Verwijderbevestiging
verwijderenannuleren

Advertorial

Ontdek het gemak van de NS-Business Card.

Met de NS-Business Card checkt u op het begin- en eindstation in en uit en reist u van deur-tot-deur met de trein, OV-fiets, taxi of Greenwheels-huurauto. Zo besparen u én uw medewerkers tijd en geld. En zonder gedoe omdat u achteraf één overzichtelijke maandfactuur ontvangt. Kijk op ns.nl/mkb

Advertorial

Inspiratiesessie crossborder E-tailing 8 juni

Kom op 8 juni naar de inspiratiesessie crossborder E-tailing, voor de online trends in de ons omringende landen. Meer informatie en aanmelden, klik hier

Advertorial

Uw administratie online met Exact Online

Met Exact Online houdt u via internet uw administratie bij en heeft u inzicht in de bedrijfsresultaten. Administreer de boekhouding, facturen, uren en de voorraad. Nu 30 dagen GRATIS en vrijblijvend op proef!

MKB Marktplaats

Kort nieuws

Follow buscompleet on Twitter

Exact Online, dé online bedrijfssoftware op proef

Via internet uw bedrijfsadministratie bijhouden en resultaten raadplegen? Het kan met Exact Online bedrijfssoftware. 30 dagen GRATIS op proef!

Rijkswet tot goedkeuring van enkele verdragen inzake de bestrijding van fraude en corruptie II


Rijkswet van 22 juni 2001 tot goedkeuring van de op 26 mei 1997 te Brussel totstandgekomen Overeenkomst, opgesteld op basis van artikel K.3, lid 2, onder c, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn (Trb. 1997, 249), van het op 19 juni 1997 te Brussel totstandgekomen Tweede Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financile belangen van de Europese Gemeenschappen (Trb. 1997, 251), van het op 27 januari 1999 te Straatsburg totstandgekomen Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie (Trb. 2000, 130) en van het op 5 mei 1998 te Straatsburg totstandgekomen Statuut betreffende de Groep van Staten tegen corruptie (Trb. 2000, 131) (Goedkeuring van enkele verdragen inzake de bestrijding van fraude en corruptie II)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de op 26 mei 1997 te Brussel totstandgekomen Overeenkomst, opgesteld op basis van artikel K.3, lid 2, onder c, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn, het op 19 juni 1997 te Brussel totstandgekomen Tweede Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financile belangen van de Europese Gemeenschappen alsmede het op 27 januari 1999 te Straatsburg totstandgekomen Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie en het op 5 mei 1998 te Straatsburg totstandgekomen Statuut betreffende de Groep van Staten tegen corruptie ingevolge artikel 91, eerste lid, van de Grondwet de goedkeuring van de Staten-Generaal behoeven, alvorens het Koninkrijk daaraan kan worden gebonden;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:


Artikel 1

De op 26 mei 1997 te Brussel totstandgekomen Overeenkomst, opgesteld op basis van artikel K.3, lid 2, onder c, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn, waarvan de Nederlandse tekst is geplaatst in Tractatenblad 1997, 249, wordt goedgekeurd voor Nederland.


Artikel 2

Het op 19 juni 1997 te Brussel totstandgekomen Tweede Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financile belangen van de Europese Gemeenschappen, waarvan de Nederlandse tekst is geplaatst in Tractatenblad 1997, 251, wordt goedgekeurd voor Nederland.


Artikel 3

Het op 27 januari 1999 te Straatsburg totstandgekomen Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie, waarvan de Nederlandse tekst is geplaatst in Tractatenblad 2000, 130, wordt goedgekeurd voor het gehele Koninkrijk.


Artikel 4

Het op 5 mei 1998 te Straatsburg totstandgekomen Statuut betreffende de Groep van Staten tegen corruptie, waarvan de Nederlandse tekst is geplaatst in Tractatenblad 2000, 131, wordt goedgekeurd voor het gehele Koninkrijk.


Artikel 5

Goedgekeurd wordt dat bij de binding van het Koninkrijk aan het in artikel 1 genoemde verdrag voor Nederland het volgende voorbehoud wordt gemaakt:

