Verwijderbevestiging
verwijderenannuleren

Advertorial

Ontdek het gemak van de NS-Business Card.

Met de NS-Business Card checkt u op het begin- en eindstation in en uit en reist u van deur-tot-deur met de trein, OV-fiets, taxi of Greenwheels-huurauto. Zo besparen u én uw medewerkers tijd en geld. En zonder gedoe omdat u achteraf één overzichtelijke maandfactuur ontvangt. Kijk op ns.nl/mkb

Advertorial

Inspiratiesessie crossborder E-tailing 8 juni

Kom op 8 juni naar de inspiratiesessie crossborder E-tailing, voor de online trends in de ons omringende landen. Meer informatie en aanmelden, klik hier

Advertorial

Uw administratie online met Exact Online

Met Exact Online houdt u via internet uw administratie bij en heeft u inzicht in de bedrijfsresultaten. Administreer de boekhouding, facturen, uren en de voorraad. Nu 30 dagen GRATIS en vrijblijvend op proef!

MKB Marktplaats

Kort nieuws

Follow buscompleet on Twitter

Exact Online, dé online bedrijfssoftware op proef

Via internet uw bedrijfsadministratie bijhouden en resultaten raadplegen? Het kan met Exact Online bedrijfssoftware. 30 dagen GRATIS op proef!

Wet verontreiniging zeewater


Wet van 5 juni 1975, houdende voorschriften tot het voorkomen van de verontreiniging van de zee

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het mede ter uitvoering van het op 15 februari 1972 te Oslo tot stand gekomen Verdrag, met bijlagen, ter voorkoming van verontreiniging van de zee tengevolge van het storten uit schepen en luchtvaartuigen (Trb. 1972, 62) noodzakelijk is voorschriften te stellen om de verontreiniging van de zee te voorkomen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:


Artikel 1

1.

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:

Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;

het Verdrag: het op 15 februari 1972 te Oslo tot stand gekomen Verdrag, met bijlagen, ter voorkoming van verontreiniging van de zee tengevolge van het storten uit schepen en luchtvaartuigen (Trb. 1972, 62);

lozen: zich ontdoen van stoffen door deze door of van vaartuigen of luchtvaartuigen in het water van de zee te brengen;

het VN-Zeerechtverdrag: het op 10 december 1982 te Montego-Bay totstandgekomen Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee (Trb. 1983, 83).

2.

Onder lozen wordt voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde mede verstaan het zich ontdoen van stoffen door deze op zee aan boord van een vaartuig te verbranden.

3.

Onder vaartuigen worden voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde mede verstaan:

a.

installaties, opgericht op de bodem van de territoriale zee of van dat deel van de Noordzee, waarvan de grenzen samenvallen met die van het aan Nederland toekomende gedeelte van het continentaal plat;

b.

luchtkussenvaartuigen.


Artikel 1a

1.

Onverminderd het recht van andere staten om overeenkomstig het VN-Zeerechtverdrag tot rechtsvervolging over te gaan, is de Nederlandse strafwet toepasselijk op ieder die zich in of boven de Nederlandse exclusieve economische zone schuldig maakt aan overtreding van de voorschriften, gesteld bij of krachtens deze wet.

2.

Bij de opsporing en vervolging van strafbare feiten als bedoeld in het eerste lid wordt afdeling 7 van Deel XII van het VN-Zeerechtverdrag in acht genomen.


Artikel 2

Deze wet is niet van toepassing op:

a.
het lozen, voorzover daaromtrent regelen zijn gesteld bij of krachtens de Wet voorkoming verontreiniging door schepen (Stb. 1983, 683);
b.
het lozen, het aan boord nemen en het ten vervoer afgeven van splijtstoffen, ertsen of radioactieve stoffen, voorzover voor een van die gedragingen een vergunning is vereist op grond van artikel 15 of artikel 29 van de Kernenergiewet.

