MKB Marktplaats
Elektriciteitswet 1998
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is, mede ter uitvoering van richtlijn nr. 96/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 december 1996 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit (PbEG 1997, L 27), de mogelijkheden voor opwekking, levering en in- en uitvoer van elektriciteit en voor het gebruik van leidinggebonden elektriciteitswerken te verruimen, en daarvoor met inachtneming van het belang van het betrouwbaar, duurzaam, doelmatig en milieuhyginisch verantwoord functioneren van de elektriciteitsvoorziening een nieuwe regeling tot stand te brengen met betrekking tot de productie, het transport en de levering van elektriciteit;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
1. Begripsbepalingen
Artikel 1
| 1. | In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
| 2. | Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt als afnemer, niet zijnde een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, beschouwd een organisatorische eenheid die zich in hoofdzaak bezig houdt met het openbaar vervoer per metro, tram of trolley, met mijnbouwkundige activiteiten, met het beheer van de openbare verlichting of van verkeersregelinstallaties, dan wel met riolering, bemaling, waterzuivering of transport en distributie van water, mits:
|
| 3. | Een onderneming die zich in hoofdzaak bezighoudt met het vervoer van personen of goederen per trein wordt in afwijking van het eerste lid, onderdeel c, aangemerkt als afnemer, niet zijnde een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, ook indien zij geen aansluiting heeft op een net. |
| 4. | Deze wet en de daarop berustende bepalingen zijn mede van toepassing op installaties voor de opwekking van elektriciteit die zijn gevestigd binnen de Nederlandse exclusieve economische zone, alsmede de daarmee opgewekte elektriciteit. |
| 5. | Bij ministerile regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 69, voor zover deze subsidie betrekking heeft op een installatie voor warmtekrachtkoppeling, die warmte en mechanische energie produceert. De bij ministerile regeling te stellen regels sluiten zoveel mogelijk aan bij de strekking van de regels, zoals van toepassing op installaties voor warmtekrachtkoppeling die warmte en elektriciteit produceren. |
| 6. | Productie-installaties voor de opwekking van elektriciteit met behulp van windenergie op het land die behoren tot eenzelfde onderneming of instelling en die onderling technische, organisatorische of functionele bindingen hebben en in elkaars onmiddelijke nabijheid zijn gelegen, worden geacht te beschikken over n aansluiting. |
2. Energierapport en monitoring
Artikel 2
- 1.
- Onze Minister stelt ten minste eenmaal in de vier jaar een energierapport vast dat richting geeft aan van rijkswege in de eerstvolgende vier jaar te nemen beslissingen voor zover daarbij het belang van het betrouwbaar, duurzaam, doelmatig en milieuhyginisch verantwoord functioneren van de elektriciteitsvoorziening in beschouwing moet of kan worden genomen. Bij de voorbereiding van een energierapport betrekt Onze Minister de naar zijn oordeel bij de te behandelen onderwerpen meest belanghebbende bestuursorganen, instellingen en organisaties.
- 2.
- Voor zover het energierapport onderdelen betreft die tot de verantwoordelijkheid behoren van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, wordt het rapport vastgesteld na overleg met voornoemde minister.
- 3.
- Het energierapport bevat ten minste:
- a.
- een analyse van de ontwikkelingen op de nationale en internationale energiemarkt en de effecten daarvan op een betrouwbaar, duurzaam, doelmatig en milieuhyginisch verantwoord functionerende energiehuishouding;
- b.
- een analyse van veranderingen in het gebruik van energiebronnen voor het opwekken van elektriciteit en van de wijze waarop en de mate waarin zich een duurzame energiehuishouding ontwikkelt;
- c.
- een analyse van de ontwikkeling van de marktwerking in de energievoorziening;
- d.
- een overzicht van de beoogde resultaten inzake de bevordering van een betrouwbaar, duurzaam, doelmatig en milieuhyginisch verantwoord functionerende energiehuishouding en van de wijzen waarop die resultaten in de desbetreffende periode van vier jaar zullen worden nagestreefd;
- e.
- een analyse van overige aspecten die van belang kunnen zijn in het kader van het energiebeleid in het algemeen.
Artikel 3
- 1.
- Zodra het energierapport is vastgesteld, doet Onze Minister hiervan mededeling door het rapport aan de beide kamers der Staten-Generaal over te leggen.
- 2.
- Onze Minister maakt de vaststelling van het energierapport bekend in de Staatscourant en geeft daarbij aan op welke wijze kennis kan worden gekregen van de inhoud van het energierapport.
Artikel 4
- 1.
- Het energierapport geldt met ingang van een bij besluit van Onze Minister vast te stellen tijdstip.
- 2.
- Het besluit wordt niet eerder genomen dan acht weken nadat het energierapport op grond van artikel 3, eerste lid, is overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal.
- 3.
- Indien door of namens een der kamers der Staten-Generaal binnen acht weken nadat het energierapport is overgelegd, te kennen wordt gegeven dat zij over het energierapport in het openbaar wil beraadslagen, wordt het besluit niet eerder genomen dan zes maanden na de overlegging van het energierapport, dan wel, indien de beraadslagingen op een eerder tijdstip zijn beindigd, na die beraadslagingen.
Artikel 4a
| 1. | Onze Minister verzamelt, analyseert en bewerkt systematisch inlichtingen en gegevens met betrekking tot de leverings- en voorzieningszekerheid, in het bijzonder met betrekking tot:
|
| 2. | Onze Minister publiceert jaarlijks uiterlijk op 31 juli op geschikte wijze een verslag van zijn bevindingen die het verzamelen, analyseren en bewerken van de inlichtingen en gegevens over de onderwerpen, genoemd in het eerste lid, heeft opgeleverd, alsmede van de getroffen of voorgenomen maatregelen met betrekking tot die onderwerpen. Hij zendt het verslag onverwijld naar de Commissie van de Europese Gemeenschappen en doet mededeling ervan in de Staatscourant, onder vermelding van de wijze waarop het verslag kan worden geraadpleegd. |
| 3. | Ter uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, kunnen bij ministerile regeling nadere regels worden gesteld omtrent:
|
| 4. | Het verslag bedoeld in het tweede lid wordt in nauwe samenwerking met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet opgesteld die voorzover van toepassing daarover overleg pleegt met de relevante netbeheerders van aangrenzende landen. In het verslag wordt ingegaan op de algehele toereikendheid van het stroomvoorzieningsysteem en de geraamde vraag naar elektriciteit waarbij in elk geval aandacht wordt besteed aan:
|
| 5. | Bij het onderdeel van het verslag waarin aandacht wordt besteed aan de investeringsvoornemens in landgrensoverschrijdende netten als bedoeld in het vierde lid, onderdeel d, wordt met betrekking tot die voornemens rekening gehouden met:
|
Hoofdstuk 2. Uitvoering en toezicht
Artikel 5
| 1. | De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit is belast met taken ter uitvoering van deze wet en de Verordening, alsmede met het toezicht op de naleving van deze wet en de Verordening. |
| 2. | De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit houdt bij de uitoefening van de hem op grond van deze wet en de Gaswet toegekende taken en bevoegdheden rekening met het belang van de bevordering van een elektriciteitsmarkt en een gasmarkt die niet-discriminatoir en transparant zijn en die gekenmerkt worden door daadwerkelijke mededinging en een doeltreffende marktwerking. Hij volgt nauwlettend in welke mate de elektriciteitsmarkt en de gasmarkt aan de in de vorige volzin genoemde belangen voldoen en doet hiervan in een afzonderlijk hoofdstuk verslag in het verslag, bedoeld in artikel 9, eerste lid. |
| 3. | De werkzaamheden in verband met de uitvoering van artikel 51 worden verricht door personen die niet betrokken zijn bij werkzaamheden op grond van hoofdstuk 3, paragrafen 4 tot en met 6. |
| 4. | Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet en de Verordening zijn belast de bij besluit van de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit aangewezen ambtenaren. |
| 5. | Van een besluit als bedoeld in het vierde lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. |
| 6. | De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit kan bindende aanwijzingen geven in verband met de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet en de Verordening. Van de beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. |
Artikel 5a [Vervallen per 14-07-2004]
Artikel 5b
- 1.
- De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit stelt een handhavingsplan op. Het plan beschrijft de procedure en de wijze waarop de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit zijn in deze wet toegekende handhavingsbevoegdheden toepast.
- 2.
- Het handhavingsplan behoeft goedkeuring van Onze Minister.
- 3.
- Het besluit tot goedkeuring wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.
Artikel 6 [Vervallen per 01-07-2005]
Artikel 7
| 1. | De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit kan van een producent, een leverancier, een handelaar, een netbeheerder, een elektriciteits- of gasbeurs of een afnemer de gegevens en inlichtingen verlangen die hij nodig heeft voor uitvoering van de hem in deze wet opgedragen taken. |
| 2. | Degene aan wie een verzoek is gedaan om gegevens en inlichtingen te verstrekken, is verplicht binnen de door de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden. |
| 3. | Gegevens of inlichtingen omtrent een producent, een leverancier, een handelaar, een netbeheerder, een elektriciteits- of gasbeurs of een afnemer, welke in verband met enige werkzaamheid ten behoeve van de uitvoering van deze wet zijn verkregen, mogen uitsluitend voor de toepassing van deze wet, de Mededingingswet en de Gaswet en voor de toepassing van artikelen 4.4 en 4.5 van de Wet handhaving consumentenbescherming worden gebruikt. |
| 4. | In afwijking van het derde lid is de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit bevoegd gegevens en inlichtingen, verkregen ingevolge het eerste lid, te verstrekken aan:
|
| 5. | Op basis van het vierde lid kunnen uitsluitend gegevens en inlichtingen worden verstrekt indien:
|
Artikel 8 [Vervallen per 01-07-2005]
Artikel 9 [Vervallen per 01-07-2005]
Hoofdstuk 2A. Aanbesteding van productiecapaciteit
Artikel 9a
- 1.
- Indien naar het oordeel van Onze Minister om de leverings- en voorzieningszekerheid te waarborgen onvoldoende productie-installaties worden gebouwd, kan hij een procedure starten overeenkomstig artikel 7 van de richtlijn.
- 2.
- Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de in artikel 7 van de richtlijn bedoelde procedure.
Hoofdstuk 3. Transport van elektriciteit
1. Aanwijzing van netbeheerders
Artikel 10
| 1. | Het landelijk hoogspanningsnet omvat de netten die bestemd zijn voor transport van elektriciteit op een spanningsniveau van 110 kV of hoger en die als zodanig worden bedreven, alsmede het landsgrensoverschrijdende net op een spanningsniveau van 500 V of hoger. |
| 2. | De rechtspersoon die een recht van gebruik heeft van meer dan de helft van de totale circuitlengte van het landelijk hoogspanningsnet, voor zover dat een spanningsniveau van 220 kV of hoger betreft, wijst, na overleg met de andere rechtspersonen die een recht van gebruik hebben van dat net, voor het beheer van dat net een naamloze of besloten vennootschap als netbeheerder aan. |
| 3. | Degene aan wie een ander net toebehoort dan het landelijk hoogspanningsnet, wijst voor het beheer van dat net een of meer naamloze of besloten vennootschappen als netbeheerder aan. |
| 4. | Een aanwijzing als bedoeld in het tweede of derde lid geldt voor een periode van tien jaar, te rekenen vanaf de dag waarop Onze Minister heeft ingestemd met de aanwijzing op grond van artikel 12, tweede lid. |
Artikel 10a
| 1. | De netbeheerder, met uitzondering van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, beschikt over de economische eigendom van het door hem beheerde net. |
| 2. | Bij gelegenheid van een aanwijzing als bedoeld in artikel 10, derde lid, vindt voor zover nodig overdracht van de economische eigendom aan de aangewezen netbeheerder plaats. |
| 3. | De overdracht geschiedt tegen verrichting van een tegenprestatie waarvan de waarde ten hoogste de opbrengst vertegenwoordigt van de exploitatie van het net, zoals deze op basis van algemene bedrijfseconomische uitgangspunten kan worden afgeleid van de door de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit in de daaraan voorafgaande periode van vijf jaar vastgestelde tarieven met betrekking tot het netbeheer. Deze tegenprestatie kan zowel bestaan uit een periodieke uitkering als uit een contant bedrag ineens. |
Artikel 10b
| 1. | Een netbeheerder maakt geen deel uit van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waartoe ook een rechtspersoon of vennootschap behoort die in Nederland elektriciteit produceert of levert of daarin handelt. |
| 2. | [Dit lid is nog niet in werking getreden.] |
| 3. | [Dit lid is nog niet in werking getreden.] |
Artikel 11
| 1. | Een producent, leverancier of handelaar wordt niet aangewezen als netbeheerder. |
| 2. | De statuten van de netbeheerder, niet zijnde de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, bevatten in ieder geval:
|
| 3. | Indien een netbeheerder, niet zijnde de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, een afhankelijke maatschappij is in de zin van artikel 152 of artikel 262 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, behoeven de statuten van die netbeheerder, in afwijking van het tweede lid, onderdeel a, niet te voorzien in de instelling van een raad van commissarissen. |
| 4. | In het in het derde lid bedoelde geval:
|
Artikel 11a
| 1. | De artikelen 158 tot en met 164 dan wel 268 tot en met 274 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing op de vennootschap die is aangewezen voor het beheer van het landelijk hoogspanningsnet en haar statuten worden dienovereenkomstig ingericht. |
| 2. | Het is aan de vennootschap die is aangewezen voor het beheer van het landelijk hoogspanningsnet niet toegestaan haar statuten te wijzigen dan nadat aan de wijziging door Onze Minister goedkeuring is verleend. Onze Minister weigert goedkeuring indien de statuten na de wijziging niet in overeenstemming zijn met dit artikel. |
| 3. | De leden van het bestuur en de meerderheid van de leden van de raad van commissarissen van de vennootschap die is aangewezen voor het beheer van het landelijk hoogspanningsnet hebben direct noch indirect binding met een rechtspersoon die de productie, aankoop of levering van gas of elektriciteit verricht of met een aandeelhouder van die rechtspersoon. |
| 4. | Een lid van de raad van commissarissen van de vennootschap die is aangewezen voor het beheer van het landelijk hoogspanningsnet wordt niet benoemd dan nadat Onze Minister heeft ingestemd met het voornemen tot benoeming. |
| 5. | Indien de vennootschap die is aangewezen voor het beheer van het landelijk hoogspanningsnet een afhankelijke maatschappij is in de zin van artikel 152 of artikel 262 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is het eerste lid niet van toepassing. |
| 6. | In het in het vijfde lid bedoelde geval:
|
Artikel 11b
- 1.
- Een netbeheerder die deel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek stelt een reglement vast, waarin regels worden gesteld die beogen discriminatie bij de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden op grond van deze wet te voorkomen. Het reglement bevat in ieder geval regels ten aanzien van het gedrag van werknemers die ertoe strekken dat discriminatie als bedoeld in de vorige volzin wordt voorkomen.
- 2.
- De netbeheerder draagt er zorg voor dat elke werknemer is gebonden aan het reglement en ziet er op toe dat het reglement nauwgezet wordt nageleefd.
- 3.
- De netbeheerder stelt jaarlijks een verslag op over de wijze waarop uitvoering is gegeven aan het reglement, en welke maatregelen in dat kader zijn genomen. Hij zendt het verslag naar de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit en draagt zorg voor publicatie ervan op een geschikte wijze.
