MKB Marktplaats
Wet op belastingen van rechtsverkeer
Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de wetgeving betreffende de registratie- en de zegelbelasting te vervangen door een meer overzichtelijke en aanzienlijk vereenvoudigde nieuwe wettelijke regeling, welke is aangepast aan de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Stb. 1959, 301) en aan de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 juli 1969 betreffende de indirecte belastingen op het bijeenbrengen van kapitaal (Publikatieblad van 3 oktober 1969);
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk II. Overdrachtsbelasting
Afdeling 1. Belastbaar feit
Artikel 2
- 1.
- Onder de naam 'overdrachtsbelasting' wordt een belasting geheven ter zake van de verkrijging van in Nederland gelegen onroerende zaken of van rechten waaraan deze zijn onderworpen.
- 2.
- Voor de toepassing van deze wet wordt onder verkrijging mede begrepen de verkrijging van de economische eigendom. Onder economische eigendom wordt verstaan een samenstel van rechten en verplichtingen met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde onroerende zaken of rechten waaraan deze zijn onderworpen, dat een belang bij die zaken of rechten vertegenwoordigt. Het belang omvat ten minste enig risico van waardeverandering en komt toe aan een ander dan de eigenaar of beperkt gerechtigde. De verkrijging van uitsluitend het recht op levering wordt niet aangemerkt als verkrijging van economische eigendom.
Artikel 3
- 1.
- Als verkrijging wordt niet aangemerkt die krachtens:
- a.
- boedelmenging, erfrecht of verjaring;
- b.
- verdeling van een huwelijksgemeenschap of nalatenschap, waarin de verkrijger was gerechtigd als rechtverkrijgende onder algemene titel;
- c.
- natrekking van een zaak op het tijdstip waarop die zaak wordt aangebracht op, aan of in een onroerende zaak, tenzij van die zaak omzetbelasting wordt geheven ter zake van de levering en de vergoeding, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968, te zamen met de verschuldigde omzetbelasting, lager is dan de waarde, bedoeld in artikel 9, dan wel omzetbelasting wordt geheven ter zake van het beschikken over die zaak voor bedrijfsdoeleinden en de vergoeding, bedoeld in artikel 8, derde lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968, te zamen met de verschuldigde omzetbelasting, lager is dan de waarde, bedoeld in artikel 9, en de verkrijger die omzetbelasting op grond van artikel 15 van die wet niet of niet nagenoeg geheel in aftrek kan brengen.
Voor de toepassing van deze bepaling wordt de waarde ten minste gesteld op de kostprijs van de zaak, met inbegrip van de omzetbelasting, zoals die zou ontstaan bij de voortbrenging door een onafhankelijke derde op het tijdstip van de natrekking.
- 2.
- Als verkrijging als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, wordt niet aangemerkt hetgeen wordt verkregen krachtens de uitoefening van een wilsrecht als bedoeld in de artikelen 19, 20, 21 en 22 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 4
| 1. | Als zaken als bedoeld in artikel 2 worden mede aangemerkt (fictieve onroerende zaken):
|
| 2. | Voor de toepassing van het eerste lid worden onder onroerende zaken mede verstaan fictieve onroerende zaken, rechten waaraan in Nederland gelegen onroerende zaken of fictieve onroerende zaken zijn onderworpen, alsmede de economische eigendom van deze zaken of rechten. |