Artikel 3

1.
Het is verboden de bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen:
a.
te lozen, dan wel
b.
aan boord van een vaartuig of luchtvaartuig te nemen met het oogmerk om die stoffen te lozen, dan wel
c.
af te geven met het oogmerk om die stoffen te doen lozen.
2.
Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald dat met betrekking tot daarbij aangewezen stoffen de in dat lid gestelde verboden niet gelden indien deze stoffen op een daarbij aan te geven wijze worden of zullen worden geloosd.
3.
Het eerste lid is niet van toepassing op stoffen die slechts als sporen in andere stoffen voorkomen en die daaraan niet zijn toegevoegd met het doel om tezamen met die andere stoffen te worden geloosd.
4.
De voordracht tot een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid wordt Ons gedaan door Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Artikel 4

Het is verboden afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen, die niet vallen onder de in artikel 3, eerste lid, bedoelde verboden:

a.
te lozen, dan wel
b.
aan boord van een vaartuig of luchtvaartuig te nemen met het oogmerk om die stoffen te lozen, dan wel
c.
af te geven met het oogmerk om die stoffen te doen lozen,

tenzij voor dat lozen of voor dat aan boord nemen een ontheffing is verleend.


Artikel 5

De in de artikelen 3, eerste lid, en 4 omschreven verboden gelden niet voor het lozen van afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen, voorzover die handeling samenhangt met of voortvloeit uit het normale gebruik van het vaartuig of luchtvaartuig, mits dat gebruik niet ten doel heeft het lozen van dergelijke stoffen.


Artikel 6

In de gevallen, waarin door overmacht het in artikel 3, eerste lid, of het in artikel 4 omschreven verbod om te lozen wordt overtreden, maakt de schipper van het vaartuig of de gezagvoerder van het luchtvaartuig van het voorval melding in het scheepsdagboek of het journaal. Tevens doet hij van dit voorval onverwijld mededeling aan Onze Minister.


Artikel 6a

1.

Degene aan wie gevaarlijke afvalstoffen in de zin van de Wet milieubeheer worden afgegeven met het oogmerk deze te doen lozen, is verplicht elke zodanige afgifte aan een door gedeputeerde staten van de provincie waarin hij die afvalstoffen in ontvangst neemt, aan te wijzen instantie te melden, met inachtneming van daartoe door Onze Minister vast te stellen regels.

2.

Van de melding, bedoeld in het eerste lid, wordt op diens verzoek mededeling gedaan aan Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

3.

Het is een persoon als bedoeld in het eerste lid, verboden gevaarlijke afvalstoffen in ontvangst te nemen zonder dat hem daarbij een omschrijving en een begeleidingsbrief als bedoeld in artikel 10.39 van de Wet milieubeheer worden verstrekt.


Artikel 6b

Het is verboden afvalstoffen waarop de verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PbEU L 190) van toepassing is, binnen Nederlands grondgebied te brengen, indien dat naar het oordeel van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, in strijd zou zijn met het belang van de bescherming van het milieu.


Artikel 7

1.
Een ontheffing als bedoeld in artikel 4 wordt verleend door Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
2.
Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. De voorschriften kunnen worden gewijzigd of aangevuld.

Artikel 8

1.
Bij regeling van Onze Minister wordt bepaald welke gegevens moeten worden verstrekt bij een verzoek om ontheffing of tot wijziging van de aan de ontheffing verbonden voorschriften. Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat een zodanig verzoek moet worden ingediend bij een daarbij aangewezen instantie.
2.
Op de voorbereiding van een beschikking op een verzoek om verlening van een ontheffing onderscheidenlijk wijziging van de aan de ontheffing verbonden voorschriften zijn afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer van toepassing, behoudens het bepaalde in het derde en vierde lid.
3.
Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer zijn niet van toepassing, indien het verzoek betrekking heeft op het in het buitenland aan boord van een Nederlands vaartuig of luchtvaartuig nemen van afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen, met het oogmerk die stoffen te lozen, en de Staat op wier grondgebied dat aan boord nemen geschiedt, partij is bij:
a.
het op 15 februari 1972 te Oslo tot stand gekomen Verdrag, met bijlagen, ter voorkoming van verontreiniging van de zee tengevolge van het storten vanuit schepen of luchtvaartuigen (Trb. 1972, 62), dan wel bij
b.
het op 29 december 1972 te Londen tot stand gekomen verdrag, met bijlagen, ter voorkoming van verontreiniging van de zee door het storten van afval en vuil (Trb. 1973, 172).
4.
Voorts kan Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer bepalen dat afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer niet van toepassing zijn indien het verzoek betrekking heeft op afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen, waarvan door een ongewoon voorval de afvoer op korte termijn nodig is.