Artikel 12
| 1. | De netbeheerder meldt aan Onze Minister onverwijld na zijn aanwijzing zijn naam en adres en de naam en het adres van zijn aandeelhouders en zendt aan Onze Minister een beschrijving van het net dat door hem zal worden beheerd. Ten minste eenmaal per jaar meldt hij aan Onze Minister iedere wijziging van de namen of adressen en zendt hij hem een beschrijving van de wijziging van het net dat door hem wordt beheerd. |
| 2. | De aanwijzing behoeft de instemming van Onze Minister. Onze Minister onthoudt zijn instemming of kan voorschriften verbinden aan de instemming, indien niet is voldaan aan de artikelen 10a, 10b, 11, 11a of 11b of indien de aangewezen netbeheerder in onvoldoende mate in staat zal zijn aan een verplichting als bedoeld in de artikelen 7, 16Aa, 18a of 78 te voldoen, een taak als bedoeld in artikel 16, eerste of tweede lid, 16a of 16b, uit te voeren dan wel een verbod als bedoeld in artikelen 17, 17a of 18 na te leven. |
| 3. | Indien Onze Minister voorschriften verbindt aan zijn instemming, strekken deze er slechts toe de geconstateerde tekortkomingen, bedoeld in het tweede lid, weg te nemen. |
Artikel 13
| 1. | Indien het aanwijzen van een netbeheerder als bedoeld in artikel 10, tweede of derde lid, niet is geschied binnen vier weken na de aanleg van een net dan wel onverwijld na het intrekken of vervallen van een eerdere aanwijzing, wijst Onze Minister een naamloze of besloten vennootschap aan als netbeheerder van dat net. |
| 2. | Indien Onze Minister vaststelt dat niet meer voldaan wordt aan de artikelen 10a, 10b, 11, 11a of 11b of dat een netbeheerder in onvoldoende mate in staat is of zal zijn om aan een verplichting als bedoeld in de artikelen 7, 16Aa, 18a of 78 te voldoen, om een taak als bedoeld in artikel 16, 16a of 16b uit te voeren of indien hij artikel 17, 17a of 18 niet naleeft, kan hij de desbetreffende netbeheerder opdragen door hem noodzakelijk geachte voorzieningen te treffen. |
| 3. | Indien de netbeheerder niet voldoet aan een opdracht als bedoeld in het tweede lid, indien hij vaststelt dat opdrachten, bedoeld in artikel 13a, eerste lid, niet worden uitgevoerd of indien naar het oordeel van Onze Minister door de bedrijfsvoering van deze netbeheerder de continuteit of de betrouwbaarheid van de elektriciteitsvoorziening voor afnemers in gevaar komt en onverwijld ingrijpen noodzakelijk is, kan Onze Minister:
|
| 4. | In een beschikking als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, bepaalt Onze Minister de termijn waarop die aanwijzing vervalt en kan hij degene die de netbeheerder, bedoeld in de aanhef van het derde lid, heeft aangewezen in de gelegenheid stellen binnen een door Onze Minister te bepalen termijn een andere netbeheerder aan hem ter aanwijzing voor te dragen. Onze Minister kan deze termijn eenmaal verlengen. |
| 5. | Onze Minister kan voor de periode totdat een beschikking als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, in werking treedt, artikel 13a toepassen. |
| 6. | Uiterlijk op de dag waarop een beschikking als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, in werking treedt, draagt de netbeheerder, niet zijnde de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, de economische eigendom van het net over aan de door Onze Minister aangewezen nieuwe netbeheerder. Degene die de netbeheerder, bedoeld in de aanhef van het derde lid, heeft aangewezen, verleent daaraan voor zover nodig zijn medewerking. |
| 7. | De overdracht van de economische eigendom, bedoeld in het zesde lid, geschiedt tegen verrichting van een tegenprestatie waarvan de waarde uiterlijk op de in dat lid bedoelde dag is vastgesteld en die ten hoogste de opbrengst vertegenwoordigt van de exploitatie van het net, zoals deze op basis van algemene bedrijfseconomische uitgangspunten kan worden afgeleid van de door de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit in de daaraan voorafgaande periode van vijf jaar vastgestelde tarieven met betrekking tot het netbeheer. Deze tegenprestatie kan zowel bestaan uit een periodieke uitkering als uit een contant bedrag ineens. |
| 8. | Onze Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde in dit artikel. |
Artikel 13a
- 1.
- Onze Minister kan de netbeheerder aanzeggen dat hij vanaf een bepaald tijdstip de opdrachten dient op te volgen die aan hem worden verstrekt door een door Onze Minister aangewezen persoon. Bij de aanzegging geeft Onze Minister aan ter bescherming van welk belang de aanzegging geschiedt. Bij de aanzegging kunnen voorschriften en beperkingen worden gesteld aan de te geven opdrachten. De aangewezen persoon verstrekt uitsluitend opdrachten ter bescherming van het belang, bedoeld in de tweede volzin.
- 2.
- De netbeheerder verschaft de door Onze Minister aangewezen persoon desgevraagd alle medewerking.
- 3.
- Onze Minister kan te allen tijde de door hem aangewezen persoon vervangen door een andere persoon.
- 4.
- De door Onze Minister aangewezen persoon oefent zijn bevoegdheid uit gedurende een door Onze Minister in de aanzegging bepaalde termijn. Deze termijn bedraagt ten hoogste zes maanden indien het betreft een aanzegging als bedoeld in artikel 13, derde lid, onderdeel b. Deze termijn kan eenmaal met ten hoogste zes maanden worden verlengd.
- 5.
- Voor schade ten gevolge van handelingen die zijn verricht in strijd met een opdracht als bedoeld in het eerste lid, zijn bestuurders persoonlijk aansprakelijk tegenover de netbeheerder.
Artikel 14
| 1. | Degenen, bedoeld in artikel 10, tweede of derde lid, kunnen met inachtneming van een redelijke termijn de aanwijzing als netbeheerder vervangen door een aanwijzing van een andere naamloze of besloten vennootschap als netbeheerder. |
| 2. | In geval van fusie, splitsing, ontbinding of faillissement van de vennootschap die als netbeheerder is aangewezen, vervalt de aanwijzing als netbeheerder van rechtswege en wijzen degenen, bedoeld in artikel 10, tweede en derde lid, onverwijld een naamloze of besloten vennootschap als netbeheerder aan. Deze vennootschap kan dezelfde zijn als de vennootschap die daarvoor als netbeheerder was aangewezen. |
| 3. | Degenen, bedoeld in artikel 10, tweede en derde lid, wijzen voor afloop van de periode, bedoeld in artikel 10, vierde lid, een naamloze of besloten vennootschap als netbeheerder aan voor de daarop aansluitende periode. Deze vennootschap kan dezelfde zijn als de vennootschap die daarvoor als netbeheerder was aangewezen. |
| 4. | De artikelen 10 tot en met 13 zijn van overeenkomstige toepassing op de aanwijzing als netbeheerder, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid. |
Artikel 15
- 1.
- Het gebod, bedoeld in artikel 10, derde lid, geldt niet voor zover het een net betreft met een spanningsniveau van ten hoogste 0,4 kV en een verbruik van ten hoogste 0,1 GWh per jaar, en een ander dan een leverancier of een netbeheerder een recht van gebruik heeft van dat net.
- 2.
- Onze Minister kan op diens aanvraag aan degene aan wie een ander net dan
het landelijk hoogspanningsnet toebehoort een ontheffing verlenen van het
gebod, bedoeld in artikel 10, derde lid, voor zover het een net betreft waarop
een beperkt aantal andere natuurlijke personen of rechtspersonen zijn aangesloten
en:
- a.
- het net bestemd is om de aanvrager te voorzien van elektriciteit dan wel om het centrale bedrijfsproces van de aanvrager te ondersteunen, of
- b.
- het net bestemd is om een aantal samenwerkende natuurlijke personen of rechtspersonen te voorzien van elektriciteit en de samenwerking van deze personen een betrouwbaar, duurzaam, doelmatig en milieuhyginisch verantwoord functionerende energiehuishouding in hun vestigingen ten doel heeft, of
- c.
- ten aanzien van het net kwaliteitseisen van toepassing zijn die in betekenende mate afwijken van de voorwaarden die de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit op grond van artikel 36 of 37 heeft vastgesteld, en
- d.
- de aanvrager geen netbeheerder is en niet in een groepsmaatschappij met een netbeheerder verbonden is.
- 3.
- Indien een ontheffing als bedoeld in het tweede lid is verleend, sluit de ontheffinghouder een overeenkomst met de netbeheerder van het net waarop zijn net is aangesloten om te waarborgen dat de uitvoering van de taken van die netbeheerder niet wordt belemmerd.
- 4.
- Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden met betrekking tot de aansluiting op het net, de toegang tot het net, het uitvoeren van taken als bedoeld in artikel 16, eerste lid, 16a of 16b en met betrekking tot de tarieven en voorwaarden die daarbij gehanteerd moeten worden. Tevens int degene aan wie ontheffing is verleend bij de afnemers het tarief voor de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie, bedoeld in artikel 72aa, en draagt aan het eind van iedere maand alle ontvangen tarieven af aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet. Artikel 16b is van overeenkomstige toepassing.
- 5.
- Onze Minister kan een ontheffing intrekken indien degene aan wie de ontheffing
is verleend:
- a.
- niet langer voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid,
- b.
- in strijd handelt met het derde lid of de voorschriften, bedoeld in het vierde lid, of
- c.
- bij de aanvraag om een ontheffing onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag zou hebben geleid.
- 6.
- In afwijking van het tweede lid, onderdeel d, kan aan een aanvrager die in een groepsmaatschappij met een netbeheerder is verbonden een ontheffing worden verleend, indien van hem in redelijkheid niet kan worden verwacht dat hij een netbeheerder aanwijst voor het net waarop de aanvraag betrekking heeft. Een netbeheerder onthoudt zich van bemoeienis met het beheer van het net waarop de ontheffing betrekking heeft.
2. Taken en verplichtingen van de netbeheerder
Artikel 16
| 1. | De netbeheerder heeft in het kader van het beheer van de netten in het voor hem krachtens artikel 36 of 37 vastgestelde gebied tot taak:
|
| 2. | In aanvulling op de taken, bedoeld in het eerste lid, heeft de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet tevens tot taak:
|
| 3. | Het is anderen dan de desbetreffende netbeheerder verboden een taak uit te voeren als bedoeld in het eerste of tweede lid, behoudens voor zover het betreft het realiseren van de aansluiting van een afnemer als bedoeld in artikel 16c, het aanleggen van een landsgrensoverschrijdend net als bedoeld in het zesde lid of het aanleggen, beheren en onderhouden van een net als bedoeld in artikel 15, eerste of tweede lid, dan wel ter uitvoering van een procedure als bedoeld in artikel 20, derde lid. |
| 4. | Producenten, leveranciers en handelaren onthouden zich van iedere bemoeiing met de uitvoering van de taken die op grond van het eerste of tweede lid aan een netbeheerder zijn opgedragen. |
| 5. | Indien een ander dan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet een landsgrensoverschrijdend net heeft aangelegd, heeft de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet tot taak dat net te beheren met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze wet. Indien een ander dan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet een recht van gebruik heeft van een net dat op grond van artikel 10, eerste lid, behoort tot het landelijk hoogspanningsnet, is hij verplicht aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet alle medewerking te verlenen opdat deze zijn taken op grond van het eerste en tweede lid kan uitvoeren. |
| 6. | Indien de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet energie inkoopt ter uitvoering van zijn wettelijke taken, doet hij dit op basis van een transparante, niet-discriminatoire en marktconforme procedure. |
| 7. | Een besluit als bedoeld in het tweede lid, onderdeel f, wordt gepubliceerd in de Staatscourant. |
| 8. | Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ter uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, onderdeel m. Deze regels hebben mede betrekking op de wijze waarop enerzijds de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en anderzijds de producenten, leveranciers, handelaren en afnemers zich jegens elkaar gedragen in verband met de uitvoering van de taak, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d. |
| 9. | De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit brengt advies uit over het ontwerp van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het achtste lid. De voordracht voor een krachtens dit artikel vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. |
| 10. | Tot de voorzieningen die de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet ter uitvoering van zijn taak bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, treft, behoren het voor transport van elektriciteit handhaven van reservecapaciteit die groot genoeg is om de operationele netwerkveiligheid te waarborgen en het samenwerken met netbeheerders waarmee hij een landgrensoverschrijdend net heeft. |
| 11. | Een beslissing tot het aanleggen van een landsgrensoverschrijdend net door de netbeheerder van het landelijke hoogspanningsnet dan wel door een ander als bedoeld in het zesde lid wordt niet genomen dan in nauwe samenwerking met de netbeheerders in andere landen waarmee een landgrensoverschrijdend net tot stand wordt gebracht en andere relevante netbeheerders. |
| 12. | Indien de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet het noodzakelijke acht voorzieningen te treffen als bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdeel d, ter uitvoering van zijn taak de leveringszekerheid voor de lange termijn te waarborgen, verstrekt hij de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit een overzicht van de te nemen maatregelen en de gevolgen van die maatregelen voor afnemers en het functioneren van de markt. De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit zendt het overzicht vergezeld van zijn advies aan Onze Minister. De maatregelen behoeven de goedkeuring van Onze Minister. |
| 13. | Onze Minister verleent zijn goedkeuring niet eerder dan vier weken nadat het overzicht en het advies, bedoeld in het dertiende lid, aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. |
Artikel 16Aa
| 1. | Een netbeheerder verricht de werkzaamheden ter uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 16, eerste en tweede lid, in eigen beheer of tezamen met een of meer andere netbeheerders. |
| 2. | In afwijking van het eerste lid kunnen de navolgende werkzaamheden worden uitbesteed:
|
| 3. | Ingeval van uitbesteding van werkzaamheden als bedoeld in het tweede lid:
|
| 4. | Bij ministerile regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het derde lid, onderdelen a, b en c. |
Artikel 16a
- 1.
- Het is anderen dan de desbetreffende netbeheerder verboden een taak uit te voeren als bedoeld in artikel 16, eerste of tweede lid, behoudens voor zover het betreft het meten van elektriciteit, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel i.
- 2.
- Degene, niet zijnde een netbeheerder, die bij een afnemer de meting van van het net afgenomen en verbruikte of opgewekte en op het net ingevoede elektriciteit verricht, deelt de daarmee verkregen meetgegevens mee aan de desbetreffende afnemer en aan de netbeheerder op wiens net de afnemer is aangesloten.
- 3.
- De netbeheerder deelt het resultaat van de vaststelling, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel h, en de meetgegevens, bedoeld in het tweede lid en in artikel 16, eerste lid, onderdeel i, mee aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet alsmede aan de desbetreffende producent voor zover die nog niet de beschikking heeft over die informatie.
Artikel 16b
| 1. | De netbeheerder heeft in het kader van het beheer van de netten in het voor hem krachtens artikel 36 of 37 vastgestelde gebied tot taak om de tarieven voor de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie, bedoeld in artikel 72aa, te innen met inachtneming van de volgende voorschriften:
|
| 2. | Onze Minister kan bij ministerile regeling nadere regels stellen over:
|
Artikel 16ba [Vervallen per 01-04-2008]
Artikel 16c
| 1. | In afwijking van artikel 16, eerste lid, onderdeel e, kan een afnemer die een aansluiting op het net wenst met een aansluitwaarde groter dan 10 MVA een openbare aanbesteding van de aansluitingswerkzaamheden uitschrijven. |
| 2. | Met een afnemer, bedoeld in het eerste lid, wordt gelijkgesteld een organisatorische eenheid, die zich in hoofdzaak bezig houdt met openbaar vervoer per trein, tram, of trolley, met mijnbouwkundige activiteiten, met het beheer van openbare verlichting of van verkeersregelinstallaties, dan wel met riolering, bemaling, waterzuivering of transport en distributie van water waarbij deze eenheid ingevolge de technische aard van de bedrijfsuitoefening beschikt over verscheidene aansluitingen. |
| 3. | Het bedrijf dat de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, uitvoert, beschikt ten minste over voldoende kennis, deskundigheid en ervaring om een aansluiting op het net te kunnen realiseren. |
| 4. | De afnemer die het verzoek, bedoeld in het eerste lid, doet, verzoekt de netbeheerder die het net beheert om instemming met het realiseren van een aansluiting als bedoeld in het eerste lid. De netbeheerder onthoudt zijn instemming slechts, indien met het verlenen van de gevraagde instemming de betrouwbaarheid van het door hem beheerde net niet langer kan worden gewaarborgd. |
| 5. | Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op het wijzigen, onderhouden en verwijderen van een aansluiting als bedoeld in het eerste of tweede lid. |
Artikel 17
| 1. | Het is de netbeheerder, niet zijnde de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet of een rechtspersoon waarin de netbeheerder een deelneming heeft als bedoeld in artikel 24c van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, niet toegestaan goederen of diensten waarmee zij in concurrentie treden te leveren, tenzij het betreft het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van:
|
| 2. | Indien een netbeheerder, niet zijnde de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, deel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, is het deze groep niet toegestaan om handelingen of activiteiten te verrichten die strijdig kunnen zijn met het belang van het beheer van het desbetreffende net. |
| 3. | Onder handelingen en activiteiten als bedoeld in het tweede lid worden in ieder geval verstaan:
tenzij het verstrekken van zekerheden of het zich aansprakelijk stellen voor schulden door de netbeheerder:
|
| 4. | De statuten van de rechtspersonen die met een netbeheerder, niet zijnde de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, in een groep zijn verbonden, behoeven de goedkeuring van Onze Minister voor zover het betreft de daarin opgenomen doelstellingen van die rechtspersonen. |
Artikel 17a
| 1. | Het is de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet of een rechtspersoon waarin de netbeheerder een deelneming heeft als bedoeld in artikel 24c, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, niet toegestaan goederen of diensten waarmee zij in concurrentie treden te leveren, tenzij het betreft het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van:
|
| 2. | Indien de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet onderdeel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, is het deze groep niet toegestaan om handelingen of activiteiten te verrichten die strijdig kunnen zijn met het belang van het beheer van het landelijk hoogspanningsnet. |
| 3. | De statuten van de rechtspersonen die met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet in een groep zijn verbonden, behoeven de goedkeuring van Onze Minister voor zover het betreft de daarin opgenomen doelstellingen van die rechtspersonen. |
| 4. | De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet verstrekt binnen zes maanden na afloop van ieder kalenderjaar aan de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit een overzicht van de financile middelen waarover hij beschikt ten behoeve van de uitvoering van zijn wettelijke taken, waaruit blijkt welke financile middelen voor de afzonderlijke taken beschikbaar zijn. |
Artikel 18
- 1.
- Indien een met de netbeheerder in een groep verbonden groepsmaatschappij in de zin van artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek activiteiten verricht die de netbeheerder op grond van artikel 17 of 17a niet zelf mag verrichten, mag de netbeheerder of een rechtspersoon waarin de netbeheerder een deelneming heeft als bedoeld in artikel 17 of 17a een dergelijke groepsmaatschappij niet bevoordelen boven anderen waarmee een dergelijke groepsmaatschappij in concurrentie treedt, of anderszins voordelen toekennen die verder gaan dan in normaal handelsverkeer gebruikelijk is.