| 3. | Bij toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt ter zake van de verkrijging van aandelen alleen belasting geheven wanneer de verkrijger met inbegrip van de reeds aan hem toebehorende aandelen en ingevolge dezelfde of een samenhangende overeenkomst nog te verkrijgen aandelen:
|
| 4. | Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, heeft, wanneer een lichaam voor ten minste een derde gedeelte belang heeft in een ander lichaam, bij het bepalen van zijn bezittingen naar evenredigheid toerekening plaats van de bezittingen en schulden van het andere lichaam. |
| 5. | Voor de toepassing van het derde en vierde lid:
|
| 6. | Voor de toepassing van het derde lid, onderdeel a, wordt als een met de verkrijger verbonden lichaam aangemerkt een lichaam waarin de verkrijger, zijn echtgenoot of zijn bloed- en aanverwanten in de rechte linie en in de tweede graad van de zijlinie, al dan niet te zamen, voor ten minste een derde gedeelte belang heeft. |
| 7. | Voor de toepassing van het derde lid, onderdeel b, wordt als een met de verkrijger verbonden lichaam aangemerkt:
|
| 8. | Voor de toepassing van het derde lid, onderdeel b, wordt als een met de verkrijger verbonden natuurlijk persoon aangemerkt een natuurlijk persoon die, al dan niet te zamen met zijn echtgenoot en zijn bloed- en aanverwanten in de rechte linie en in de tweede graad van de zijlinie, voor ten minste een derde gedeelte belang heeft in de verkrijger of in een met de verkrijger verbonden lichaam, alsmede de echtgenoot van deze persoon en de bloed- en aanverwanten in de rechte linie en in de tweede graad van de zijlinie van deze persoon. |
| 9. | Lichamen die de in het eerste lid bedoelde rechten hebben toegekend, alsmede de in dat lid bedoelde lichamen met een in aandelen verdeeld kapitaal, zijn gehouden met inachtneming van bij ministerile regeling te stellen regels bij aangifte de gegevens te verstrekken waarvan de kennisneming van belang kan zijn voor de heffing van de belasting. Met betrekking tot deze verplichtingen blijft artikel 53, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen buiten toepassing. |
| 10. | Voor de toepassing van dit artikel worden onder lichamen verstaan verenigingen, andere rechtspersonen, vennootschappen en doelvermogens. |
Artikel 5
Als rechten waaraan zaken zijn onderworpen worden niet aangemerkt de rechten van grondrente, pand en hypotheek.
Artikel 6
- 1.
- Opzegging van een beperkt recht wordt beschouwd als verkrijging van dat recht door degene ten behoeve van wie de opzegging plaats heeft.
- 2.
- Wijziging van een beperkt recht wordt beschouwd als afstand van dat recht tegen verkrijging van een nieuw beperkt recht.
- 3.
- Indien bij het einde van een beperkt recht tot gebruik van een onroerende zaak door de gebruiker daarop aangebrachte zaken ten goede komen aan een andere gerechtigde tot die onroerende zaak, worden die zaken geacht door die gerechtigde te zijn verkregen.
Artikel 7
Hetgeen bij een verdeling wordt toegedeeld, wordt geacht voor het geheel te zijn verkregen.
Artikel 8
- 1.
- Indien voor de verkrijging van een goed als bedoeld in artikel 2 een akte in de openbare registers, bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, moet worden ingeschreven, vindt de verkrijging plaats op het tijdstip waarop de akte wordt opgemaakt.
- 2.
- Een verkrijging krachtens een rechtshandeling die onder opschortende voorwaarde is verricht, komt tot stand op het tijdstip waarop de voorwaarde wordt vervuld.
- 3.
- Nietigheid van een verkrijging wordt buiten beschouwing gelaten.
