, vierde lid, bepaalde. |
| 4. | De Autoriteit Financile Markten brengt het feit dat zij een verzoek als bedoeld in artikel 452 of 447 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek heeft gedaan ter openbare kennis, nadat zij de effectenuitgevende instelling in de gelegenheid heeft gesteld binnen een redelijke termijn ter openbare kennis te brengen dat de Autoriteit Financile Markten een verzoek als bedoeld in artikel 452 of 447 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek heeft gedaan en de effectenuitgevende instelling daarvan geen gebruik heeft gemaakt. Indien de Autoriteit Financile Markten het feit dat een verzoek is ingediend ter openbare kennis brengt, vermeldt zij daarbij de naam van de effectenuitgevende instelling, de datum van indiening van het verzoek, de wettelijke grondslag voor het verzoek en, indien het een verzoek als bedoeld in het tweede of derde lid betreft, in welk opzicht de financile verslaggeving volgens het verzoek herziening behoeft. |
| 5. | Artikel 2, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op uit een nadere toelichting afkomstige gegevens en inlichtingen die aan de Autoriteit Financile Markten is verstrekt op grond van een bevel ingevolge artikel 452, vierde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en op verzoeken als bedoeld in dit artikel. |
| 6. | De Autoriteit Financile Markten kan in verzoeken als bedoeld in dit artikel uit een nadere toelichting afkomstige gegevens of inlichtingen opnemen die aan haar zijn verstrekt op grond van artikel 2, eerste lid, of op grond van een bevel ingevolge artikel 452, vierde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. |
Hoofdstuk 3. Het register
Artikel 5
| 1. | De Autoriteit Financile Markten houdt een register waarin worden opgenomen:
|
| 2. | De Autoriteit Financile Markten draagt zorg voor het goed functioneren van het register. |
| 3. | De Autoriteit Financile Markten houdt de gegevens in het register voor een ieder kosteloos ter inzage. |
| 4. | Binnen vijf werkdagen volgend op de werkdag waarop de Autoriteit Financile Markten de stukken, berichten of afschriften heeft ontvangen of het feit, bedoeld in onderdeel c van het eerste lid, ter openbare kennis is gebracht, neemt zij deze op in het register. |
| 5. | Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:
|
Hoofdstuk 4. Uitwisseling van gegevens en samenwerking
Artikel 6
| 1. | In afwijking van de artikelen 2, tweede lid, 3, derde lid, en 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht kan de Autoriteit Financile Markten gegevens of inlichtingen, verkregen bij de vervulling van de haar ingevolge deze wet opgedragen taak, verstrekken aan bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen instanties die tot taak hebben een eenvormige toepassing van de standaarden voor de jaarrekening te bevorderen en een gemeenschappelijke aanpak op het vlak van de handhaving daarvan te ontwikkelen, tenzij:
|
| 2. | Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop en de voorwaarden waaronder door de Autoriteit Financile Markten gegevens of inlichtingen kunnen worden verstrekt. |
Artikel 7
Gegevens en inlichtingen die aan de Autoriteit Financile Markten zijn verstrekt op grond van artikel 2, eerste lid, of artikel 452, eerste of vierde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, worden door de Autoriteit Financile Markten alleen gebruikt voor de uitoefening van bevoegdheden uit hoofde van deze wet.
Artikel 8
De Autoriteit Financile Markten werkt, wat betreft het toezicht ingevolge deze wet op de financile verslaggeving van kredietinstellingen, verzekeraars of beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 1:1 van Wet op het financieel toezicht, samen met de Nederlandsche Bank N.V., voorzover dit voor de uitoefening van het toezicht noodzakelijk is.