Met betrekking tot het eerste lid van artikel 7 kan door Nederland rechtsmacht worden uitgeoefend in de volgende gevallen:

onderdeel
a:

ter zake van het strafbare feit dat geheel of gedeeltelijk op Nederlands grondgebied wordt gepleegd;

onderdeel
b:
ter zake van het overeenkomstig artikel 2 strafbaar gestelde feit, ten aanzien van Nederlandse ambtenaren en voorts ten aanzien van Nederlanders die geen Nederlands ambtenaar zijn voor zover daarop door de wet van het land waar het feit begaan is, straf is gesteld,
ter zake van de overeenkomstig de artikelen 3 en 4 strafbaar gestelde feiten, ten aanzien van zowel Nederlanders als Nederlandse ambtenaren voor zover daarop door de wet van het land waar het feit begaan is, straf is gesteld;
onderdeel
c:

ten aanzien van Nederlanders voor zover op het strafbare feit door de wet van het land waar het begaan is, straf is gesteld;

onderdeel
d:

ten aanzien van personen in de openbare dienst van een in Nederland gevestigde instelling van de Europese Gemeenschappen of van een in Nederland gevestigde overeenkomstig de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen ingesteld orgaan voor zover op het strafbare feit door de wet van het land waar het begaan is, straf is gesteld.


Artikel 6

Goedgekeurd wordt dat bij de binding van het Koninkrijk aan het in artikel 3 genoemde verdrag voor Nederland de volgende voorbehouden worden gemaakt:

1.
Met betrekking tot het eerste lid van artikel 17 kan door Nederland rechtsmacht worden uitgeoefend in de volgende gevallen:
onderdeel
a:

ter zake van het strafbare feit dat geheel of gedeeltelijk op Nederlands grondgebied wordt gepleegd;

onderdeel
b:
ter zake van de overeenkomstig artikel 2 en ter zake van de in verbinding met artikel 2 overeenkomstig de artikelen 4 tot en met 6 en 9 tot en met 11 strafbaar gestelde feiten, ten aanzien van zowel Nederlanders als Nederlandse ambtenaren voor zover daarop door de wet van het land waar het feit begaan is, straf is gesteld,
ter zake van de overeenkomstig artikel 3 en ter zake van de in verbinding met artikel 3 overeenkomstig de artikelen 4 tot en met 6 en 9 tot en met 11 strafbaar gestelde feiten, ten aanzien van Nederlandse ambtenaren en voorts ten aanzien van Nederlanders die geen Nederlands ambtenaar zijn voor zover daarop door de wet van het land waar het feit begaan is, straf is gesteld,
ter zake van de overeenkomstig de artikelen 7, 8, 13 en 14 strafbaar gestelde feiten, ten aanzien van Nederlanders, voor zover daarop door de wet van het land waar het feit begaan is, straf is gesteld;
onderdeel
c:

ten aanzien van Nederlanders voor zover op het strafbare feit door de wet van het land waar het begaan is, straf is gesteld;

2.
Aan de verplichting van artikel 12 wordt geen uitvoering gegeven.

Artikel 7

Indien een vraag die betrekking heeft op de uitlegging van de artikelen 1 tot en met 4 en 12 tot en met 16 van het in artikel 1 genoemde verdrag aan de orde komt in een zaak aanhangig voor een tot de rechterlijke macht behorend gerecht dan wel een administratieve rechter waarvan de beslissingen niet vatbaar zijn voor hoger beroep en deze instantie een beslissing op dit punt noodzakelijk acht voor haar uitspraak, is deze instantie gehouden zich tot het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen te wenden, voor zover bij die zaak leden of ambtenaren van de communautaire instellingen of uit hoofde van de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen opgerichte organen betrokken zijn in de uitoefening van hun functies.


Artikel 8

Indien een vraag die betrekking heeft op de uitlegging van het in artikel 2 genoemde verdrag aan de orde komt in een zaak aanhangig voor een tot de rechterlijke macht behorend gerecht dan wel een administratieve rechter waarvan de beslissingen niet vatbaar zijn voor hoger beroep, en deze instantie een beslissing op dit punt noodzakelijk acht voor haar uitspraak, is deze instantie gehouden zich tot het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen te wenden.


Artikel 9

[Wijzigt het Wetboek van Strafrecht]


Artikel 10

[Wijzigt de Uitleveringswet]


Artikel 11

Deze rijkswet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.


Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad, in het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen en in het Afkondigingsblad van Aruba zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage, 22 juni 2001

Beatrix

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

De Minister van Buitenlandse Zaken,

J. J. van Aartsen

Uitgegeven de tiende juli 2001

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

Wettenbank

Advertorial

Alles draait om veerkracht.

Het zijn onzekere tijden voor werkgevers. Maar wat organisaties weerbaar maakt, is flexibiliteit. Of liever: veerkracht. Tempo-Team helput u graag om uw organisatie veerkrachtiger te maken. Bekijk op tempo-team.nl/blijfbezig hoe andere organisaties met onze HR-oplossingen hun veerkracht hebben vergroot.

Inloggen

Wachtwoord vergeten?

Klik hier

Geen lid?

Klik hier