Afdeling 2. Maatstaf van heffing
Artikel 9
| 1. | De belasting wordt berekend over de waarde van de onroerende zaak of het recht waaraan deze is onderworpen, waarop de verkrijging betrekking heeft. De waarde is ten minste gelijk aan die van de tegenprestatie. |
| 2. | Indien van een beperkt recht afstand wordt gedaan tegen verkrijging van een nieuw beperkt recht, wordt de belasting berekend over het verschil in waarde tussen de beperkte rechten. Wordt uitsluitend de schuldplichtigheid gewijzigd, dan wordt bedoeld verschil op nihil gesteld. |
| 3. | Bij verkrijging van een met grondrente bezwaarde zaak, wordt de belasting berekend over de waarde van die zaak zonder aftrek van de grondrente. |
| 4. | Ingeval een verkrijging als bedoeld in artikel 2, tweede lid, wordt gevolgd door een verkrijging als bedoeld in artikel 2, eerste lid, of andersom, door dezelfde persoon of door zijn rechtsopvolger krachtens huwelijksvermogensrecht of erfrecht, wordt de waarde verminderd met het bedrag waarover ter zake van de eerste verkrijging was verschuldigd hetzij overdrachtsbelasting naar het gewone tarief welke niet in mindering heeft gestrekt van recht van successie, van schenking of van overgang, hetzij omzetbelasting welke op grond van artikel 15 van de Wet op de omzetbelasting 1968 in het geheel niet in aftrek kon worden gebracht. |
| 5. | Indien voor een goed als bedoeld in artikel 2 een verkoopregulerend beding geldt dat rechtstreeks of middellijk jegens de verkrijger is gemaakt door een publiekrechtelijk lichaam of een toegelaten instelling in de zin van artikel 70, eerste lid, van de Woningwet, is de waarde gelijk aan die van de tegenprestatie en worden voor de bepaling van de tegenprestatie de uit het beding voortvloeiende lasten buiten aanmerking gelaten. |
| 6. | Indien op grond van artikel 15, vierde lid, de vrijstelling niet van toepassing is, wordt de waarde ten minste gesteld op de kostprijs van de onroerende zaak of van de zaak waarop het recht of de dienst betrekking heeft, met inbegrip van de omzetbelasting, zoals die zou ontstaan bij de voortbrenging door een onafhankelijke derde op het tijdstip van de verkrijging. |
Artikel 10
De waarde van aandelen en rechten, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, is gelijk aan de waarde van de goederen als bedoeld in artikel 2, welke door die aandelen of rechten middellijk of onmiddellijk worden vertegenwoordigd, met dien verstande dat de waarde van de goederen, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel y, buiten beschouwing blijft.
Artikel 11
- 1.
- Bij verkrijging van een erfdienstbaarheid of van een recht van erfpacht, opstal of beklemming wordt de waarde vermeerderd met die van de canon, de retributie of de huur, met dien verstande dat de som van beide waarden niet hoger wordt gesteld dan de waarde van de zaak waarop het recht betrekking heeft.
- 2.
- Bij verkrijging van eigendom, bezwaard met een erfdienstbaarheid of met een recht van erfpacht, opstal of beklemming, wordt de waarde verminderd met die van de canon, de retributie of de huur.
- 3.
- De waarde van de canon, de retributie of de huur wordt bepaald volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels.
Artikel 12
- 1.
- Bij verkrijging krachtens verdeling wordt de waarde verminderd met die van het aandeel van de verkrijger of van zijn rechtsvoorganger onder algemene titel in de verdeelde goederen als zijn bedoeld in artikel 2.
- 2.
- De vermindering met de waarde van het aandeel van een rechtsvoorganger vindt, ingeval aan verschillende rechtverkrijgenden onder algemene titel goederen als zijn bedoeld in artikel 2 worden toegedeeld, voor iedere toedeling plaats naar evenredigheid van de waarde van het toegedeelde.
- 3.
- Het eerste en het tweede lid blijven buiten toepassing, voor zover de gerechtigdheid tot de verdeelde goederen is ontstaan door inbreng in een vennootschap met toepassing van de vrijstelling, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel e.
Artikel 13
- 1.
- In geval van verkrijging binnen zes maanden na een vorige verkrijging van dezelfde goederen door een ander wordt de waarde verminderd met het bedrag waarover ter zake van de vorige verkrijging was verschuldigd hetzij overdrachtsbelasting naar het gewone tarief welke niet in mindering heeft gestrekt van recht van successie, van schenking of van overgang, hetzij omzetbelasting welke in het geheel niet op grond van artikel 15 van de Wet op de omzetbelasting 1968 in aftrek kon worden gebracht.