Hoofdstuk 5. Rekening en verantwoording van de autoriteit financile markten
Artikel 9
| 1. | De Autoriteit Financile Markten stelt jaarlijks een begroting op van de in het daaropvolgende jaar te verwachten baten en lasten, investeringsuitgaven alsmede inkomsten en uitgaven met betrekking tot de uitvoering van de bij en krachtens deze wet opgedragen taak en de daaruit voortvloeiende werkzaamheden. De begroting wordt op een zodanige wijze opgesteld dat de lasten en de uitgaven structureel worden gedekt door de baten en de inkomsten. |
| 2. | De begrotingsposten worden van een toelichting voorzien. |
| 3. | Tenzij de werkzaamheden waarop de begroting betrekking heeft nog niet eerder werden verricht, bevat de begroting een vergelijking met de begroting van het lopende jaar en de laatst goedgekeurde jaarrekening waarmee Onze Minister heeft ingestemd. |
| 4. | De Autoriteit Financile Markten zendt de begroting voor 1 december van het aan het begrotingsjaar voorafgaande jaar ter instemming aan Onze Minister. |
| 5. | De instemming kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. In geval van gebleken strijdigheid wordt instemming niet onthouden dan nadat de Autoriteit Financile Markten in de gelegenheid is gesteld de begroting aan te passen, binnen een door Onze Minister te stellen redelijke termijn. |
| 6. | De Autoriteit Financile Markten doet onverwijld na instemming mededeling van de begroting in de Staatscourant en houdt de begroting gedurende een jaar na instemming op elektronische wijze ter inzage. |
| 7. | Wanneer Onze Minister niet met de begroting heeft ingestemd vr 1 januari van het jaar waarop deze betrekking heeft, kan de Autoriteit Financile Markten, in het belang van een juiste uitvoering van haar taak, voor het aangaan van verplichtingen en het verrichten van uitgaven beschikken over ten hoogste vier twaalfde gedeelten van de bedragen die bij de overeenkomstige onderdelen in de begroting van het voorafgaande jaar waren toegestaan. |
Artikel 10
Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en begrote baten en lasten dan wel inkomsten en uitgaven, doet de Autoriteit Financile Markten daarvan onverwijld mededeling aan Onze Minister onder vermelding van de oorzaak van de verschillen.
Artikel 11
Bij ministerile regeling kunnen regels worden gesteld voor de inrichting van de begroting.
Artikel 12
| 1. | De Autoriteit Financile Markten stelt jaarlijks een jaarrekening op van de bij deze wet opgedragen taak en de daaruit voortvloeiende werkzaamheden. |
| 2. | De jaarrekening van de Autoriteit Financile Markten, waarin rekening en verantwoording wordt afgelegd van het financieel beheer en van de geleverde prestaties over het verstreken boekjaar, wordt ingericht zoveel mogelijk met overeenkomstige toepassing van Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. |
| 3. | De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de Autoriteit Financile Markten aangewezen registeraccountant of Accountant-Administratieconsulent ten aanzien van wie in het accountantsregister een aantekening is geplaatst als bedoeld in artikel 36, derde lid, van de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten. |
| 4. | De accountant voegt bij de verklaring, bedoeld in het tweede lid, een verslag van zijn bevindingen omtrent de rechtmatige inning en besteding van de middelen door de Autoriteit Financile Markten uit hoofde van deze wet. |
| 5. | De accountant voegt bij de verklaring, bedoeld in het derde lid, tevens een verslag van zijn bevindingen over de vraag of het beheer en de organisatie van de Autoriteit Financile Markten uit hoofde van deze wet voldoen aan eisen van doelmatigheid. |
| 6. | De Autoriteit Financile Markten zendt de jaarrekening voor 1 mei van het op het boekjaar volgende jaar ter instemming aan Onze Minister. |
| 7. | De instemming kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. |
| 8. | De Autoriteit Financile Markten doet onverwijld na instemming mededeling van de jaarrekening in de Staatscourant en houdt de jaarrekening gedurende een jaar na instemming op elektronische wijze ter inzage. |
Artikel 13