Artikel 8a

1.
Op de voorbereiding van een ambtshalve te geven beschikking tot wijziging of aanvulling van de aan een ontheffing verbonden voorschriften zijn afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer van toepassing, behoudens het bepaalde in het tweede lid.
2.
In overeenkomstige gevallen als bedoeld in artikel 8, derde lid, zijn afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer niet van toepassing. In overeenkomstige gevallen als bedoeld in artikel 8, vierde lid, kan Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer bepalen dat die afdelingen niet van toepassing zijn.

Artikel 8b [Vervallen per 01-07-2005]


Artikel 9

1.
Onze Minister kan een ontheffing geheel of gedeeltelijk intrekken, indien:
a.
de te harer verkrijging verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op het verzoek een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;
b.
de in artikel 7, tweede lid, bedoelde voorschriften niet in acht worden genomen;
c.
op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na de verlening der ontheffing, moet worden aangenomen dat het van kracht blijven der ontheffing het aan het tegengaan van de verontreiniging van de zee verbonden belang op onaanvaardbare wijze zou schaden, terwijl daaraan redelijkerwijs niet door het wijzigen of het aanvullen van de voorschriften kan worden tegemoet gekomen.
2.
Met betrekking tot een beschikking als bedoeld in het eerste lid, onder c, is artikel 8a van overeenkomstige toepassing.

Artikel 10

Beroep op de administratieve rechter staat open overeenkomstig hoofdstuk 20 van de Wet milieubeheer.


Artikel 11

Een gedraging in strijd met een aan een ontheffing verbonden voorschrift is verboden.


Artikel 12

Met betrekking tot de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn de artikelen 18.3 tot en met 18.14, 18.15, onder b, en 18.16 van de Wet milieubeheer van toepassing.


Artikel 13

De toezichthouder neemt bij het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde afdeling 7 van Deel XII van het VN-Zeerechtverdrag in acht.


Artikel 14 [Vervallen per 01-03-1993]


Artikel 15 [Vervallen per 01-03-1993]


Artikel 16 [Vervallen per 01-01-1994]


Artikel 17

De ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane, geven geen toestemming tot vertrek uit Nederland indien zij ernstige redenen hebben om te vermoeden dat in strijd met een der in de artikelen 3, eerste lid , en 4 omschreven verboden is of zal worden gehandeld.


Artikel 18

Onze Minister doet jaarlijks verslag aan de Staten-Generaal over de aan deze wet gegeven toepassing. Dit verslag kan worden opgenomen als bijlage bij de memorie van toelichting op de Rijksbegroting.


Artikel 19

Een op grond van artikel 1, vierde lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren vr het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet verleende vergunning voor het in het water van de volle zee brengen van afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen wordt voor de toepassing van deze wet gelijkgesteld met een ontheffing als bedoeld in artikel 4.


Artikel 20 [Vervallen per 01-03-1993]


Artikel 21

Deze wet kan worden aangehaald als "Wet verontreiniging zeewater".


Artikel 22

Deze wet treedt in werking op een nader door Ons te bepalen tijdstip.


Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministerile departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk, 5 juni 1975.

JULIANA.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
T. WESTERTERP.

De Minister van Volksgezondheid en Milieuhygine,
I. VORRINK.

De Minister van Landbouw en Visserij,
VAN DER STEE.

De Minister van Economische Zaken,
R. F. M. LUBBERS.

De Minister van Justitie,
VAN AGT.

De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,
L. J. BRINKHORST.

Uitgegeven de vijftiende juli 1975.

De Minister van Justitie,
VAN AGT.

Wettenbank

Advertorial

Alles draait om veerkracht.

Het zijn onzekere tijden voor werkgevers. Maar wat organisaties weerbaar maakt, is flexibiliteit. Of liever: veerkracht. Tempo-Team helput u graag om uw organisatie veerkrachtiger te maken. Bekijk op tempo-team.nl/blijfbezig hoe andere organisaties met onze HR-oplossingen hun veerkracht hebben vergroot.

Inloggen

Wachtwoord vergeten?

Klik hier

Geen lid?

Klik hier