- 2.
- Als bevoordelen van een groepsmaatschappij als bedoeld in
het eerste lid of het toekennen van voordelen die verder
gaan dan in normaal handelsverkeer gebruikelijk is, worden
in ieder geval aangemerkt:
- a.
- het verstrekken van gegevens aan een groepsmaatschappij over afnemers, niet zijnde niet zijnde afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, die een verzoek als bedoeld in artikel 23 of 24 hebben gedaan;
- b.
- het leveren van goederen of diensten aan een groepsmaatschappij tegen een vergoeding die lager is dan de redelijkerwijs daaraan toe te rekenen kosten, of
- c.
- het toestaan van het gebruik door een groepsmaatschappij van de naam en het beeldmerk van de netbeheerder op een wijze waardoor verwarring bij het publiek te duchten is over de herkomst van goederen of diensten.
- 3.
- De netbeheerder voegt bij zijn jaarrekening een verklaring waaruit blijkt dat de financile verhouding tussen de netbeheerder en de groepsmaatschappijen, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de in het eerste lid gestelde eisen. De netbeheerder legt een exemplaar van zijn jaarrekening, de daartoe behorende toelichting en de daarbij gevoegde verklaring voor een ieder ter inzage in al zijn kantoren en zendt een exemplaar daarvan aan de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit.
Artikel 18a
| 1. | Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent een goed financieel beheer van de netbeheerder. |
| 2. | De in het eerste lid bedoelde regels houden in ieder geval in dat
|
| 3. | In de in het eerste lid bedoelde maatregel kunnen tevens
|
Artikel 19
De netbeheerder gebruikt aan hem verstrekte gegevens over afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, uitsluitend voor het uitvoeren van in deze wet aan de netbeheerder opgedragen taken, met dien verstande dat deze gegevens mede kunnen worden gebruikt voor het ten behoeve van de vergunninghouder innen van de vergoeding voor het leveren van elektriciteit.
Artikel 19a
- 1.
- Een netbeheerder houdt een registratie bij van kwaliteitsindicatoren betreffende het transport van elektriciteit.
- 2.
- De netbeheerder zendt de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit voor 1 maart van elk jaar een afschrift van de registratie van het voorafgaande jaar tezamen met een rapportage waarin de wijzigingen ten opzichte van het daaraan voorafgaande jaar zijn toegelicht. De netbeheerder maakt eveneens voor het tijdstip, bedoeld in de eerste volzin, de rapportage op een geschikte wijze openbaar.
- 3.
- De netbeheerder bewaart de registratie ten minste tien jaar.
- 4.
- De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit kan onderzoek doen naar de deugdelijkheid van de registratie, in het bijzonder doch niet uitsluitend door in het net van de desbetreffende netbeheerder metingen te verrichten of te doen verrichten. De netbeheerder gedoogt dat de metingen in zijn net worden verricht.
- 5.
- Bij ministerile regeling worden regels gesteld over:
- a.
- de inhoud van de registratie en de wijze van registreren;
- b.
- de kwaliteitsindicatoren die in de registratie zijn opgenomen;
- c.
- de rapportage.
- 6.
- De in het vijfde lid bedoelde ministerile regeling kan, ten behoeve van het toezicht op de naleving van dit artikel, mede inhouden dat een door een geaccrediteerde instelling aan een netbeheerder verstrekt certificaat van conformiteit aan het bepaalde bij of krachtens dit artikel, het vermoeden oplevert dat de netbeheerder overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens dit artikel uitvoering geeft aan de verplichting tot registratie.
Artikel 19b
- 1.
- De netbeheerder, met uitzondering van de netbeheerder van het landelijk
hoogspanningsnet, verstrekt binnen zes maanden na afloop van ieder kalenderjaar
aan de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit:
- a.
- een overzicht van de door hem gesloten overeenkomsten met betrekking tot het verrichten van diensten ten behoeve van het netbeheer, vergezeld van afschriften van die overeenkomsten voorzover de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit daarover niet reeds beschikt,
- b.
- een overzicht van het aantal personen dat bij de netbeheerder werkzaam is ter uitvoering van de in artikel 16, 16a en 16b genoemde taken,
- c.
- een overzicht van in het afgelopen jaar gerealiseerde investeringen in het net,
- d.
- een overzicht van de financile middelen waarover hij beschikt ten behoeve van de uitvoering van zijn wettelijke taken, waaruit blijkt welke financile middelen voor de afzonderlijke taken beschikbaar zijn, en
- e.
- een verklaring van een onafhankelijke deskundige omtrent het in onderdeel d bedoelde overzicht.
- 2.
- Bij ministerile regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de overzichten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, en de verklaring, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e.
Artikel 19c
De netbeheerder, met uitzondering van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, draagt er zorg voor dat de afnemers die op zijn net zijn aangesloten een overzicht ontvangen waarop de kosten in verband met die aansluiting overzichtelijk en begrijpelijk zijn gespecificeerd.
Artikel 19d
- 1.
- De netbeheerder, met uitzondering van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, voorziet in een procedure voor de behandeling van klachten van afnemers over het netbeheer.
- 2.
- De in het eerste lid bedoelde procedure voorziet er ten minste in dat:
- a.
- de behandeling van de klacht geschiedt door een persoon die niet bij de gedraging waarop de klacht betrekking heeft, betrokken is geweest,
- b.
- de klager schriftelijk en gemotiveerd in kennis wordt gesteld van de bevindingen naar aanleiding van de klacht en van de conclusies die daaraan worden verbonden, en
- c.
- de klacht zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen acht weken wordt afgehandeld.
Artikel 19e
- 1.
- Een netbeheerder draagt er, al dan niet samen met een of meer andere netbeheerders, zorg voor dat onderbrekingen in het transport van elektriciteit door afnemers op een eenvoudige wijze gemeld kunnen worden en maakt aan afnemers bekend op welke wijze deze meldingen kunnen geschieden.
- 2.
- Een netbeheerder registreert, al dan niet samen met een of meer andere netbeheerders, van de gemelde onderbrekingen, de datum en het tijdstip van het begin van de onderbrekingen, de duur van de onderbrekingen, de locatie, aard en oorzaak van de onderbrekingen alsmede het aantal getroffen afnemers.
- 3.
- Een netbeheerder maakt, al dan niet samen met andere netbeheerders, de actuele stand van zaken betreffende de geregistreerde onderbrekingen in zijn net op geschikte wijze openbaar, en vermeldt daarbij de datum en het tijdstip van het begin van de onderbrekingen, de duur van de onderbrekingen, de locatie, aard en oorzaak van de onderbrekingen alsmede het aantal getroffen afnemers.
3. Aanleg, herstel, uitbreiding of vernieuwing van netten
Artikel 20
| 1. | Een net dat door een netbeheerder is of wordt aangelegd, hersteld, vernieuwd of uitgebreid in het voor hem op grond van artikel 36 of 37 vastgestelde gebied, wordt voor de toepassing van de Belemmeringenwet Verordeningen en de Belemmeringenwet Privaatrecht aangemerkt als openbaar werk van algemeen nut. |
| 2. | Bij algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot daarbij aan te wijzen gebieden regels worden gesteld over de wijze waarop, gelet op het belang van een betrouwbaar, duurzaam, doelmatig en milieuhyginisch verantwoord functionerende energiehuishouding, een afweging wordt gemaakt met betrekking tot de aanleg van een net en de aanleg van leidingen voor het transport van gas of warmte. |
| 3. | Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat een net slechts wordt aangelegd als resultaat van een openbare procedure waarin gegadigden op een te plaatsen opdracht kunnen inschrijven met een aanbieding voor de aanleg van een net of van leidingen voor het transport van gas of warmte. |
Artikel 21
| 1. | Een netbeheerder beschikt over een doeltreffend systeem voor de beheersing van de kwaliteit van zijn transportdienst en over voldoende capaciteit voor het transport van elektriciteit om te voorzien in de totale behoefte. |
| 2. | De netbeheerder dient om het jaar bij de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit een door hem vastgesteld document in waarin hij:
|
| 3. | Bij ministerile regeling worden regels, die kunnen verschillen per spanningsniveau, gesteld over:
|
| 4. | De netbeheerder maakt het document op een geschikte wijze openbaar. |
| 5. | Bij ministerile regeling kan worden bepaald dat een door een geaccrediteerde instelling aan een netbeheerder verstrekt certificaat van conformiteit aan het bepaalde bij of krachtens dit artikel, ten behoeve van het toezicht op de naleving van dit artikel, het vermoeden oplevert dat de netbeheerder een kwaliteitsbeheersingssyteem heeft en daaraan uitvoering geeft overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens dit artikel. |
| 6. | De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet geeft in het document bedoeld in het tweede lid in elk geval aan welke prestaties op het gebied van leveringskwaliteit en operationele netwerkveiligheid hij nastreeft. |
| 7. | De doelstellingen bedoeld in het zesde lid zijn objectief, transparant en niet-discriminatoir. |
| 8. | De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit verleent goedkeuring aan het document bedoeld in het tweede lid voor zover het betreft de prestaties die de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet nastreeft ten aanzien van de leveringskwaliteit en de operationele netwerkveiligheid indien naar het oordeel van de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit blijkt dat deze netbeheerder in voldoende mate en op een doelmatige wijze kan voorzien in de door hem gestelde doelen. |
Artikel 22
| 1. | Indien naar het oordeel van de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit uit de overzichten, bedoeld in artikel 19b of uit het document, bedoeld in artikel 21, of anderszins, blijkt dat een netbeheerder in onvoldoende mate of op een ondoelmatige wijze kan of zal kunnen voorzien in het door hem te bereiken niveau van de kwaliteit van zijn transportdienst of in de totale behoefte aan capaciteit voor het transport van elektriciteit over de door hem beheerde netten, meldt hij zulks na overleg met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en de netbeheerder van het desbetreffende net aan Onze Minister. |
| 2. | Nadat hij een melding heeft ontvangen, kan Onze Minister aan de desbetreffende netbeheerder opdragen voorzieningen te treffen teneinde zeker te stellen dat het transport van elektriciteit in voldoende mate of op een doelmatige wijze plaatsvindt met inachtneming van het bij of krachtens deze wet bepaalde. |
| 3. | Onze Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de opdracht, bedoeld in het tweede lid. |
4. Aansluiting op het net en transport van elektriciteit
Artikel 23
- 1.
- De netbeheerder is verplicht degene die daarom verzoekt te voorzien van een aansluiting op het door hem beheerde net tegen een tarief en tegen andere voorwaarden die in overeenstemming zijn met de paragrafen 5 en 6 van dit hoofdstuk. De netbeheerder verstrekt degene die om een aansluiting op het net verzoekt een gedetailleerde en volledige opgave van de uit te voeren werkzaamheden en de te berekenen kosten van de handelingen, onderscheiden in artikel 28, eerste lid.
- 2.
- De netbeheerder onthoudt zich van iedere vorm van discriminatie tussen degenen jegens wie de verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt.
- 3.
- Een aansluiting wordt door de netbeheerder gerealiseerd binnen een redelijke termijn. Deze redelijke termijn is in ieder geval verstreken wanneer de gevraagde aansluiting niet is gerealiseerd binnen 18 weken nadat het verzoek om een aansluiting bij de netbeheerder is ingediend. De vorige volzin is niet van toepassing op aansluitingen van 10 MVA of hoger.
Artikel 24
- 1.
- De netbeheerder is verplicht aan degene die daarom verzoekt een aanbod te doen om met gebruikmaking van het door hem beheerde net ten behoeve van de verzoeker transport van elektriciteit uit te voeren tegen een tarief en tegen andere voorwaarden die in overeenstemming zijn met de paragrafen 5 en 6 van dit hoofdstuk.
- 2.
- De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor zover de netbeheerder voor het gevraagde transport redelijkerwijs geen capaciteit ter beschikking heeft. Een weigering transport uit te voeren als bedoeld in de vorige volzin is met redenen omkleed. De netbeheerder verschaft degene aan wie transport is geweigerd desgevraagd en ten hoogste tegen kostprijs de relevante gegevens over de maatregelen die nodig zijn om het net te versterken.
- 3.
- De netbeheerder onthoudt zich van iedere vorm van discriminatie tussen degenen jegens wie de verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt.
Artikel 24a
- 1.
- Indien een afnemer van leverancier wisselt, voert de netbeheerder die wisseling uit overeenkomstig bij ministerile regeling te stellen regels.
- 2.
- In de ministerile regeling, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval regels gesteld over de termijn waarbinnen de wisseling moet zijn uitgevoerd en over de bij een verzoek om wisseling te verstrekken gegevens.
Artikel 25
| 1. | Indien de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet maatregelen neemt als bedoeld in artikel 24 van de richtlijn en artikel 6 van de Verordening maakt hij daarbij geen onderscheid tussen landgrensoverschrijdende en niet-landgrensoverschrijdende contracten. |
| 2. | De maatregelen worden genomen op basis van door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet vooraf gedefinieerde criteria met betrekking tot het beheer van onbalans die in nauw overleg met de relevante netbeheerders in andere landen worden vastgesteld. |
| 3. | De maatregelen worden in nauw overleg met de relevante netbeheerders in andere landen genomen met in achtneming van de terzake geldende bilaterale overeenkomsten. |
Artikel 26
| 1. | De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit kan op aanvraag besluiten dat capaciteit op het landsgrensoverschrijdend net voor het transport van elektriciteit tot een door hem te bepalen omvang en voor een door hem te bepalen tijdsduur bij voorrang wordt bestemd voor door hem aan te geven verzoekers om capaciteit voor het transport van elektriciteit, indien die capaciteit uitsluitend is bestemd om op een transparante en niet-discriminatoire wijze, die bijdraagt aan een goede marktwerking op de elektriciteitsmarkt, te worden toegewezen. |
| 2. | Bij het nemen van het besluit, bedoeld in het eerste lid, kan de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit voor het transport van elektriciteit voorwaarden goedkeuren en tarieven vaststellen die afwijken van het bepaalde bij of krachtens de paragrafen 5 en 6 van dit hoofdstuk. |
| 3. | Het besluit, bedoeld in het eerste lid, mag niet het gevolg hebben dat de hoeveelheid capaciteit die de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet reserveert om noodzakelijk transport van elektriciteit in het kader van onderlinge hulp en bijstand ten behoeve van de instandhouding van de integriteit van de netten te kunnen uitvoeren, wordt beperkt. |
| 4. | Een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt bekend gemaakt in de Staatscourant. |
Artikel 26a
| 1. | Een netbeheerder hanteert voorwaarden die redelijk, objectief en niet discriminerend zijn. |
| 2. | Voorwaarden als bedoeld in de artikelen 236 en 237 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek worden vermoed niet redelijk te zijn. |
| 3. | Een voorwaarde is redelijk, wanneer dit blijkt uit de aard, inhoud of wijze van totstandkoming van de betrokken voorwaarde. |
| 4. | Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op een afnemer, bedoeld in artikel 95a, eerste lid. |
| 5. | De artikelen 236 en 237 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek zijn mede van toepassing op voorwaarden in overeenkomsten met afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, die rechtspersoon zijn of handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf. |
5. Tariefstructuren en voorwaarden
Artikel 26b
| 1. | Bij ministerile regeling worden regels gesteld met betrekking tot de tariefstructuren en voorwaarden als bedoeld in de artikelen 27 en 31. |
| 2. | De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit brengt advies uit over het ontwerp van de in het eerste lid bedoelde regels. |
| 3. | Een krachtens het eerste lid vast te stellen ministerile regeling treedt niet eerder in werking dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Het ontwerp wordt vergezeld door het over de ministerile regeling uitgebrachte advies van de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit. |
Artikel 27
| 1. | Met inachtneming van de in artikel 26b bedoelde regels zenden de gezamenlijke netbeheerders aan de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit een voorstel met betrekking tot de door hen jegens afnemers te hanteren tariefstructuren dat de elementen en wijze van berekening beschrijft van het tarief waarvoor afnemers zullen worden aangesloten op een net, van het tarief waarvoor transport van elektriciteit, met inbegrip van de invoer, uitvoer en doorvoer van elektriciteit, ten behoeve van afnemers zal worden uitgevoerd, het tarief waarvoor de systeemdiensten worden verricht en de energiebalans wordt gehandhaafd en het tarief voor meting van elektriciteit bij afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid. |
| 2. | In de tariefstructuren wordt in ieder geval opgenomen dat:
|
| 3. | De tarieven die de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet in rekening brengt voor de handhaving van de energiebalans zijn objectief, transparant, niet-discriminatoir en weerspiegelen de kosten. |
Artikel 28
- 1.
- Het tarief waarvoor afnemers zullen worden aangesloten op
een net heeft uitsluitend betrekking op:
- a.
- het verbreken van het net van de desbetreffende netbeheerder om een fysieke verbinding van de installatie van een afnemer met dat net tot stand te brengen,
- b.
- het installeren van voorzieningen om het net van de desbetreffende netbeheerder te beveiligen en beveiligd te houden en
- c.