| 1. | Het verschil tussen de aan het eind van een begrotingsjaar gerealiseerde baten van de Autoriteit Financile Markten en de gerealiseerde lasten van de Autoriteit Financile Markten vormt het exploitatiesaldo. |
| 2. | Indien in enig boekjaar een exploitatiesaldo ontstaat en de Autoriteit Financile Markten dit exploitatiesaldo wil betrekken bij de in rekening te brengen kosten als bedoeld in artikel 18 doet de Autoriteit Financile Markten daaromtrent een voorstel in de jaarrekening. |
Artikel 14
| 1. | De Autoriteit Financile Markten stelt jaarlijks een jaarverslag op. Het jaarverslag beschrijft de taakuitoefening en het daartoe gevoerde beleid uit hoofde van deze wet in het voorafgaande jaar. Het jaarverslag beschrijft voorts het gevoerde beleid met betrekking tot de kwaliteitszorg. |
| 2. | De Autoriteit Financile Markten zendt het jaarverslag voor 1 mei aan Onze Minister. Onze Minister zendt een afschrift van het jaarverslag aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal. |
| 3. | De Autoriteit Financile Markten houdt het jaarverslag op elektronische wijze ter inzage. |
Artikel 15
| 1. | De Autoriteit Financile Markten legt een voorgenomen statutenwijziging ter voorafgaande instemming voor aan Onze Minister. De artikelen 10:28 tot en met 10:31 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing. |
| 2. | De instemming, bedoeld in het eerste lid, kan worden geweigerd:
|
Artikel 16
| 1. | De Autoriteit Financile Markten draagt met betrekking tot de uitoefening van haar taak op grond van deze wet zorg voor:
|
| 2. | De Autoriteit Financile Markten treft voorzieningen, waardoor ieder die met haar in aanraking komt in de gelegenheid is voorstellen tot verbetering van werkwijzen en procedures te doen. |
| 3. | In het jaarverslag, bedoeld in artikel 14, doet de Autoriteit Financile Markten verslag van hetgeen tot uitvoering van het eerste en het tweede lid is verricht. |
Artikel 17
| 1. | De Autoriteit Financile Markten stelt een orgaan in voor overleg over:
|
| 2. | Het overleg wordt gevoerd door de Autoriteit Financile Markten en een representatieve vertegenwoordiging van effectenuitgevende instellingen. De Autoriteit Financile Markten kan tevens daarvoor in aanmerking komende organisaties van belanghebbenden toelaten tot het overleg. Onze Minister wijst ambtenaren aan die namens hem het overleg bijwonen. |
| 3. | Het overleg vindt tweemaal per jaar plaats. |
| 4. | De Autoriteit Financile Markten maakt het verslag van het overleg binnen een redelijke termijn na het overleg openbaar. |
Artikel 18
| 1. | De Autoriteit Financile Markten brengt de kosten van de werkzaamheden die zij verricht in verband met de uitoefening van haar taak op grond van deze wet in rekening bij de effectenuitgevende instellingen voor zover deze kosten niet ten laste komen van de Rijksbegroting. Tot de kosten behoren onder meer de kosten die zij ter voorbereiding op de uitvoering van nieuwe onderdelen van haar taak heeft gemaakt, voordat deze taak aan haar werd opgedragen. |
| 2. | De kosten worden gebaseerd op de begroting waarmee Onze Minister heeft ingestemd en op het exploitatiesaldo, indien Onze Minister heeft ingestemd met de jaarrekening waarin een voorstel als bedoeld in artikel 13, tweede lid, is opgenomen. |
| 3. | Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt tussen incidenteel en jaarlijks in rekening te brengen kosten en kan tevens worden voorzien in een bevoegdheid voor de Autoriteit Financile Markten om in bepaalde gevallen kosten niet of niet geheel in rekening te brengen indien het volledig in rekening brengen van de kosten zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Deze regels hebben onder meer betrekking op de toerekening van toezichthandelingen aan ondernemingen. |
| 4. | Bij ministerile regeling worden de tarieven vastgesteld op basis waarvan de kosten, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid, worden doorberekend. |
Artikel 19
De Autoriteit Financile Markten verstrekt Onze Minister desgevraagd inlichtingen die nodig zijn voor de beoordeling van de uitvoerbaarheid van algemene beleidsvoornemens en voorgenomen wettelijke voorschriften, voor zover deze betrekking hebben op het door de Autoriteit Financile Markten uit te oefenen toezicht ingevolge deze wet.