- 2.
- Voor de toepassing van het eerste lid worden aandelen of rechten, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, en de daardoor middellijk of onmiddellijk vertegenwoordigde goederen als dezelfde goederen beschouwd.
Afdeling 3. Tarief en vrijstellingen
Artikel 14
De belasting bedraagt 6 percent.
Artikel 15
| 1. | Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden is van de belasting vrijgesteld de verkrijging:
|
| 2. | Ingeval bodembestanddelen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel j, of de waarde daarvan alsnog aan de verkrijger ten goede komen, wordt zulks beschouwd als een verkrijging in de zin van artikel 2. |
| 3. | Verwijdering van zaken die ingevolge een beding of krachtens de wet nog na de verkrijging mogen worden weggenomen wordt, indien die verwijdering plaatsvindt binnen drie maanden na de verkrijging, ten aanzien van die zaken beschouwd als de vervulling van een aan de verkrijging verbonden ontbindende voorwaarde, mits zij of hun waarde niet aan de verkrijger zijn ten goede gekomen. |
| 4. | De in het eerste lid bedoelde vrijstellingen zijn niet van toepassing in gevallen waarin de verkrijging plaatsvindt krachtens een levering of dienst in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 ter zake waarvan omzetbelasting is verschuldigd, indien de vergoeding, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van die wet, te zamen met de verschuldigde omzetbelasting, lager is dan de waarde, bedoeld in artikel 9, en de verkrijger de omzetbelasting op grond van artikel 15 van de Wet op de omzetbelasting 1968 niet of niet nagenoeg geheel in aftrek kan brengen, dan wel omzetbelasting wordt geheven ter zake van het beschikken over die zaak voor bedrijfsdoeleinden en de vergoeding, bedoeld in artikel 8, derde lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968, tezamen met de verschuldigde omzetbelasting, lager is dan de waarde, bedoeld in artikel 9, en de verkrijger die omzetbelasting op grond van artikel 15 van de Wet op de omzetbelasting 1968 niet of niet nagenoeg geheel in aftrek kan brengen. Voor de toepassing van deze bepaling wordt de waarde ten minste gesteld op de kostprijs van de onroerende zaak of van de zaak waarop het recht of de dienst betrekking heeft, met inbegrip van de omzetbelasting, zoals die zou ontstaan bij de voortbrenging door een onafhankelijke derde op het tijdstip van de verkrijging. |
| 5. | Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel e, onder 1, wordt onder waarde van het vermogen van de ingebrachte onderneming mede verstaan de boekwaarde van dat vermogen, zoals die geldt voor de heffing van inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting, in gevallen waarin de ondernemer inbrengt met voorbehoud van stille reserves. |
Afdeling 4. Wijze van heffing
Artikel 16
De belasting wordt geheven van de verkrijger.
Artikel 17
De belasting moet op aangifte worden voldaan.
Artikel 18
Bij ministerile regeling kunnen regels worden gesteld welke ertoe strekken, dat de belasting ter zake van een verkrijging waarvan een notarile akte is opgemaakt, wordt voldaan ter gelegenheid van de aanbieding van die akte ter registratie.
Artikel 19
- 1.
- Op verzoek wordt teruggaaf van de belasting verleend, indien
de toestand van vr de verkrijging zowel feitelijk als
rechtens wordt hersteld als gevolg van:
- a.
- de vervulling van een ontbindende voorwaarde;
- b.
- nietigheid of vernietiging;
- c.
- ontbinding wegens niet-nakoming van een verbintenis. Indien in de gevallen als zijn bedoeld onder a en b een akte in de openbare registers, bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, is ingeschreven, wordt zodanig herstel in geen geval aanwezig geacht voor de inschrijving van een verklaring, akte of rechterlijke uitspraak waarbij de vervulling van de voorwaarde, de nietigheid of de vernietiging wordt vastgesteld.
- 2.