- het tot stand brengen en in stand houden van een verbinding tussen de plaats waar het net verbroken is en de voorzieningen om het net te beveiligen.
- 2.
- Het tarief, bedoeld in het eerste lid, wordt in rekening gebracht bij iedere afnemer die door een netbeheerder wordt aangesloten op een net dat wordt beheerd door een netbeheerder.
- 3.
- De tarieven voor de aansluiting van de afnemers die producent zijn, zijn objectief, transparant en niet-discriminatoir, waarbij rekening wordt gehouden met de kosten en baten van de onderscheiden technieken met betrekking tot duurzame energiebronnen, decentrale productie en warmtekrachtkoppeling.
Artikel 29
- 1.
- Het tarief waarvoor transport van elektriciteit zal worden uitgevoerd ten behoeve van afnemers, heeft betrekking op de ontvangst van elektriciteit door een afnemer, ongeacht de plaats van opwekking van de elektriciteit en van de aansluiting waar de elektriciteit op het Nederlandse net is gebracht, of op het invoeden van elektriciteit door een afnemer, ongeacht de plaats van ontvangst van de elektriciteit.
- 2.
- Het tarief, bedoeld in het eerste lid, wordt in rekening gebracht bij iedere afnemer die een aansluiting heeft op een net dat wordt beheerd door een netbeheerder. De tarieven voor de ontvangst van elektriciteit kunnen verschillen voor verschillende afnemers, afhankelijk van het spanningsniveau van het net waarop de elektriciteit wordt ontvangen, en de tarieven voor het invoeden van elektriciteit kunnen verschillen voor verschillende afnemers, afhankelijk van het spanningsniveau van het net waarop de elektriciteit wordt ingevoed.
- 3.
- Onze Minister stelt de tariefdrager vast voor het transportafhankelijke element van het tarief, bedoeld in het eerste lid. Het transportonafhankelijke element van het tarief, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgedrukt in een bedrag in euro. Het transporttarief wordt berekend per aansluiting. Voor de toepassing van het transporttarief wordt een streng van lichtmasten geacht te beschikken over n aansluiting.
- 4.
- In aanvulling op het bepaalde bij of krachtens het eerste, tweede en derde lid, kunnen bij algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld met betrekking tot het tarief waarvoor transport van elektriciteit zal worden uitgevoerd ten behoeve van bij die maatregel aan te geven afnemers dan wel voor daarbij te omschrijven transport van elektriciteit.
- 5.
- Het tarief, bedoeld in het eerste lid, dient mede ter dekking van de kosten die zijn verbonden aan verplichtingen die voor het tijdstip van intrekking van de Elektriciteitswet 1989 door de aangewezen vennootschap zijn aangegaan met betrekking tot de aanleg van een verbinding voor het transport van elektriciteit tussen Nederland en Noorwegen.
Artikel 30
- 1.
- Het tarief voor het verrichten van de systeemdiensten heeft
betrekking op:
- a.
- het reservevermogen en regelvermogen,
- b.
- de black-start-voorzieningen en
- c.
- de overige systeemdiensten.
- 2.
- Het tarief, bedoeld in het eerste lid, wordt in rekening gebracht bij iedere afnemer die elektriciteit verbruikt en een aansluiting heeft op een net dat wordt beheerd door een netbeheerder.
- 3.
- Het tarief, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgedrukt in een bedrag per verbruikte hoeveelheid elektriciteit in kWh.
- 4.
- Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het tarief, bedoeld in het eerste lid, in rekening wordt gebracht bij de afnemer, bedoeld in het tweede lid, en bij iedere afnemer die een hoeveelheid elektriciteit opwekt en op het net invoedt, dan wel verbruikt op de eigen installatie. In dat geval wordt het tarief uitgedrukt in een bedrag per opgewekte dan wel verbruikte hoeveelheid elektriciteit in kWh.
Artikel 30a
Het tarief voor de meting van elektriciteit bij afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, heeft betrekking op:
| a. | het gebruik van de ter beschikking gestelde meter; |
| b. | de vaststelling van de van het net afgenomen en verbruikte elektriciteit; |
| c. | de vaststelling van de op het net ingevoede elektriciteit; |
| d. | het meedelen van de gegevens aan de desbetreffende afnemer en aan de netbeheerder op wiens net de afnemer is aangesloten. |
Artikel 31
| 1. | Met inachtneming van de in artikel 26b bedoelde regels zenden de gezamenlijke netbeheerders aan de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit een voorstel voor de door hen jegens afnemers te hanteren voorwaarden met betrekking tot:
|
| 2. | In de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, worden in ieder geval voorwaarden opgenomen met betrekking tot de programma-verantwoordelijkheid, waarbij wordt bepaald dat de programma-verantwoordelijkheid kan worden overgedragen aan een ander, met uitzondering van een netbeheerder. |
| 3. | In de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden in ieder geval voorwaarden gesteld omtrent de eisen waaraan een bedrijf, dat de werkzaamheden bedoeld in artikel 16c, eerste lid, uitvoert, moet voldoen. |
| 4. | In de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden in ieder geval voorwaarden gesteld voor het bepalen van de omvang van de capaciteit voor het transport van elektriciteit over het landsgrensoverschrijdend net en voor het toewijzen van de beschikbare capaciteit op dat net, waaronder tevens begrepen wordt het veilen van capaciteit dan wel het volgens een andere marktconforme methode toewijzen van capaciteit, en het toewijzen van capaciteit die een afnemer niet gebruikt. De voorwaarden bevatten de nodige voorzieningen gericht op het voorkomen van belemmeringen voor goede marktwerking. |
| 5. | De omvang van de capaciteit die toegewezen kan worden door middel van een veiling of een andere marktconforme methode is ten hoogste de totale omvang van de capaciteit voor het transport van elektriciteit over het landsgrensoverschrijdend net na aftrek van:
|
| 6. | De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet benut de opbrengst van het veilen of op een andere marktconforme methode toewijzen van capaciteit overeenkomstig de regeling, bedoeld in het vierde lid, voor het opheffen van beperkingen in de transportcapaciteit op landsgrensoverschrijdende netten dan wel voor andere, door de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit te bepalen doelen. |
| 7. | De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet voert een afzonderlijke boekhouding met betrekking tot de opbrengst van het veilen of op een andere marktconforme methode toewijzen van capaciteit. Artikel 43 is van overeenkomstige toepassing. |
| 8. | De voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, kunnen mede betrekking hebben op de wijze waarop de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet enerzijds en afnemers, leveranciers en de overige netbeheerders anderzijds zich jegens elkaar gedragen. |
| 9. | Onze Minister kan, in aanvulling op de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, nadere regels stellen over:
|
| 10. | De voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, bepalen dat een vordering tot betaling van een schuld van een afnemer ter zake van geleverde diensten als bedoeld in artikel 27, eerste lid, wordt gedaan binnen twee jaren nadat de vordering opeisbaar is geworden en dat bij gebreke daarvan de vordering vervalt. De eerste volzin is niet van toepassing indien het uitblijven van bedoelde vordering, een onjuiste vordering daaronder begrepen, het rechtstreekse gevolg is van een daartoe gerichte opzettelijke gedraging van de afnemer. |
| 11. | Tot de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, behoren in elk geval door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet vast te stellen minimale voorschriften en verplichtingen inzake operationele netwerkveiligheid waarvan deel uitmaakt de vaststelling van het niveau van voorzienbare omstandigheden waarin de operationele netwerkveiligheid gehandhaafd moet blijven. |
| 12. | In de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, f en g, wordt vastgelegd dat netten met een spanningsniveau van 110 kV of hoger zodanig zijn ontworpen of in werking zijn dat het transport van elektriciteit, ook indien zich een enkelvoudige storing voordoet, verzekerd is. |
Artikel 31a
| 1. | Het is een afnemer, leverancier of handelaar verboden al dan niet middellijk of onder voorwaarden de beschikking te hebben over een hoeveelheid transportcapaciteit op het landsgrensoverschrijdende net die groter is dan 400 MW. |
| 2. | Onze Minister kan op verzoek voor gebruikers van delen van het landsgrensoverschrijdend net waarvoor een ontheffing als bedoeld in artikel 86c is verleend, een afwijkende verdeling van transportcapaciteit vaststellen. Onze Minister kan aan de verdeling, bedoeld in de eerste volzin, voorschriften verbinden. |
| 3. | Onder de beschikking hebben over transportcapaciteit als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan het beschikken over transportcapaciteit door de afnemer, leverancier of handelaar zelf, dan wel tezamen met anderen, die werkzaam zijn voor de afnemer, leverancier of handelaar, die in een groep in de zin van artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek verbonden zijn met de afnemer, leverancier of handelaar, die in de zin van artikel 24c van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek een deelneming hebben in de afnemer, leverancier of handelaar, of die anderszins met de afnemer, leverancier of handelaar verbonden zijn. |
| 4. | Onze Minister kan op voorstel van de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit de hoeveelheid van 400 MW, bedoeld in het eerste lid, wijzigen, indien de ontwikkeling van de elektriciteitsmarkt daartoe aanleiding geeft. |
| 5. | De hoofdstukken 6, 7, 8, met uitzondering van paragraaf 2, 9, 11 en 12 van de Mededingingswet zijn van overeenkomstige toepassing in geval van overtreding van dit artikel. |
Artikel 31b
Bij ministerile regeling worden, voor zover noodzakelijk ter uitvoering van de richtlijn, regels gesteld die de netbeheerder in acht moet nemen jegens afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid.
Artikel 31c
| 1. | De in artikel 31, eerste lid, onderdeel b, bedoelde voorwaarden staan toe dat er op verzoek van een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, een meter ter beschikking wordt gesteld, waarmee zowel de aan het net onttrokken elektriciteit als de ingevoede elektriciteit kan worden gemeten, indien het een afnemer betreft die duurzame elektriciteit opwekt. |
| 2. | Voor afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, die per jaar minder dan 3000 kWh duurzame elektriciteit invoeden op het net, berekent de netbeheerder de stand van de in het eerste lid bedoelde meter, ten behoeve van de jaarlijkse rekening van de leverancier, door de aan het net onttrokken elektriciteit te verminderen met de op het net ingevoede elektriciteit. |
Artikel 32
| 1. | De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet of ten minste een derde van het aantal overige netbeheerders kan de gezamenlijke netbeheerders verzoeken een voorstel te doen tot wijziging van de tariefstructuren of de voorwaarden, bedoeld in de artikelen 27 en 31, onder opgave van de redenen die naar zijn oordeel een dergelijke wijziging noodzakelijk maken. |
| 2. | Indien naar zijn oordeel wijziging van de tariefstructuren of de voorwaarden, bedoeld in de artikelen 27 en 31, noodzakelijk is, zendt de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit een ontwerp van een besluit tot wijziging van de tariefstructuren of de voorwaarden aan de gezamenlijke netbeheerders en de representatieve organisaties van partijen op de elektriciteitsmarkt. |
| 3. | In een voorstel of een ontwerp van een besluit tot wijziging van de tariefstructuren of de voorwaarden worden die onderdelen, bedoeld in artikel 27 of 31, opgenomen waarvan wijziging wordt verzocht. |
Artikel 33
| 1. | De gezamenlijke netbeheerders voeren overleg met representatieve organisaties van partijen op de elektriciteitsmarkt over de voorstellen met betrekking tot de tariefstructuren en de voorwaarden, bedoeld in de artikelen 27, 31 en 32, eerste lid. |
| 2. | In de voorstellen die aan de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit worden gezonden, geven de gezamenlijke netbeheerders aan welke gevolgtrekkingen zij hebben verbonden aan de zienswijzen die de organisaties, bedoeld in het eerste lid, naar voren hebben gebracht. |
| 3. | De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet voert overleg met de netbeheerders in andere landen waarmee een landgrensoverschrijdend net tot stand is gebracht over de voorschriften en verplichtingen inzake operationele netwerkveiligheid als bedoeld in artikel 31, elfde lid, voordat hij die voorschriften en verplichtingen vaststelt. |
Artikel 34
| 1. | De gezamenlijke netbeheerders zenden een voorstel met betrekking tot de wijziging van de tariefstructuren of de voorwaarden aan de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit binnen twaalf weken na het tijdstip waarop een verzoek als bedoeld in artikel 32, eerste lid, wordt gedaan. |
| 2. | De gezamenlijke netbeheerders en de representatieve organisaties van partijen op de elektriciteitsmarkt kunnen hun zienswijze op een ontwerp van een besluit tot wijziging van de tariefstructuren of de voorwaarden aan de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit kenbaar maken binnen twaalf weken na het tijdstip waarop het ontwerp van het besluit op grond van artikel 32, tweede lid, aan hen is gezonden. |
Artikel 35 [Vervallen per 14-07-2004]
Artikel 36
| 1. | De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit stelt de tariefstructuren en voorwaarden vast met inachtneming van:
|
| 2. | De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit stelt de voorwaarden niet vast dan nadat hij zich met inachtneming van artikel 5 van de richtlijn ervan vergewist heeft dat de voorwaarden de interoperabiliteit van de netten garanderen en objectief, evenredig en niet-discriminatoir zijn, alsmede voor zover dat op grond van de notificatierichtlijn noodzakelijk is, aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen in ontwerp zijn meegedeeld en de van toepassing zijnde termijnen, bedoeld in artikel 9 van de notificatierichtlijn, zijn verstreken. |
| 3. | Indien een voorstel als bedoeld in artikel 27, 31 of 32 naar het oordeel van de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit in strijd is met het belang, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, c, d, e of f, met de regels, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g of of met de eisen, bedoeld in het tweede lid, draagt de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit de gezamenlijke netbeheerders op het voorstel onverwijld zodanig te wijzigen dat deze strijd wordt opgeheven. Artikel 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. |
| 4. | Indien de gezamenlijke netbeheerders niet binnen vier weken het voorstel wijzigen overeenkomstig de opdracht van de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit, bedoeld in het derde lid, stelt de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit de tariefstructuren of de voorwaarden vast onder het aanbrengen van zodanige wijzigingen dat deze in overeenstemming zijn met de belangen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b tot en met f, met de regels, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g of, en met de eisen, bedoeld in het tweede lid. |
Artikel 37
- 1.
- Nadat de termijn, bedoeld in artikel 34, is verstreken, stelt de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit de tariefstructuren of de voorwaarden vast met inachtneming van de voorstellen van netbeheerders en van artikel 36, eerste en tweede lid. Indien een voorstel als bedoeld in artikel 34 niet binnen de daarbij aangegeven termijn aan de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit is gezonden, stelt deze de tariefstructuren of de voorwaarden uit eigen beweging vast met inachtneming van artikel 36, eerste en tweede lid.
- 2.
- Indien de gezamenlijke netbeheerders niet binnen de termijn, bedoeld in artikel 34, derde lid, hun zienswijze op een ontwerp van een besluit als bedoeld in dat artikellid aan de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit kenbaar maken, stelt deze het besluit tot wijziging van de tariefstructuren of de voorwaarden uit eigen beweging vast met inachtneming van artikel 36, eerste en tweede lid.
Artikel 37a
| 1. | De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit kan op aanvraag bij beschikking een ontheffing verlenen van de tariefstructuren en de voorwaarden. Bij zijn beslissing neemt de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit de belangen als bedoeld in artikel 36, eerste lid, onderdelen b tot en met f en de regels, bedoeld in artikel 36, eerste lid, onderdeel g, in acht. |
| 2. | De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit stelt beleidsregels op met betrekking tot de procedure voor aanvraag van een ontheffing. De beleidsregels worden bekendgemaakt in de Staatscourant. |
| 3. | De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit kan voorschriften en beperkingen verbinden aan de ontheffing. De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit kan de voorschriften en de opgelegde beperkingen wijzigen. |
| 4. | De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit trekt de ontheffing in op daartoe strekkend schriftelijk verzoek van de houder van de ontheffing. |
| 5. | De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit kan een ontheffing intrekken, indien:
|
| 6. | Een op grond van dit artikel genomen beschikking wordt bekendgemaakt in de Staatscourant. |
Artikel 38
- 1.
- De tariefstructuren en de voorwaarden treden in werking op een door de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit te bepalen datum en gelden voor onbepaalde tijd.
- 2.
- Van de besluiten betreffende de vaststelling van de tariefstructuren en de voorwaarden alsmede de wijziging daarvan wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
- 3.
- Iedere netbeheerder legt een exemplaar van de tariefstructuren en de voorwaarden voor een ieder ter inzage in al zijn vestigingen.
- 4.
- Na de vaststelling van de voorwaarden gelden deze als minimumeisen voor de technische veiligheid en voor het technisch ontwerp en de exploitatie van de installaties en netten, bedoeld in artikel 5 van de richtlijn.
Artikel 39
- 1.
- Netbeheerders zenden de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit voor 1 maart van elk jaar een rapportage omtrent de naleving door hen van de kwaliteitscriteria, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f.
- 2.
- De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit vermeldt de bevindingen die hij ontleent aan rapportages als bedoeld in het eerste lid in het verslag, bedoeld in artikel 9.
6. Tarieven en boekhouding van de netbeheerder
Artikel 40
De tarieven voor de diensten ter uitvoering van de taken, genoemd in artikel 16, eerste lid, worden vastgesteld overeenkomstig de artikelen 41 tot en met 41d.