Artikel 20
| 1. | Onze Minister kan aan de Autoriteit Financile Markten de gegevens of inlichtingen vragen die nodig zijn voor een onderzoek naar de toereikendheid van deze wet of de wijze waarop de Autoriteit Financile Markten deze wet uitvoert of heeft uitgevoerd, indien dat ter wille van het toezicht nodig blijkt. |
| 2. | De Autoriteit Financile Markten verstrekt aan Onze Minister de in het eerste lid bedoelde gegevens of inlichtingen, tenzij het vertrouwelijke gegevens of inlichtingen betreft in de zin van artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht die betrekking hebben op of herleidbaar zijn tot een afzonderlijke rechtspersoon of vennootschap. In afwijking van de vorige volzin verstrekt de Autoriteit Financile Markten aan Onze Minister wel gegevens of inlichtingen die betrekking hebben of herleidbaar zijn tot een afzonderlijke effectenuitgevende instelling ten aanzien waarvan sursance van betaling is verleend, of die in staat van faillissement is verklaard of op grond van een rechterlijke uitspraak is ontbonden. |
| 3. | Onze Minister kan een derde opdragen de gegevens of inlichtingen die hem ingevolge het tweede lid zijn verstrekt te onderzoeken en aan hem verslag uit te brengen. Tevens kan Onze Minister de derde die in zijn opdracht handelt, machtigen namens hem gegevens of inlichtingen in te winnen, in welk geval het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing zijn. |
| 4. | Onze Minister gebruikt de gegevens of inlichtingen die hij ingevolge het tweede of derde lid heeft verkregen uitsluitend voor het vormen van zijn oordeel over de toereikendheid van deze wet of de wijze waarop de Autoriteit Financile Markten deze wet uitvoert of heeft uitgevoerd. |
| 5. | Onze Minister en degenen die in zijn opdracht handelen zijn verplicht tot geheimhouding van de op grond van het tweede en derde lid ontvangen gegevens of inlichtingen. |
| 6. | Niettegenstaande het vierde en vijfde lid kan Onze Minister de aan de gegevens of inlichtingen ontleende bevindingen en de daaruit getrokken conclusies aan de beide kamers der Staten-Generaal mededelen en de conclusies in algemene zin uit het onderzoek openbaar maken. |
| 7. | De Wet openbaarheid van bestuur, de Wet Nationale Ombudsman en Titel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing met betrekking tot de in dit artikel bedoelde gegevens of inlichtingen die Onze Minister of de in zijn opdracht werkende derde onder zich heeft. |
Artikel 21
| 1. | Indien naar het oordeel van Onze Minister de Autoriteit Financile Markten haar taak ernstig verwaarloost, kan Onze Minister de noodzakelijke voorzieningen treffen. |
| 2. | Ter uitvoering van het eerste lid kan Onze Minister besluiten een of meer onderdelen van de taak van de Autoriteit Financile Markten zelf uit te voeren of door een ander bestuursorgaan te laten uitvoeren. Alsdan komen de desbetreffende bevoegdheden van de Autoriteit Financile Markten toe aan Onze Minister onderscheidenlijk het andere bestuursorgaan. |
| 3. | De voorzieningen worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, niet eerder getroffen dan nadat de Autoriteit Financile Markten in de gelegenheid is gesteld om binnen een door Onze Minister te stellen termijn alsnog haar taak naar behoren uit te voeren. |
| 4. | Onze Minister stelt de Tweede Kamer der Staten-Generaal onverwijld in kennis van door hem getroffen voorzieningen als bedoeld in het eerste lid. |
Artikel 22
| 1. | Onze Minister zendt drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet en vervolgens elke vijf jaar een verslag aan beide kamers der Staten-Generaal over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van de Autoriteit Financile Markten in het kader van de uitvoering van deze wet. |
| 2. | De Autoriteit Financile Markten verstrekt desgevraagd aan Onze Minister gegevens en inlichtingen ten behoeve van het verslag. |
Artikel 23
In afwijking van de Algemene wet bestuursrecht is voor beroepen tegen besluiten op grond van de Hoofdstukken 4 en 5 van deze wet de rechtbank te Rotterdam bevoegd.
Hoofdstuk 6. Wijziging van andere wetten
Artikel 24
[Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.]
Artikel 25
[Wijzigt de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie.]
Artikel 26
[Wijzigt Burgerlijk Wetboek Boek 2.]
Artikel 27
[Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering.]
Artikel 28
[Wijzigt de Wet op de economische delicten.]
Artikel 29
[Wijzigt de Wet toezicht effectenverkeer 1995.]
Hoofdstuk 7. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 30
| 1. | Binnen zes weken na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet zendt de Autoriteit Financile Markten ter instemming aan Onze Minister een begroting van de in het resterende deel van het kalenderjaar te verwachten baten en lasten, investeringsuitgaven alsmede inkomsten en uitgaven met betrekking tot de uitvoering van de bij en krachtens deze wet opgedragen taak en daaruit voortvloeiende werkzaamheden. |
| 2. | Artikel 9, tweede, vijfde en zesde lid, en artikel 11 zijn van overeenkomstige toepassing. |
Artikel 30a
| 1. | Deze wet heeft geen betrekking op jaarrekeningen, jaarverslagen en de daaraan toe te voegen gegevens van een rechtspersoon, vennootschap, effectenuitgevende instelling of beleggingsinstelling die betrekking hebben op boekjaren die vr 1 januari 2006 zijn aangevangen. |
| 2. | Met betrekking tot financile verslaggeving als bedoeld in het eerste lid blijft het recht zoals dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet van toepassing. |
Artikel 31
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 32
Deze wet wordt aangehaald als: Wet toezicht financile verslaggeving.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Beatrix
De Minister van Financin,
De Minister van Justitie,
De Minister van Justitie,