- Het verzoek om teruggaaf geschiedt door het doen van aangifte binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar waarin het recht op teruggaaf is ontstaan.
- 3.
- De inspecteur beslist op het verzoek om teruggaaf bij voor bezwaar vatbare beschikking.
- 4.
- Een verkrijging ten aanzien waarvan op grond van het eerste lid teruggaaf van de belasting wordt verleend, blijft buiten beschouwing voor de toepassing van artikel 13.
Hoofdstuk III. Assurantiebelasting
Afdeling 1. Belastbaar feit
Artikel 20
Onder de naam 'assurantiebelasting' wordt een belasting geheven ter zake van verzekeringen waarvan het risico in Nederland is gelegen en ter zake van daarmee samenhangende diensten.
Artikel 21
| 1. | Het risico van de verzekering is in Nederland gelegen indien de verzekeringnemer in Nederland woont, of, ingeval de verzekeringnemer een rechtspersoon is, indien de vestiging van deze rechtspersoon waarop de verzekering betrekking heeft zich in Nederland bevindt. |
| 2. | Het risico van de verzekering is voor zover het eerste lid niet van toepassing is, voorts in Nederland gelegen indien de verzekering betrekking heeft op:
|
| 3. | In afwijking van het eerste lid is het risico van de verzekering niet in Nederland gelegen indien de verzekering betrekking heeft op:
|
| 4. | Onder vestiging, bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan: de hoofdvestiging van de rechtspersoon en elke andere duurzame aanwezigheid van die rechtspersoon in welke vorm dan ook. |
Afdeling 2. Maatstaf van heffing
Artikel 22
- 1.
- De belasting wordt berekend over de premie, alsmede over de vergoeding voor met de verzekering samenhangende diensten.
- 2.
- Onder premie wordt verstaan het totale bedrag dat - of voor zover de tegenprestatie niet in een geldsom bestaat, de totale waarde van de tegenprestatie welke - in verband met de verzekering in rekening wordt gebracht, de assurantiebelasting niet daaronder begrepen.
Afdeling 3. Tarief en vrijstellingen
Artikel 23
De belasting bedraagt 7,5 percent.
Artikel 24
| 1. | Van de belasting zijn vrijgesteld:
|
| 2. | Indien een samengestelde verzekering een of meer vrijgestelde verzekeringen omvat, wordt de vrijstelling toegepast op het aan die vrijgestelde verzekeringen toe te rekenen gedeelte van de premie. |
Afdeling 4. Wijze van heffing
Artikel 25
| 1. | De belasting ter zake van verzekeringen welke zijn gesloten door tussenkomst van een door Onze Minister aangewezen bemiddelaar in verzekeringen, aan wie een vergunning is verleend ingevolge de Wet op het financieel toezicht, wordt geheven van die bemiddelaar, indien hij ter zake van de verzekering de premie int of doet innen en bovendien:
|
| 2. | De belasting ter zake van verzekeringen welke zijn gesloten bij een gevolmachtigd agent als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht wordt steeds geheven van de agent, tenzij het eerste lid van toepassing is. |
| 3. | De belasting wordt geheven van de bemiddelaar, indien en voor zover deze de vergoeding ontvangt van een ander dan de verzekeraar die in Nederland is gevestigd. Deze belastingplicht strekt zich niet verder uit dan tot die vergoeding. |
| 4. | Indien het eerste, tweede en derde lid geen toepassing kunnen vinden, wordt de belasting geheven van de verzekeraar, ingeval deze in Nederland is gevestigd. |
| 5. | Ingeval de verzekeraar niet in Nederland is gevestigd en het eerste en tweede lid geen toepassing kunnen vinden, wordt de belasting geheven van de vertegenwoordiger van de verzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, al naar gelang die vertegenwoordiger de verzekering voor of namens de verzekeraar heeft gesloten. Indien er niet een dergelijke vertegenwoordiger is, wordt de belasting geheven van de in Nederland wonende of gevestigde bemiddelaar in verzekeringen als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, door wiens bemiddeling de verzekering is gesloten. |