Artikel 40a
De tarieven voor de meting van elektriciteit bij afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, als bedoeld in artikel 30a, worden vastgesteld door de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit na overleg met de gezamenlijke netbeheerders en met representatieve organisaties van partijen op de elektriciteitsmarkt. Bij ministerile regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot procedure tot vaststelling van de tarieven voor de meting van elektriciteit bij afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid en de wijze van berekening van deze tarieven.
Artikel 41
- 1.
- De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit stelt na overleg met de gezamenlijke netbeheerders en met representatieve organisaties van partijen op de elektriciteitsmarkt, met inachtneming van het belang dat door middel van marktwerking ten behoeve van afnemers de doelmatigheid van de bedrijfsvoering en de meest doelmatige kwaliteit van het transport worden bevorderd, voor netbeheerders, met uitzondering van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, de methode tot vaststelling van de korting ter bevordering van de doelmatige bedrijfsvoering, van de kwaliteitsterm en van het rekenvolume van elke tariefdrager waarvoor een tarief wordt vastgesteld, vast.
- 2.
- Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor vaststelling van de methode tot vaststelling van de korting ter bevordering van de doelmatige bedrijfsvoering en van het rekenvolume van elke tariefdrager waarvoor een tarief wordt vastgesteld voor de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet.
- 3.
- De korting ter bevordering van de doelmatige bedrijfsvoering heeft onder meer ten doel te bereiken dat de netbeheerder in ieder geval geen rendement kan behalen dat hoger is dan in het economische verkeer gebruikelijk en dat de gelijkwaardigheid in de doelmatigheid van de netbeheerders wordt bevorderd.
- 4.
- De kwaliteitsterm geeft de aanpassing van de tarieven in verband met de geleverde kwaliteit aan en heeft ten doel netbeheerders te stimuleren om de kwaliteit van hun transportdienst te optimaliseren.
- 5.
- De rekenvolumina die een netbeheerder gebruikt bij het voorstel, bedoeld in artikel 41b, zijn gebaseerd op daadwerkelijk gefactureerde volumina in eerdere jaren, of worden door de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit geschat indien deze betrekking hebben op nieuwe tarieven.
Artikel 41a
- 1.
- Ten behoeve van het voorstel, bedoeld in artikel 41b, stelt de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit voor iedere netbeheerder afzonderlijk voor een periode van ten
minste drie en ten hoogste vijf jaar vast:
- a.
- de korting ter bevordering van de doelmatige bedrijfsvoering,
- b.
- de kwaliteitsterm, en
- c.
- het rekenvolume van elke tariefdrager waarvoor een tarief wordt vastgesteld.
- 2.
- De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit kan het in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde rekenvolume gedurende de in dit lid bedoelde periode wijzigen.
Artikel 41b
| 1. | Iedere netbeheerder zendt jaarlijks voor 1 oktober aan de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit een voorstel voor de tarieven die deze netbeheerder ten hoogste zal berekenen voor de uitvoering van de taken genoemd in artikel 16, eerste lid, met inachtneming van:
|
| 2. | Een netbeheerder kan, gelijktijdig met het voorstel, bedoeld in het eerste lid, een voorstel doen voor een tariefverhoging ter dekking van de kosten voor een uitzonderlijke en aanmerkelijke investering ter uitbreiding van het door de netbeheerder beheerde net. |
Artikel 41c
- 1.
- De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit stelt de tarieven, die kunnen verschillen voor de verschillende netbeheerders en voor onderscheiden tariefdragers, jaarlijks vast.
- 2.
- De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit kan de tarieven die zullen gelden in het jaar
t corrigeren, indien de tarieven die golden in dat jaar of de jaren voorafgaand
aan het jaar t:
- a.
- bij rechterlijke uitspraak of met toepassing van artikel 6:18 van de Algemene wet bestuursrecht zijn gewijzigd;
- b.
- zijn vastgesteld met inachtneming van onjuiste of onvolledige gegevens en de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit, indien hij de beschikking had over juiste of volledige gegevens, tarieven zou hebben vastgesteld die in aanmerkelijke mate zouden afwijken van de vastgestelde tarieven;
- c.
- zijn vastgesteld met gebruikmaking van geschatte gegevens en de feitelijke gegevens daarvan afwijken.
- 3.
- Indien een voorstel niet binnen de termijn, bedoeld in artikel 41b, eerste lid, aan de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit is gezonden, stelt deze de tarieven voor de desbetreffende netbeheerder uit eigen beweging vast met inachtneming van artikel 41b.
Artikel 41d
- 1.
- In afwijking van artikel 41a wordt voor de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet geen kwaliteitsterm vastgesteld.
- 2.
- De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit stelt voor de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet jaarlijks het verschil vast tussen de totale inkomsten uit de tarieven, bedoeld in artikel 41b, eerste lid, onderdeel d, en de gerealiseerde totale inkomsten uit de tarieven. Bij de eerstvolgende vaststelling van de tarieven verwerkt de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit het verschil in de tarieven.
Artikel 41e
| 1. | De tarieven voor diensten ter uitvoering van de taken, genoemd in artikel 16, tweede lid, worden vastgesteld overeenkomstig dit artikel. |
| 2. | Voor elke taak van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, genoemd in artikel 16, tweede lid, stelt de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit de methode van regulering vast, voor een periode van ten minste drie en ten hoogste vijf jaar, na overleg met de gezamenlijke netbeheerders en met representatieve organisaties van partijen op de elektriciteitsmarkt en met inachtneming van het belang dat de doelmatigheid van de bedrijfsvoering en de meest doelmatige kwaliteit van uitvoering van deze taken worden bevorderd. |
| 3. | De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet zendt jaarlijks voor 1 oktober aan de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit een voorstel voor de tarieven voor uitvoering van de taken, genoemd in artikel 16, tweede lid, met inachtneming van de tariefstructuren vastgesteld op grond van artikel 36 of 37. |
| 4. | De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit stelt de tarieven vast overeenkomstig artikel 41c, eerste en tweede lid. |
| 5. | Indien een voorstel niet binnen de termijn, bedoeld in het derde lid, aan de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit is gezonden, stelt deze de tarieven uit eigen beweging vast met inachtneming van dit artikel. |
Artikel 42
- 1.
- De tarieven treden in werking op een door de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit te bepalen datum en gelden tot 1 januari van het jaar, volgend op de datum van inwerkingtreding van het besluit tot vaststelling van de tarieven.
- 2.
- Indien op 1 januari de tarieven voor het volgende jaar nog niet zijn vastgesteld, gelden de tarieven tot de datum van inwerkingtreding van het besluit tot vaststelling van de tarieven voor het volgende jaar.
- 3.
- Iedere netbeheerder legt een exemplaar van de voor hem geldende tarieven voor een ieder ter inzage in al zijn vestigingen.
Artikel 43
| 1. | Een netbeheerder is verplicht een afzonderlijke boekhouding te voeren voor het beheer van de netten op grond van zijn taken, bedoeld in de artikelen 16, 16a en 16b. Indien de netbeheerder werkzaamheden verricht als bedoeld in artikel 17 of 17a, voert hij daarvoor eveneens, al dan niet op geconsolideerde basis, een afzonderlijke boekhouding. |
| 2. | De afzonderlijke boekhouding bevat:
|
| 3. | De netbeheerder geeft in de boekhouding aan welke methoden en criteria bij het opstellen daarvan zijn gehanteerd. |
| 4. | Het toerekenen van kosten aan activiteiten als bedoeld in het eerste lid geschiedt in overeenstemming met het daadwerkelijk gebruik van financile of andere middelen voor die activiteiten. |
| 5. | Wijzigingen in de in het tweede lid bedoelde regels voor de afschrijving worden met redenen omkleed in de boekhouding vermeld. |
| 6. | In de toelichting op de jaarrekening wordt elk verwant bedrijf waarmee een netbeheerder een overeenkomst heeft gesloten waarvan de opbrengst of de kosten een bedrag van 4 500 000 te boven gaat, vermeld. Daarbij wordt tevens per bedrijf het aantal van die overeenkomsten gemeld. |
| 7. | Indien een netbeheerder niet reeds uit hoofde van een wettelijke verplichting zijn jaarrekening of een daarmee overeenkomend financieel overzicht openbaar maakt, legt hij die jaarrekening of dat overzicht voor een ieder ter inzage op het kantoor van zijn hoofdvestiging. |
| 8. | Bij ministerile regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de inrichting van de boekhouding voor de in het eerste lid bedoelde activiteiten. |
7. Invoer en uitvoer van elektriciteit
Artikel 44
- 1.
- Eenmaal in elke drie maanden, alsmede op een verzoek daartoe, meldt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet aan Onze Minister alle in die periode tot hem gerichte verzoeken om elektriciteit te transporteren vanuit een land naar Nederland dan wel vanuit Nederland naar een ander land.
- 2.
- Bij ministerile regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de melding, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 45
- 1.
- De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet is
verplicht aan een afnemer die daarom verzoekt, dan wel aan
een leverancier die ten behoeve van een afnemer daarom
verzoekt, een aanbod te doen om elektriciteit te
transporteren vanuit een ander land naar deze afnemer die de
desbetreffende elektriciteit zelf zal verbruiken, indien:
- a.
- deze afnemer jaarlijks meer elektriciteit verbruikt dan een bij ministerile regeling aangegeven hoeveelheid en
- b.
- deze afnemer, gesteld dat hij gevestigd zou zijn in dat andere land, op grond van het recht van dat land zou worden beschouwd als een in aanmerking komende afnemer als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de richtlijn.
- 2.
- De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet is verplicht aan een leverancier die daarom verzoekt, een aanbod te doen om elektriciteit te transporteren vanuit een ander land naar deze leverancier, als deze leverancier, gesteld dat hij gevestigd zou zijn in het andere land, op grond van het recht van dat land zou worden beschouwd als een in aanmerking komende afnemer als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de richtlijn.
- 3.
- De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet is verplicht aan degene die daarom verzoekt, een aanbod te doen om elektriciteit te transporteren, indien op grond van artikel 48 een ontheffing is verleend voor het gevraagde transport van elektriciteit of de Commissie van de Europese Gemeenschappen op grond van artikel 21, tweede lid, onderdeel b, van de richtlijn aan de netbeheerder de verplichting oplegt om het gevraagde transport van elektriciteit uit te voeren.
- 4.
- Bij ministerile regeling worden afnemers, leveranciers, overeenkomsten of landen aangewezen ten aanzien waarvan het eerste lid of het tweede lid van toepassing is.
- 5.
- Indien het andere land geen lid-staat is van de Europese Unie, wordt onder een in aanmerking komende afnemer verstaan een afnemer of leverancier die op grond van het recht van dat land in staat is om elektriciteit uit een ander land af te nemen.
Artikel 46
Indien de afnemer of de leverancier, bedoeld in artikel 45, eerste en tweede lid, ten aanzien waarvan niet bij de in artikel 45, vierde lid, bedoelde ministerile regeling is bepaald dat het eerste lid van dat artikel van toepassing is, in het andere land niet zou worden beschouwd als een in aanmerking komende afnemer als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de richtlijn, is het de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet verboden een aanbod te doen om elektriciteit te transporteren vanuit dat land naar de desbetreffende afnemer of leverancier. Dit verbod geldt niet in de gevallen, bedoeld in artikel 45, derde lid.
Artikel 47
De afnemer of leverancier die verzoekt om elektriciteit te transporteren als bedoeld in artikel 45, eerste of tweede lid, verstrekt de netbeheerder de inlichtingen die deze nodig heeft om te beoordelen of en zo ja, in welke mate, de in Nederland gevestigde afnemer of leverancier op grond van het recht van het andere land zou worden beschouwd als een in aanmerking komende afnemer. In ieder geval geeft hij aan in welk land de desbetreffende elektriciteit is opgewekt en, voor zover het betreft de afnemer, bedoeld in artikel 45, eerste lid, de hoeveelheid elektriciteit die hij jaarlijks verbruikt.
Artikel 48 [Vervallen]
Artikel 49
De afnemer of leverancier wiens transactie als bedoeld in artikel 21, tweede lid, onderdeel b, van de richtlijn, is geweigerd, kan aan Onze Minister verzoeken zijn bevoegdheid, bedoeld in dat artikelonderdeel van de richtlijn, uit te oefenen.
Artikel 50
| 1. | Indien blijkt dat degene die een verzoek heeft gedaan als bedoeld in artikel 45, eerste of tweede lid, daarbij onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en deze op grond van artikel 46 geen aanbod tot het uitvoeren van het desbetreffende transport zou hebben gedaan als juiste en volledige gegevens zouden zijn verstrekt, staakt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet het ten behoeve van die verzoeker uitgevoerde transport van elektriciteit en vernietigt hij de overeenkomst met betrekking tot dat transport. |
| 2. | Indien de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet een overeenkomst heeft vernietigd op grond van het eerste lid, is degene die het verzoek om het desbetreffende transport heeft gedaan, verplicht bij een nieuw verzoek als bedoeld in artikel 45, eerste of tweede lid, schriftelijke verklaringen te voegen van de afnemer of leverancier, inhoudend dat de te transporteren elektriciteit voor hem bestemd is, en van de producent, inhoudend dat de te transporteren elektriciteit door hem zal worden opgewekt. |
| 3. | Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing indien de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet bekend wordt met de onjuistheid of de onvolledigheid van de gegevens nadat hij zijn verbintenis uit de overeenkomst voor het transport van elektriciteit is nagekomen en hij dat heeft gemeld aan degene die het verzoek om het desbetreffende transport van elektriciteit heeft gedaan, dan wel indien Onze Minister een ontheffing als bedoeld in artikel 48 heeft ingetrokken. |
| 4. | Indien het tweede lid van toepassing is, doet de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet geen aanbod om elektriciteit te transporteren als bedoeld in artikel 45, eerste of tweede lid, dan nadat hij de schriftelijke verklaringen heeft ontvangen. |
8. Behandeling van geschillen
Artikel 51
- 1.
- Een partij die een geschil heeft met een netbeheerder over de wijze waarop deze zijn taken en bevoegdheden op grond van deze wet uitoefent, dan wel aan zijn verplichtingen op grond van deze wet voldoet, kan een klacht bij de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit indienen.
- 2.
- De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit beslist op een klacht binnen twee maanden na ontvangst van de klacht. Indien de klacht betrekking heeft op de tarieven voor de aansluiting op het net van een grote productie-eenheid, kan de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit een langere termijn stellen. De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit kan de in de eerste volzin genoemde termijn met twee maanden verlengen als hij aanvullende gegevens nodig heeft. Indien de klager daarmee instemt, is verdere verlenging mogelijk.
- 3.
- De beslissing van de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit is bindend.
- 4.
- Het indienen van een klacht als bedoeld in het eerste lid laat onverlet elke mogelijkheid voor de desbetreffende partij een hem ter beschikking staand rechtsmiddel aan te wenden.
Artikel 52
In het geval van een landsgrensoverschrijdend geschil is de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit onbevoegd te beslissen op een klacht als bedoeld in artikel 51, als de netbeheerder waartegen de klacht is gericht onder de rechtsmacht van een andere lidstaat van de Europese Unie valt.
Hoofdstuk 4 [Vervallen per 01-07-2004]
1 [Vervallen per 01-07-2004]
Artikel 53 [Vervallen per 01-07-2004]
Artikel 54 [Vervallen per 01-07-2004]
Artikel 55 [Vervallen per 01-07-2004]
2 [Vervallen per 01-07-2004]
Artikel 56 [Vervallen per 01-07-2004]
Artikel 57 [Vervallen per 01-07-2004]
Artikel 58
- 1.
- De tarieven, bedoeld in
artikel 57, tweede lid, worden door
Onze Minister vastgesteld met inachtneming van:
- a.
- het belang van het betrouwbaar, duurzaam, doelmatig en milieuhyginisch verantwoord functioneren van de elektriciteitsvoorziening, waaronder begrepen het belang dat door middel van marktwerking ten behoeve van afnemers een doelmatige bedrijfsvoering en kostenverlaging worden bevorderd en het belang van beschermde afnemers om tegen redelijke voorwaarden verzekerd te zijn van levering van elektriciteit, in het bijzonder vanwege het effect van een doelmatige bedrijfsvoering door vergunninghouders, die mede inhoudt de inkoop van elektriciteit en van energiebronnen bestemd voor opwekking daarvan, en
- b.
- de formule
pt = (1 + ((cpi xt) : 100)) pt-1, waarbij:
pt = de tarieven die zullen gelden in periode t;
pt-1 = de tarieven die golden in de periode voorafgaand aan periode t;
cpi = de relatieve wijziging van de consumentenprijsindex (alle huishoudens), berekend uit het quotint van deze prijsindex, gepubliceerd in de vierde maand voorafgaande aan periode t, en van deze prijsindex, gepubliceerd in de zestiende maand voorafgaande aan periode t, zoals deze maandelijks wordt vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek;
xt = de korting ter bevordering van de doelmatige bedrijfsvoering door vergunninghouders voor zover het betreft de inkoop van elektriciteit en de diensten met betrekking tot de levering van elektriciteit.
- 2.
- Onze Minister stelt de korting ter bevordering van de doelmatige bedrijfsvoering vast voor een periode van ten minste drie en ten hoogste vijf jaar, met dien verstande dat hij de korting ten hoogste vier maal per kalenderjaar kan bijstellen indien de feitelijke ontwikkeling van het prijsniveau van de inkoop van elektriciteit op het deel van de markt dat wordt gevormd door de afnemers, niet zijnde beschermde afnemers, daartoe aanleiding geeft. Ten behoeve van de vaststelling van de tarieven voor het jaar 2001 voor de levering aan beschermde afnemers als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, onder 1, kan een afzonderlijke korting worden vastgesteld.
- 3.
- De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit voert overleg met de vergunninghouders en met representatieve organisaties van beschermde afnemers over de vaststelling van de korting ter bevordering van de doelmatige bedrijfsvoering. Onze Minister geeft in het besluit tot vaststelling van die korting aan welke gevolgtrekkingen hij heeft verbonden aan de uitkomsten van dat overleg.
- 4.
- Onze Minister kan de tarieven die zullen gelden in de periode t
corrigeren, indien de tarieven die golden in de periode of periodes voorafgaand
aan periode t:
- a.
- bij rechterlijke uitspraak of met toepassing van artikel 6:18 van de Algemene wet bestuursrecht zijn gewijzigd, of
- b.
- zijn vastgesteld met inachtneming van onjuiste of onvolledige gegevens en Onze Minister, indien hij de beschikking had over juiste of volledige gegevens, tarieven zou hebben vastgesteld die in aanmerkelijke mate zouden afwijken van de vastgestelde tarieven.
- 5.
- Indien een voorstel als bedoeld in artikel 57, eerste lid, niet tijdig aan Onze Minister is gezonden, stelt deze het tarief uit eigen beweging vast met inachtneming van dit artikel.
Artikel 59 [Vervallen per 01-07-2004]
Artikel 60 [Vervallen per 01-07-2004]
3 [Vervallen per 01-07-2004]
Artikel 61 [Vervallen per 01-07-2004]
Artikel 62 [Vervallen per 01-07-2004]
Artikel 63 [Vervallen per 01-07-2004]
Artikel 64 [Vervallen per 01-07-2004]
Artikel 65 [Vervallen per 01-07-2004]
Artikel 66 [Vervallen per 01-07-2004]
4 [Vervallen per 01-07-2004]
Artikel 67 [Vervallen per 01-07-2004]
Hoofdstuk 5. Duurzame elektriciteitsvoorziening
1. Taak ten aanzien van energiebesparing en bevordering van duurzame energie
Artikel 68
- 1.
- Producenten en leveranciers hebben tot taak, mede gelet op het belang van de bescherming van het milieu, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de richtlijn, te bevorderen dat elektriciteit door henzelf en door afnemers op een doelmatige en milieuhyginisch verantwoorde wijze wordt geproduceerd of gebruikt.
- 2.
- Iedere producent of leverancier die per jaar gemiddeld 10 GWh of meer levert meldt eenmaal in elke twee jaar vr 1 maart aan Onze Minister op welke wijze hij in de twee jaar voorafgaande aan het jaar, waarin de melding wordt verricht, uitvoering heeft gegeven aan zijn taak, bedoeld in het eerste lid.
2. Stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie
2.1 Informatievoorziening, sturing en toezicht
Artikel 69
| 1. | De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet heeft ten behoeve van de stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie alsmede ter bevordering van een doelmatig gebruik van warmte tot taak een subsidie te verstrekken als bedoeld in paragraaf 2.2, alsmede de taken te verrichten, bedoeld in paragraaf 2.3. |
| 2. | Het bepaalde in de artikelen 70 tot en met 72l geldt uitsluitend voor de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet voor zover deze de in het eerste lid bedoelde taken uitvoert. |
Artikel 70
- 1.
- De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet stelt jaarlijks een jaarverslag op.
- 2.
- Het jaarverslag beschrijft de taakuitoefening en het gevoerde beleid.
- 3.
- Het jaarverslag wordt aan Onze Minister gezonden.
- 4.
- Onze Minister kan bij ministerile regeling regels stellen over de inrichting van het jaarverslag, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 71
- 1.
- De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet verstrekt desgevraagd aan Onze Minister alle voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. Onze Minister kan inzage vorderen van alle zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
- 2.
- Onze Minister kan bij ministerile regeling nadere regels stellen met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde gegevensuitwisseling.
Artikel 72
- 1.
- Onze Minister kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot de taakuitoefening door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet.
- 2.
- De beleidsregels worden in de Staatscourant bekend gemaakt.
Artikel 72a
- 1.
- Onze Minister kan een besluit van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet vernietigen.
- 2.
- Van een vernietigingsbesluit wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
Artikel 72b
- 1.
- Indien naar het oordeel van Onze Minister de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet zijn taak ernstig verwaarloost, kan Onze Minister de noodzakelijke voorzieningen treffen.
- 2.
- De voorzieningen worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, niet eerder getroffen dan nadat de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet in de gelegenheid is gesteld om binnen een door Onze Minister te stellen termijn alsnog zijn taak naar behoren uit te voeren.
- 3.
- Onze Minister stelt de beide kamers der Staten-Generaal onverwijld in kennis van door hem getroffen voorzieningen als bedoeld in het eerste lid.
Artikel 72c
De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet stelt jaarlijks een begroting op.
Artikel 72d
- 1.
- De begroting behelst een raming van de baten en lasten, een raming van de voorgenomen investeringsuitgaven en een raming van de inkomsten en uitgaven.
- 2.
- De begrotingsposten worden ieder afzonderlijk van een toelichting voorzien.
- 3.
- Uit de toelichting blijkt steeds welke begrotingsposten betrekking hebben op de uitoefening van de bij of krachtens artikel 69 opgedragen taken.
- 4.
- Tenzij de activiteiten waarop de begroting betrekking heeft, nog niet eerder werden verricht, behelst de begroting een vergelijking met de begroting van het lopende jaar en de laatst goedgekeurde jaarrekening.
Artikel 72e
- 1.
- Onze Minister kan bij ministerile regeling regels stellen over de inrichting van de begroting.
- 2.
- De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet zendt de begroting vr 1 oktober van het jaar, voorafgaand aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft, aan Onze Minister.
Artikel 72f
- 1.
- Het besluit tot vaststelling van de begroting behoeft de goedkeuring van Onze Minister.
- 2.
- De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
Artikel 72g
Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en de begrote baten en lasten dan wel inkomsten en uitgaven, doet de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet daarvan onverwijld mededeling aan Onze Minister onder vermelding van de oorzaak van de verschillen.
Artikel 72h
- 1.
- De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet vormt een egalisatiereserve.
- 2.
- Het verschil tussen de gerealiseerde baten en de gerealiseerde lasten komt ten gunste onderscheidenlijk ten laste van de egalisatiereserve.
- 3.
- De van de egalisatiereserve genoten rente wordt aan de egalisatiereserve toegevoegd.
Artikel 72i
De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet stelt jaarlijks een jaarrekening op.
Artikel 72j
- 1.
- Het besluit tot vaststelling van de jaarrekening behoeft de goedkeuring van Onze Minister.
- 2.
- De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
Artikel 72k
Onze Minister kan bij ministerile regeling regels stellen over de inrichting van de jaarrekening en aandachtspunten voor de accountantscontrole.
Artikel 72l
- 1.
- De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet:
- a.
- houdt een afzonderlijke boekhouding bij ter zake van de in artikel 69 genoemde taak en
- b.
- verantwoordt in zijn jaarrekening de in artikel 69 genoemde taak afzonderlijk.
- 2.
- Onze Minister kan bij ministerile regeling nadere regels stellen over de inrichting van de administratie van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet.
2.2. Subsidiring
Artikel 72m
| 1. | De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet kan ter stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductiesector op aanvraag een subsidie vertrekken aan:
|
| 2. | Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot:
|
| 3. | Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:
|
| 4. | Onze Minister kan ontheffing verlenen van de regels bedoeld in het tweede en derde lid. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de verlening van een ontheffing. |
| 5. | Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het ingevolge artikel 72n, eerste en tweede lid, beschikbare bedrag wordt verdeeld in de volgorde van rangschikking. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels hierover gesteld. |
| 6. | Een krachtens het tweede, derde of vierde lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. Hij treedt in werking op een tijdstip dat nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend. Indien het voorstel van wet wordt ingetrokken of indien een van de beide kamers van de Staten-Generaal besluit het voorstel niet aan te nemen, wordt de algemene maatregel van bestuur ingetrokken. |
Artikel 72n
| 1. | Onze Minister stelt ieder jaar, na overleg met Onze Minister van Financin en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, bij ministerile regeling het bedrag vast dat ten hoogste beschikbaar is voor de verlening van subsidies als bedoeld in artikel 72m, eerste lid. |
| 2. | Binnen het bedrag, bedoeld in het eerste lid, kan Onze Minister bij ministerile regeling het bedrag vaststellen dat ten hoogste beschikbaar is voor verschillende categorien producenten of verschillende categorien productie-installaties. |
| 3. | Onze Minister bepaalt bij ministerile regeling de wijze waarop het beschikbare bedrag, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt verdeeld. |
| 4. | De ministerile regeling, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, wordt ten minste vier weken voordat de regeling wordt vastgesteld, toegezonden aan de Tweede Kamer. |
Artikel 72na
| 1. | In dit artikel wordt verstaan onder warmte: warmte die nuttig wordt aangewend, anders dan voor de productie van elektriciteit. |
| 2. | De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet kan op aanvraag een subsidie verstrekken aan een persoon die warmte levert aan een of meer in Nederland gevestigde verbruikers van warmte. |
| 3. | Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen de activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt, nader worden bepaald, alsmede de criteria voor die verstrekking worden vastgesteld. |
| 4. | Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorts regels worden gesteld met betrekking tot:
|
| 5. | Onze Minister kan ontheffing verlenen van de regels bedoeld in het derde en vierde lid. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen hiervoor regels worden gesteld. |
| 6. | De voordracht voor een krachtens het derde, vierde of vijfde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. |
| 7. | Over het ontwerp van een krachtens het derde, vierde of vijfde lid vast te stellen regeling voert Onze Minister overleg met representatieve organisaties van marktpartijen. |
Artikel 72o
| 1. | Voor zover subsidieverstrekking in strijd is met ingevolge een verdrag voor de staat geldende verplichtingen, kan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet:
|
| 2. | Bij de vaststelling, intrekking of wijziging kan worden bepaald, dat over onverschuldigd betaalde subsidiebedragen een rentevergoeding verschuldigd is. |
| 3. | De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verstrekt, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald. |
| 4. | De artikelen 4:49, derde lid, en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing op de vaststelling, intrekking en wijziging, bedoeld in het eerste lid. |
2.3 Tarieven
Artikel 72aa
| 1. | De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet betaalt de subsidie, bedoeld in de artikelen 72m en 72na, en de door hem en de netbeheerders gemaakte kosten van de uitvoering van deze subsidie geheel of gedeeltelijk uit een tarief voor de milieukwaliteit van de elektriciteitsvoorziening. |
| 2. | Het tarief voor de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie en het doelmatig gebruik van warmte wordt in rekening gebracht bij alle afnemers voor iedere aansluiting waarover zij beschikken. |
| 3. | Het tarief is niet verschuldigd voor:
|
| 4. | Bij ministerile regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van het tweede en derde lid. |
Artikel 72ab
| 1. | Onze Minister kan, na overleg met Onze Minister van Financin en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, voor elk kalenderjaar bij ministerile regeling de hoogte van het tarief ten behoeve van de bekostiging van de subsidie en de uitvoeringskosten vaststellen. Het tarief kan voor verschillende categorien afnemers verschillend worden vastgesteld. |
| 2. | Een krachtens het eerste lid vast te stellen ministerile regeling treedt niet eerder in werking dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. |
Artikel 72ac
- 1.
- Indien een afnemer een voor hem geldend tarief niet betaalt, wordt het tarief vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de dag waarop de betalingstermijn is verstreken.
- 2.
- De afnemer wordt onverwijld schriftelijk aangemaand binnen een termijn van twee weken alsnog het bedrag, verhoogd met de wettelijke rente en de kosten van de aanmaning, te betalen.
- 3.
- Bij gebreke van betaling van het bedrag met de wettelijke rente en de kosten van de aanmaning binnen de daarvoor krachtens het tweede lid gestelde termijn kan de netbeheerder of de ontheffinghouder, bedoeld in artikel 15, het verschuldigde bedrag, verhoogd met de wettelijke rente en de op de aanmaning en invordering betrekking hebbende kosten, invorderen bij dwangbevel. Het dwangbevel wordt op kosten van degene die het bedrag is verschuldigd, bij deurwaardersexploot betekend en levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
- 4.
- Gedurende zes weken na de dag van betekening staat verzet tegen het dwangbevel open door dagvaarding van de netbeheerder onderscheidenlijk ontheffinghouder. Het verzet schorst de tenuitvoerlegging. Op verzoek van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet kan de rechter de schorsing van de tenuitvoerlegging opheffen.
- 5.
- Het tweede tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de netbeheerder en de ontheffinghouder, indien zij de door hen op grond van artikel 16b, eerste lid, ontvangen tarieven niet of niet tijdig afdragen aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet.
Artikel 72ad
Onze Minister kan bij ministerile regeling regels stellen over de vergoeding van de kosten voor ontheffingen krachtens artikel 72m, de vergoeding van de kosten die voor netbeheerders zijn verbonden aan het innen van het tarief en voor de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet voor de uitvoering van de in artikel 69 genoemde taak.
3. Garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit
Artikel 73
| 1. | Ter stimulering van de productie van duurzame elektriciteit bestaat een elektronisch systeem voor het uitgeven en innemen van garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit. |
| 2. | Onze Minister wijst steeds voor een periode van tien jaar een instantie aan die onafhankelijk is van producenten, leveranciers en handelaren en die op aanvraag van een producent een garantie van oorsprong uitgeeft. |
Artikel 74
Een garantie van oorsprong voor duurzame elektriciteit toont bij uitsluiting aan dat de daarop aangegeven hoeveelheid elektriciteit op duurzame wijze is opgewekt.
Artikel 75
- 1.
- De garantiebeheerinstantie verstrekt desgevraagd kosteloos aan Onze Minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. Onze Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs noodzakelijk is.
- 2.
- De garantiebeheerinstantie zendt Onze Minister jaarlijks een verslag betreffende de door de instantie krachtens de aanwijzing, bedoeld in artikel 73, tweede lid, uitgevoerde taken en de werkwijze in het afgelopen jaar.
Artikel 76
- 1.
- De garantiebeheerinstantie doet onverwijld mededeling aan Onze Minister:
- a.
- van omstandigheden die een wijziging inhouden van de voorwaarden op grond waarvan deze instantie is aangewezen;
- b.
- indien de instantie voornemens is een of meer van de taken die zij krachtens de aanwijzing, bedoeld in artikel 73, tweede lid, uitvoert, te beindigen.
- 2.
- Onze Minister kan een aanwijzing als bedoeld in artikel 73, tweede lid, opschorten of intrekken indien, naar zijn oordeel, de garantiebeheerinstantie niet of niet volledig voldoet aan de bij of krachtens deze wet gestelde voorschriften. Gedurende de periode van een opschorting treft Onze Minister de noodzakelijke voorzieningen.
- 3.
- Onze Minister kan de in het vorige lid bedoelde opschorting opheffen indien de garantiebeheerinstantie weer voldoet aan de in het vorige lid bedoelde voorschriften. In dat geval vervallen de in het vorige lid bedoelde voorzieningen.
Artikel 77
| 1. | De garantiebeheerinstantie opent op aanvraag van een in Nederland gevestigde producent, leverancier, handelaar of afnemer een rekening. |
| 2. | Bij de in het eerste lid bedoelde aanvraag overlegt de producent, leverancier, handelaar of afnemer het resultaat van de vaststelling, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel h. |
| 3. | De garantiebeheerinstantie boekt op aanvraag garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit op een daarbij aangegeven rekening, indien een in Nederland gevestigde producent bij deze aanvraag de gegevens omtrent de door de netbeheerder of door een andere tot meten bevoegde instantie gemeten hoeveelheid duurzame elektriciteit overlegt. |
Artikel 77a
De garantiebeheerinstantie deelt iedere maand aan Onze Minister mee voor welke hoeveelheid duurzame elektriciteit overeenkomstig de bij of krachtens deze paragraaf gestelde bepalingen garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit zijn uitgegeven, alsmede op welke wijze de duurzame elektriciteit waarop die garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit betrekking hebben, is opgewekt.
Artikel 77b
Waar in deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verwezen naar garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit, worden garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit uitgegeven door onafhankelijke instanties in een andere lidstaat van de Europese Unie, die naar aard en strekking overeenkomen met eerstbedoelde garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit, daarmee gelijkgesteld.
Artikel 77c
Onze Minister stelt bij ministerile regeling regels met betrekking tot:
| a. | de informatie die door de garantiebeheerinstantie op grond van de artikelen 75, eerste lid, en 77a verstrekt wordt aan Onze Minister en die door producenten, leveranciers, handelaars, afnemers of netbeheerders verstrekt wordt aan de garantiebeheerinstantie; |
| b. | het uitgeven en de geldigheidsduur van garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit, het vermelden van gegevens op garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit en het in rekening brengen van de kosten die gepaard gaan met handelingen met betrekking tot garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit; |
| c. | de voorwaarden waaronder en de wijze waarop producenten, leveranciers, handelaars of afnemers gebruik kunnen maken van de door hen verkregen garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit of deze kunnen verhandelen. |
3a. Garanties van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling
Artikel 77ca
| 1. | Ter stimulering van de productie van elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling bestaat een elektronisch systeem voor het uitgeven en innemen van garanties van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling. |
| 2. | De artikelen 73, tweede lid, 75 en 76 zijn van overeenkomstige toepassing. |
Artikel 77cb
| 1. | De garantiebeheerinstantie opent op aanvraag van een in Nederland gevestigde producent van elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling een rekening. |
| 2. | Bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, overleg de producent het resultaat van de vaststelling, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel h. |
| 3. | De garantiebeheerinstantie boekt op aanvraag garanties van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling op een daarbij aangegeven rekening, indien een in Nederland gevestigde producent bij deze aanvraag de gegevens omtrent de door de netbeheerder of door een andere tot meten bevoegde instantie gemeten hoeveelheid elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling overlegt. Onze Minister kan bij ministerile regeling andere gegevens vaststellen die de producent bij deze aanvraag verstrekt. |
Artikel 77cc
De garantiebeheerinstantie deelt ieder kalenderjaar aan Onze Minister mee voor welke hoeveelheid elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling overeenkomstig de bij of krachtens de artikelen 77ca tot en met 77ce gestelde bepalingen garanties van oorsprong zijn uitgegeven.
Artikel 77cd
Waar in deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verwezen naar garanties van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling, worden garanties van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling uitgegeven door onafhankelijke instanties in een andere lidstaat van de Europese Unie, die naar aard en strekking overeenkomen met eerstbedoelde garanties van oorsprong, daarmee gelijkgesteld.
Artikel 77ce
Onze Minister kan bij ministerile regeling regels stellen met betrekking tot:
| a. | de informatie die door de garantiebeheerinstantie op grond van de artikelen 77ca, tweede lid, juncto de artikelen 75, eerste lid, en 77a verstrekt wordt aan Onze Minister en die door producenten van elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling of netbeheerders verstrekt wordt aan de garantiebeheerinstantie; |
| b. | het uitgeven en de geldigheidsduur van garanties van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling, het vermelden van gegevens op de garanties van oorsprong en het in rekening brengen van de kosten die gepaard gaan met handelingen met betrekking tot de garanties van oorsprong; |
| c. | het openen van een rekening, het boeken van garanties van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling op die rekening en de gegevens die een producent daarbij overlegt. |
4 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Artikel 77d [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Artikel 77e [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Artikel 77f [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Hoofdstuk 5A. Last onder dwangsom en bestuurlijke boete
Artikel 77g
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- a.
- last onder dwangsom: sanctie, inhoudende:
- 1.
- een last tot herstel van de overtreding, en
- 2.
- de verplichting tot betaling van een geldsom onder de opschortende voorwaarde dat de last niet wordt uitgevoerd;
- b.
- bestuurlijke boete: sanctie, inhoudende een onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom, die is gericht op bestraffing van de overtreder;
- c.
- overtreding: gedraging die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift.
Artikel 77h
- 1.
- De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit kan ingeval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van artikel 13, 22, tweede lid, en hoofdstuk 8, 1a, dan wel van overtreding van het bepaalde bij de Verordening de overtreder een last onder dwangsom opleggen.
- 2.
- Indien daarvoor naar zijn oordeel aanleiding bestaat, gelet op het voorschrift waarop de overtreding betrekking heeft, geeft de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit een bindende aanwijzing als bedoeld in artikel 5, zesde lid, alvorens een last onder dwangsom op te leggen.
- 3.
- Aan een last onder dwangsom kunnen voorschriften worden verbonden inzake het verstrekken van gegevens aan de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit.
- 4.
- Artikel 5:32, vierde en vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.
- 5.
- De bevoegdheid tot het opleggen van een last onder dwangsom vervalt vijf jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden.
Artikel 77i
| 2. | Bij de vaststelling van de hoogte van boete houdt de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit in ieder geval rekening met de ernst en de duur van de overtreding. |
| 3. | De berekening van de netto-omzet, bedoeld in het eerste lid, geschiedt op de voet van artikel 377, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. |
Artikel 77j
- 1.
- De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit legt geen bestuurlijke boete op voor zover de overtreding niet aan de overtreder kan worden verweten.
- 2.
- De bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete vervalt vijf jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden.
- 3.
- Indien tegen de bestuurlijke boete bezwaar wordt gemaakt of beroep wordt ingesteld, wordt de vervaltermijn opgeschort tot onherroepelijk op het bezwaar of beroep is beslist.
Artikel 77k
- 1.
- Indien de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit vaststelt dat een overtreding als bedoeld in artikelen 77h of 77i is begaan, maakt hij daarvan een rapport op.
- 2.
- Het rapport is gedagtekend en vermeldt in ieder geval:
- a.
- de naam van de overtreder,
- b.
- de overtreding alsmede het overtreden voorschrift, en
- c.
- zo nodig een aanduiding van de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is geconstateerd.
- 3.
- De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit zendt een afschrift van het rapport aan de overtreder.
Artikel 77l
| 1. | Indien aan een handeling van de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit redelijkerwijs de gevolgtrekking kan worden verbonden dat aan de overtreder een bestuurlijke boete zal worden opgelegd, is er geen verplichting meer van de zijde van die overtreder om ten behoeve van deze oplegging een verklaring omtrent de overtreding af te leggen. |
| 2. | De overtreder wordt hierop gewezen alvorens hem mondeling wordt gevraagd inlichtingen te verstrekken. |
Artikel 77m
- 1.
- De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit stelt de overtreder desgevraagd in de gelegenheid de gegevens waarop het voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke boete berust, in te zien en daarvan afschriften te vervaardigen.
- 2.
- In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de overtreder steeds in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.
- 3.
- Indien blijkt dat de verdediging van de overtreder dit redelijkerwijs vergt, draagt de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit er zoveel mogelijk zorg voor dat de in het eerste lid bedoelde gegevens aan de overtreder worden medegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
Artikel 77n
- 1.
- De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit beslist omtrent het opleggen van een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete binnen dertien weken na de dagtekening van het rapport.
- 2.
- Mandaat tot het opleggen van een bestuurlijke boete wordt niet verleend aan degene die van de overtreding een rapport heeft opgemaakt.
- 3.
- In de beschikking tot oplegging van een last onder dwangsom of een bestuurlijke
boete wordt in ieder geval vermeld:
- a.
- indien een last onder dwangsom wordt opgelegd:
- 1.
- de naam van de overtreder, en
- 2.
- de inhoud van de last en de termijn waarvoor deze geldt;
- b.
- indien een bestuurlijke boete wordt opgelegd:
- 1.
- de naam van de overtreder, en
- 2.
- het bedrag van de boete;
- c.
- de overtreding ter zake waarvan de last of de bestuurlijke boete wordt opgelegd alsmede het overtreden wettelijk voorschrift.
Artikel 77o
| 1. | Een beschikking als bedoeld in artikel 77n wordt, nadat zij bekend is gemaakt, ter inzage gelegd bij de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit. |
| 2. | Van de beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. |
Artikel 77p
- 1.
- Een bestuurlijke boete wordt betaald binnen zes weken nadat de beschikking waarbij de boete is opgelegd, in werking is getreden.
- 2.
- De boete wordt vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de dag waarop de in het eerste lid genoemde termijn is verstreken.
- 3.
- Indien niet is betaald binnen de in het eerste lid genoemde termijn, wordt degene die de boete is verschuldigd schriftelijk bevolen binnen twee weken alsnog het bedrag van de boete, verhoogd met de krachtens het tweede lid verschuldigde rente en de kosten van de aanmaning, te betalen.
Artikel 77q
- 1.
- Bij gebreke van betaling binnen de in artikel 77p, derde lid, bedoelde termijn van twee weken kan de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit de verschuldigde boete, verhoogd met de op de aanmaning en invordering betrekking hebbende kosten, invorderen bij dwangbevel.
- 2.
- Het dwangbevel wordt op kosten van degene die de boete is verschuldigd bij deurwaardersexploit betekend en levert een executoriale titel op in de zin van Boek 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
- 3.
- Gedurende zes weken na de dag van betekening staat verzet tegen het dwangbevel open door dagvaarding van de staat.
- 4.
- Het verzet schorst de tenuitvoerlegging. Op verzoek van de staat kan de rechter de schorsing van de tenuitvoerlegging opheffen.
Hoofdstuk 6. Overige algemene bepalingen
1. Informatieverstrekking
Artikel 78
| 1. | Onze Minister kan verlangen dat een producent, een leverancier, een handelaar, een netbeheerder, een elektriciteits- of gasbeurs of een afnemer hem inzage geeft in gegevens en bescheiden, onderscheidenlijk gegevens en inlichtingen verstrekt die hij nodig heeft voor de uitvoering van de hem in deze wet opgedragen taken. |
| 2. | Degene aan wie een verzoek is gedaan inzage te geven in gegevens en bescheiden, onderscheidenlijk gegevens en inlichtingen te verstrekken, is verplicht binnen de door Onze Minister gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijze kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden. |
| 3. | Onze Minister gebruikt bescheiden, gegevens of inlichtingen over een producent, een leverancier, een handelaar, een netbeheerder, een elektriciteits- of gasbeurs of een afnemer, welke hij heeft verkregen in verband met enige werkzaamheid ten behoeve van de uitvoering van een van zijn taken op grond van deze wet, uitsluitend voor de toepassing van deze wet. |
| 4. | Indien Onze Minister op grond van artikel 16, tweede lid, onderdeel f, de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet opdraagt werkzaamheden te verrichten ter uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 4a, zijn het eerste tot en met het derde lid van overeenkomstige toepassing op die netbeheerder. |
Artikel 79
| 1. | Een netbeheerder die bij de uitvoering van zijn taak de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht, of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit. |
| 2. | Indien een netbeheerder gegevens over zijn bedrijfsvoering die commercieel voordeel kunnen opleveren ter beschikking stelt aan anderen, doet hij dit op niet-discriminatoire wijze. |
Artikel 80
| 1. | Onze Minister zendt zo spoedig mogelijk na een juli 2006, en vervolgens telkens na vier jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. |
| 2. | Bij ministerile regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de inhoud van het verslag. Het verslag bevat in ieder geval een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van de wet met betrekking tot:
|
| 3. | De Nederlandse Mededingingsautoriteit is belast met de uitvoering van de evaluatie. |
Artikel 81
De voordracht voor een krachtens artikel 29, 30, 84 of 85 vast te stellen algemene maatregel van bestuur en voor een wijziging van een krachtens artikel 20 vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
2. Beroep
Artikel 82
| 1. | Tegen een op grond van deze wet genomen besluit, met uitzondering van een besluit op grond van de artikelen 77h en 77i, kan een belanghebbende beroep instellen bij het College van beroep voor het bedrijfsleven. |
| 2. | Indien beroep wordt ingesteld tegen een besluit op grond van de artikelen 77h en 77i is, in afwijking van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht, de rechtbank te Rotterdam bevoegd. |
| 3. | Voor zover een door de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit genomen besluit, genomen op grond van de artikelen 36, 37, 41 en 41c, aangemerkt wordt als algemeen verbindend voorschrift, kan een belanghebbende beroep instellen bij het College van beroep voor het bedrijfsleven. |
| 4. | Een representatieve organisatie van partijen op de elektriciteitsmarkt wordt geacht belanghebbende te zijn bij besluiten genomen op grond van deze wet. |
4. Nadere regelgeving ter uitvoering van EG-besluiten
Artikel 84
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter uitvoering van een besluit op grond van het verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap regels worden gesteld met betrekking tot:
- a.
- de tarieven en voorwaarden die netbeheerders berekenen onderscheidenlijk in acht nemen bij het uitvoeren van transport van elektriciteit met behulp van een landsgrensoverschrijdend net;
- b.
- de voorwaarden die door een netbeheerder of een leverancier in het belang van de veiligheid en de doelmatigheid worden gesteld voor het leveren van elektriciteit of voor het aansluiten van toestellen of installaties die elektriciteit verbruiken.
5. Bijdragen
Artikel 85
| 1. | Overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels is een door Onze Minister vast te stellen vergoeding verschuldigd voor het verlenen van instemming als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van een aanwijzing als bedoeld in artikel 13, van een ontheffing als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van een ontheffing als bedoeld in artikel 86c, dan wel van een vergunning als bedoeld in artikel 95d, welke vergoeding verschuldigd is voor ten hoogste de kosten van de bemoeiingen met betrekking tot de instemming, de aanwijzing, de ontheffing dan wel de vergunning. |
| 2. | Overeenkomstig de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen aan netbeheerders en vergunninghouders tevens de kosten in rekening worden gebracht die gemaakt worden voor de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 22 en 27 tot en met 43. |
| 3. | Bij gebreke van betaling binnen de termijn, gesteld bij algemene maatregel van bestuur, kan Onze Minister het verschuldigde bedrag, verhoogd met de wettelijke rente en de op de aanmaning en invordering betrekking hebbende kosten, invorderen bij dwangbevel. Het dwangbevel wordt op kosten van degene die het bedrag is verschuldigd bij deurwaardersexploit betekend en levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. |
| 4. | Gedurende zes weken na de dag van betekening staat verzet tegen het dwangbevel open door dagvaarding van de staat. Het verzet schorst de tenuitvoerlegging. Op verzoek van de staat kan de rechter de schorsing van de tenuitvoerlegging opheffen. |
6. Boekhouding van producenten en leveranciers
Artikel 86
- 1.
- Een producent of een leverancier voert een afzonderlijke boekhouding voor de productie van elektriciteit met behulp van zijn installaties onderscheidenlijk de levering van elektriciteit aan afnemers. Indien de producent of leverancier andere activiteiten verricht dan die welke verband houden met de productie of de levering van elektriciteit, voert hij daarvoor eveneens, al dan niet op geconsolideerde basis, een afzonderlijke boekhouding.
- 2.
- Artikel 43, tweede tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing op de boekhouding en de jaarrekening van de producent of leverancier.
- 3.
- Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op leveranciers die anders dan bedrijfsmatig elektriciteit leveren.
7. Toepasselijk recht
Artikel 86a
| 1. | Op overeenkomsten tot transport of levering van elektriciteit is Nederlands recht van toepassing. |
| 2. | De Nederlandse rechter is bij uitsluiting bevoegd kennis te nemen van geschillen over overeenkomsten tot transport of levering van elektriciteit. |
| 3. | Een beding dat in strijd met het eerste of tweede lid in een overeenkomst tot het transport of de levering van elektriciteit is opgenomen, is nietig. |
| 4. | Het eerste tot en met derde lid is niet van toepassing op een overeenkomst voor levering van elektriciteit die een leverancier of handelaar sluit met een persoon die beschikt over een aansluiting op een net met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A en een beschikbaar vermogen van ten minste 2 MVA per aansluiting. |
| 5. | De toepasselijkheid van dit artikel wordt beperkt door dwingende bepalingen van internationaal recht. |
8. Klimaatneutrale elektriciteit
Artikel 86b
Bij ministerile regeling worden regels gesteld omtrent het vaststellen of sprake is van een productie-installatie voor klimaatneutrale elektriciteit en of de meetinrichting geschikt is voor de meting van de klimaatneutrale elektriciteit die met een dergelijke productie-installatie wordt opgewekt en op het net wordt ingevoed.
10. Transparantie en liquiditeit
Artikel 86d
Indien dat noodzakelijk is in het belang van een voldoende transparante en liquide markt voor vraag en aanbod van elektriciteit, transportcapaciteit of productiecapaciteit of in het belang van de daarmee verband houdende leveringszekerheid, zullen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld over:
- a.
- de wijze waarop of de voorwaarden waaronder producenten, handelaren, leveranciers of netbeheerders elektriciteit, transportcapaciteit of productiecapaciteit waarover zij beschikken, aanbieden;
- b.
- de informatie die producenten, handelaren, leveranciers of netbeheerders verstrekken met betrekking tot de vraag en aanbod van elektriciteit, transportcapaciteit of productiecapaciteit.
Artikel 86e
| 1. | Onze Minister wijst een of meer rechtspersonen aan die tot taak hebben een beurs tot stand te brengen en in stand te houden. Onze Minister kan regels stellen in verband met de procedure voor aanwijzing van een beurs. Aan een aanwijzing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. |
| 2. | Een rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, stelt een beursreglement op. Het beursreglement behoeft de goedkeuring van Onze Minister. Van het besluit tot goedkeuring wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. |
| 3. | De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet is verplicht aan de rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, en aan de door deze rechtspersoon ingeschakelde derden, voor zover het betreft de afhandeling van de op de beurs op tot stand gekomen overeenkomsten, de gevraagde medewerking te verlenen, voor zover deze medewerking noodzakelijk is voor een goede uitvoering van de aan deze rechtspersoon opgelegde taak. Onze Minister kan nadere regels stellen over de door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet te verlenen medewerking. |
| 4. | De rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, die bij de uitvoering van zijn taak de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover de artikelen van deze wet hem tot mededeling verplichten of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit. |
| 5. | Producenten, leveranciers, handelaren, afnemers en aandeelhouders onthouden zich van elke bemoeiing met de uitvoering van de taak die is opgedragen aan de rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid. |
Hoofdstuk 7. Wijziging van andere wetten
Artikel 87
[Wijzigt de Wet op de economische delicten.]
Artikel 88
[Wijzigt de Wet energiedistributie.]
Artikel 89
[Wijzigt de wet van 18 december 1997, houdende wijziging van enkele belastingwetten c.a. 1998 (fiscale milieuversterking) (Stb. 732).]
Artikel 90
[Wijzigt de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie.]
Hoofdstuk 8. Overgangs- en slotbepalingen
1. Algemene overgangsbepalingen.
Artikel 91 [Vervallen per 01-07-2008]
Artikel 92 [Vervallen per 13-12-2006]
Artikel 93
| 1. | Indien zich in de periode tussen 1 juli 1996 en de datum van de aanwijzing van de netbeheerder, bedoeld in artikel 10, een wijziging heeft voorgedaan met betrekking tot de eigendom van het desbetreffende net of van de aandelen in een rechtspersoon aan wie het desbetreffende net toebehoort, is voor de aanwijzing van de netbeheerder vereist dat Onze Minister geen bedenkingen heeft tegen die wijziging. |
| 2. | Iedere wijziging met betrekking tot de eigendom van een net of van de aandelen in een netbeheerder behoeft de instemming van Onze Minister. |
| 3. | Onze Minister onthoudt een krachtens het tweede lid vereiste instemming indien de in dat lid bedoelde wijziging met betrekking tot de eigendom van een net ertoe zou leiden dat een natuurlijk persoon of een rechtspersoon buiten de kring van de overheid rechten op een net zouden krijgen. Bij ministerile regeling kunnen nadere regels worden gesteld waarin de kring van natuurlijke personen en rechtspersonen die behoren tot de overheid nader worden aangeduid. Deze ministerile regeling wordt niet eerder vastgesteld dan vier weken nadat het ontwerp daarvan aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. |
| 4. | Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het verlenen van een krachtens het tweede lid vereiste instemming met een wijziging van de rechten op aandelen in een netbeheerder. Een krachtens het tweede lid vereiste instemming met een wijziging van de rechten op aandelen in een netbeheerder wordt niet verleend, zolang de in dit lid bedoelde algemene maatregel van bestuur niet is vastgesteld. De eerste maal dat een algemene maatregel van bestuur krachtens dit lid zal worden vastgesteld, wordt de voordracht voor een dergelijke maatregel niet gedaan dan nadat het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Binnen vier weken na de overlegging kan door of namens een der kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen worden gegeven dat het in het ontwerp te regelen onderwerp bij de wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend. |
| 5. | Indien Onze Minister zijn instemming onthoudt en de voorgenomen wijziging met betrekking tot de eigendom van een net of van de aandelen voortgang vindt, kan Onze Minister een andere rechtspersoon aanwijzen als netbeheerder van het net dat door de desbetreffende netbeheerder wordt beheerd. |
| 6. | De artikelen 10:28 tot en met 10:31 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing op het verlenen van instemming met de wijziging. |
Artikel 93a
De aandelen van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet berusten direct of indirect bij de staat.
Artikel 93b [Vervallen per 01-07-2008]
Artikel 94
Een meter die eigendom is van een producent of een leverancier en die voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 10 is geplaatst bij een afnemer, wordt vanaf dat tijdstip beheerd door de netbeheerder die het transport van elektriciteit voor deze afnemer uitvoert.
Artikel 95 [Vervallen per 14-07-2004]
1a. Vergunningen voor de levering van elektriciteit aan kleinverbruikers
Artikel 95a
| 1. | Het is verboden zonder vergunning elektriciteit te leveren aan afnemers die beschikken over een aansluiting op een net met een totale maximale doorlaatwaarde van ten hoogste 3*80 A. |
| 2. | Het verbod geldt niet ten aanzien van het leveren van elektriciteit:
|
Artikel 95b
| 1. | Een houder van een vergunning heeft de plicht op een betrouwbare wijze en tegen redelijke tarieven en voorwaarden zorg te dragen voor de levering van elektriciteit aan iedere in artikel 95a, eerste lid, bedoelde afnemer die daarom verzoekt. De voorwaarden zijn in ieder geval niet redelijk als zij niet in overeenstemming zijn met het bepaalde bij of krachtens artikel 95m. Artikel 26a, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. |
| 2. | Een houder van een vergunning verschaft de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit ieder jaar en vier weken voor de wijziging van de tarieven een opgave van de tarieven die hij berekent en de voorwaarden die hij gebruikt bij de levering van elektriciteit aan de in artikel 95a, eerste lid, bedoelde afnemers. |
| 3. | Indien de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit van oordeel is dat de tarieven die houders van een vergunning berekenen onredelijk zijn, omdat daarin de effecten van een doelmatige bedrijfsvoering, die mede inhoudt de inkoop van elektriciteit en van energiebronnen bestemd voor opwekking daarvan, in onvoldoende mate leiden tot kostenverlaging, kan hij een tarief vaststellen dat leveranciers ten hoogste mogen berekenen voor de levering van elektriciteit aan afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid. |
| 4. | Na de vaststelling van het maximumtarief, bedoeld in het derde lid, worden de tarieven voor de levering van elektriciteit aan afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid die hoger zijn dan dat maximumtarief, van rechtswege gesteld op dat maximumtarief. |
| 5. | Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de bepaling of de tarieven, bedoeld in het tweede lid, onredelijk zijn en tot vaststelling van het maximumtarief, bedoeld in het derde lid. De voordracht voor een krachtens dit lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. |
| 6. | Het tweede tot en met het zesde lid vervallen op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. De voordracht voor een krachtens dit lid vast te stellen koninklijk besluit wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. |
| 7. | Een netbeheerder en een vergunninghouder voeren een beleid, gericht op het voorkomen van het afsluiten van een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, in het bijzonder in de periode van 1 oktober tot 1 april van enig jaar. |
| 8. | Bij ministerile regeling worden regels gesteld over het beindigen van de levering van elektriciteit aan een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, alsmede over preventieve maatregelen om de afsluiting van dergelijke afnemers zoveel mogelijk te voorkomen. Deze regels houden in ieder geval in dat een afnemer niet wordt afgesloten in de periode van 1 oktober tot 1 april van enig jaar, behoudens in gevallen die in de regeling zijn aangegeven. |
| 9. | De in het achtste lid bedoelde preventieve maatregelen kunnen tevens inhouden dat in daarbij omschreven gevallen met in die regeling aangeduide instanties overleg wordt gepleegd alsmede dat in die gevallen aan de desbetreffende instantie in die regeling omschreven gegevens omtrent de afnemer worden verstrekt. |
| 10. | De ministerile regeling, bedoeld in het achtste lid, wordt niet eerder vastgesteld dan nadat de gezamenlijke netbeheerders en de vergunninghouders alsmede de consumentenorganisaties in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze te geven over de inhoud van de regeling. |
Artikel 95c
| 1. | Bepalingen die zijn opgenomen in overeenkomsten inzake levering van elektriciteit aan afnemers die beschikken over een aansluiting op het net met een totale maximale doorlaatwaarde van ten hoogste 3*80A en die tot doel hebben de opwekking van duurzame elektriciteit te verbieden zijn onverbindend. |
| 2. | Een houder van een vergunning is verplicht een aanbod van een afnemer als bedoeld in het eerste lid tot teruglevering van door hem geproduceerde duurzame elektriciteit te aanvaarden. |
| 3. | Een houder van een vergunning betaalt de afnemer bedoeld in het eerste lid een redelijke vergoeding voor door hem aan het net geleverde duurzame elektriciteit. |
| 4. | Bij algemene maatregel van het bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de door een houder van een vergunning te betalen redelijke vergoeding bedoeld in het derde lid. |
Artikel 95d
- 1.
- Onze Minister verleent op aanvraag een vergunning indien de
aanvrager genoegzaam aantoont dat hij:
- a.
- beschikt over de benodigde organisatorische, financile en technische kwaliteiten voor een goede uitvoering van zijn taak;
- b.
- redelijkerwijs in staat kan worden geacht de verplichtingen als opgenomen in dit hoofdstuk na te komen.
- 2.
- Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de inhoud van en de procedure voor aanvraag van een vergunning en de criteria, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 95e
- 1.
- Onze Minister kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een vergunning.
- 2.
- Onze Minister kan de aan een vergunning verbonden voorschriften of beperkingen wijzigen.
- 3.
- Een vergunning kan slechts worden overgedragen aan een andere houder van een vergunning met toestemming van Onze Minister.
- 4.
- Artikel 95c is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het verlenen van toestemming als bedoeld in het derde lid.
Artikel 95f
- 1.
- Onze Minister kan een vergunning intrekken, indien:
- a.
- de houder van de vergunning dit verzoekt;
- b.
- de houder van de vergunning in onvoldoende mate voldoet aan de verplichting, bedoeld in artikel 95b;
- c.
- de houder van de vergunning de in de vergunning opgenomen voorschriften of opgelegde beperkingen niet nakomt;
- d.
- de houder van de vergunning bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste en volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag zou hebben geleid;
- e.
- de houder van de vergunning naar het oordeel van Onze Minister om andere redenen niet langer in staat moet worden geacht de vergunde activiteit of in de vergunning opgenomen voorschriften na te komen;
- f.
- de houder van de vergunning de voorschriften bij of krachtens de artikelen 95k en 95l niet nakomt.
- 2.
- Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de tijdelijke voorzieningen en de procedure bij intrekking van een vergunning.
Artikel 95g [Vervallen per 13-12-2006]
Artikel 95h [Vervallen per 13-12-2006]
Artikel 95i
Onze Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze paragraaf gestelde verplichtingen.
1b. Stroometikettering
Artikel 95j
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
- a.
- opwekkingsgegevens:
- 1.
- het aandeel van elke energiebron in de totale brandstofmix die de leverancier in het voorafgaande jaar heeft gebruikt, en
- 2.
- de milieugevolgen, in termen van uitstoot van koolstofdioxide en van radioactief afval, als gevolg van elektriciteitsproductie met verschillende energiebronnen veroorzaakt door de totale brandstofmix die de leverancier in het voorafgaande jaar heeft gebruikt;
- 3.
- verwijzingen naar beschikbare referentiebronnen, waar voor een ieder toegankelijke informatie beschikbaar is over de milieugevolgen, in termen van uitstoot van koolstofdioxide en van radioactief afval, als gevolg van elektriciteitsproductie met verschillende energiebronnen veroorzaakt door de totale brandstofmix die de leverancier in het voorafgaande jaar heeft gebruikt;
- b.
- eindafnemers: afnemers aan wie uitsluitend voor eigen verbruik elektriciteit wordt geleverd.
Artikel 95k
| 1. | De leverancier meldt:
|
| 2. | Een producent of een handelaar meldt uiterlijk twee maanden na 1 januari van elk kalenderjaar, aan de leverancier de opwekkingsgegevens van de in het voorgaande kalenderjaar door hem geproduceerde of verhandelde elektriciteit. |
| 3. | De betrouwbaarheid van de opwekkingsgegevens van de elektriciteit waarvoor certificaten, garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit of garanties van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling worden verstrekt, wordt door middel van die certificaten, garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit of garanties van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling gewaarborgd. |
| 4. | Indien de producent, handelaar of leverancier onderdeel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, worden tevens de opwekkingsgegevens van de groep als geheel vermeld op of bij de rekening aan de eindafnemer, alsmede op aan de eindafnemer geadresseerd promotiemateriaal. |
| 5. | Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot:
|
| 6. | Van de verplichtingen in dit artikel kan uitsluitend gemotiveerd worden afgeweken. |
Artikel 95l
- 1.
- In dit artikel wordt onder milieugevolgen ten minste verstaan: de uitstoot van koolstofdioxide en radioactief afval.
- 2.
- De leverancier geeft ten minste eenmaal per kalenderjaar aan zijn eindafnemers een keuze van energiebronnen die hij zal gebruiken, onder vermelding van de milieugevolgen die te verwachten zijn van elektriciteitsproductie met die energiebronnen.
- 3.
- Eindafnemers maken een keuze uit het aanbod van de leverancier en maken deze keuze bekend aan de leverancier.
- 4.
- Indien een eindafnemer binnen de door de leverancier gestelde termijn geen keuze maakt, levert de leverancier de door hem gekozen elektriciteit aan de eindafnemer.
- 5.
- Een producent of een handelaar geeft aan een leverancier een keuze van energiebronnen waaruit hij elektriciteit kan krijgen, onder vermelding van de milieugevolgen die te verwachten zijn van elektriciteitsproductie met die energiebronnen.
- 6.
- Een producent of handelaar meldt aan de leverancier het aandeel van elke energiebron waaruit de leverancier elektriciteit heeft gekregen en de milieugevolgen van de elektriciteitsproductie met die energiebronnen.
- 7.
- De leverancier meldt op of bij de rekening aan de eindafnemer het aandeel van elke energiebron die de leverancier heeft gebruikt voor levering aan die afnemer en de milieugevolgen van de elektriciteitsproductie met die energiebronnen.
- 8.
- Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot de wijze waarop:
- a.
- de betrouwbaarheid van de informatie van een producent of handelaar aan de leverancier ten minste wordt gewaarborgd;
- b.
- de betrouwbaarheid van de informatie van de leverancier aan de eindafnemer ten minste wordt gewaarborgd.
- 9.
- Dit artikel treedt in werking met ingang van 1 januari 2007, dan wel op een eerder, bij koninklijk besluit te bepalen datum.
1c. Consumentenbescherming
Artikel 95m
| 1. | Het is verboden oneerlijke en misleidende verkoopmethoden te hanteren voor de levering en het transport van elektriciteit aan afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid. |
| 2. | De voorwaarden, verbonden aan een leverings- of transportovereenkomst met een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, zijn transparant, eerlijk en vooraf bekend. De voorwaarden worden in ieder geval voor het sluiten van de overeenkomst verstrekt en zijn gesteld in duidelijke en begrijpelijke taal. |
| 3. | Leveranciers en netbeheerders zorgen ervoor dat afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, te allen tijde transparante informatie kunnen verkrijgen over de geldende tarieven en voorwaarden voor levering en transport van elektriciteit. |
| 4. | Het is verboden voor de houder van een vergunning om op zodanige wijze afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, te benaderen dat onduidelijkheid bestaat over het feit dat een contract is afgesloten, de duur van het contract, de voorwaarden voor verlenging en beindiging van het contract, het bestaan van een recht op opzegging en de voorwaarden van opzegging. |
| 5. | Een contract, gesloten in strijd met het bepaalde bij of krachtens dit artikel is vernietigbaar. |
| 6. | Onder misleidende verkoopmethoden, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval verstaan:
|
| 7. | Onder oneerlijke verkoopmethoden, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval verstaan:
|
| 8. | Een leverancier biedt een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, ten minste een overeenkomst voor de levering van elektriciteit voor een onbepaalde duur aan. |
| 9. | Indien de afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, geen uitdrukkelijke keuze maakt voor een overeenkomst voor bepaalde duur, wordt hij geacht gekozen te hebben voor een overeenkomst voor onbepaalde duur. |
| 10. | Een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, kan elke overeenkomst tot levering van elektriciteit beindigen met inachtneming van een termijn van dertig dagen. |
| 11. | Indien sprake is van een overeenkomst voor bepaalde duur, kan de leverancier in deze overeenkomst opnemen dat bij tussentijdse beindiging van de overeenkomst de afnemer een redelijke vergoeding is verschuldigd. Indien sprake is van een overeenkomst voor onbepaalde duur, kan een dergelijke vergoeding niet in de overeenkomst worden opgenomen. |
| 12. | Bij ministerile regeling worden ter implementatie van de richtlijn nadere regels gesteld over bescherming van afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid. |
Artikel 95n
| 1. | Van de artikelen 95b en 95m, tweede, derde en achtste tot en met twaalfde lid, kan worden afgeweken indien er sprake is van een overeenkomst tot levering van elektriciteit aan een groep afnemers, waarbij:
|
3. Slotbepalingen
Artikel 103
| 1. | [Wijzigt de Elektriciteitswet 1989.] |
| 2. | De Elektriciteitswet 1989 wordt ingetrokken. |
Artikel 104
| 1. | De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. |
| 2. | Artikel 89 treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en werkt terug tot en met 1 januari 1998. |
| 3. | Paragraaf 8.1a treedt in werking met ingang van de datum waarop hoofdstuk 4 vervalt, dan wel op een eerder, bij koninklijk besluit te bepalen datum. |
Artikel 105
Deze wet wordt aangehaald als: Elektriciteitswet met vermelding van het jaartal van het Staatsblad waarin zij zal worden geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Beatrix
De Minister van Economische Zaken,
De Minister van Justitie,