| 6. | Indien het eerste, tweede, derde en vijfde lid geen toepassing kunnen vinden is de verzekeraar die niet in Nederland woont of is gevestigd gehouden een fiscaal vertegenwoordiger aan te stellen die in Nederland woont of gevestigd is. De belasting wordt in dat geval geheven van die fiscaal vertegenwoordiger. |
| 7. | Ingeval de vorige leden geen toepassing kunnen vinden, wordt de belasting geheven van de verzekeringnemer. |
Artikel 25a
| 1. | De fiscaal vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 25, zesde lid, dient in het bezit te zijn van een vergunning van de inspecteur. |
| 2. | Degene die een vergunning als fiscaal vertegenwoordiger wil verkrijgen, dient daartoe een verzoek in bij de inspecteur. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de gegevens die het verzoek moet bevatten. |
| 3. | Bij het verzoek wordt een verklaring overgelegd van de in artikel 25, zesde lid, bedoelde verzekeraar, waaruit blijkt dat deze degene die het verzoek indient, machtigt op te treden als zijn fiscaal vertegenwoordiger. |
| 4. | Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, ter verzekering van de heffing en de invordering, regels worden gesteld met betrekking tot de voorwaarden waaronder de vergunning wordt verleend, gewijzigd en ingetrokken. Het verlenen, wijzigen en intrekken van de vergunning geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking. |
Artikel 26
De belasting wordt verschuldigd op het tijdstip waarop de premie vervalt.
Artikel 27
De in een tijdvak verschuldigd geworden belasting moet op aangifte worden voldaan.
Afdeling 5. Bijzondere bepalingen
Artikel 28
In de gevallen bedoeld in artikel 25, eerste tot en met vijfde lid, wordt het risico van de verzekering geacht in Nederland te zijn gelegen, tenzij aan de hand van boeken of bescheiden het tegendeel wordt aangetoond.
Artikel 29
- 1.
- Voor zover de premie niet is en niet zal worden ontvangen, dan wel wordt terugbetaald, wordt de belasting verrekend met die welke is verschuldigd geworden in het tijdvak waarin het recht op verrekening is ontstaan. Ingeval de voor verrekening in aanmerking komende belasting meer bedraagt dan de in het tijdvak verschuldigd geworden belasting, wordt het verschil op verzoek teruggegeven.
- 2.
- Het verzoek om teruggaaf geschiedt bij de aangifte over het tijdvak waarin het recht op teruggaaf is ontstaan.
- 3.
- De inspecteur beslist op het verzoek om teruggaaf bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Artikel 30
Hij die ingevolge een vr de inwerkingtreding van deze wet of van een wijziging daarvan gesloten verzekering premies int of doet innen, is bevoegd hetgeen van hem wegens assurantiebelasting over die premies meer is gevorderd dan vr die inwerkingtreding had kunnen geschieden, terug te vorderen van de verzekeringnemer. Hiermede strijdige bedingen zijn nietig.
Artikel 31
De verzekeringnemer die ingevolge een vr de inwerkingtreding van een wijziging in de wetgeving inzake assurantiebelasting gesloten verzekering premies voldoet, is bevoegd van hem aan wie de premies worden voldaan, terug te vorderen hetgeen wegens assurantiebelasting over die premies minder is gevorderd dan vr die inwerkingtreding had kunnen geschieden. Hiermede strijdige bedingen zijn nietig.
Hoofdstuk IV [Vervallen per 01-01-2006]
Afdeling 1 [Vervallen per 01-01-2006]
Artikel 32 [Vervallen per 01-01-2006]
Artikel 33 [Vervallen per 01-01-2006]
Artikel 34 [Vervallen per 01-01-2006]
Artikel 34a [Vervallen per 01-01-2006]
Afdeling 2 [Vervallen per 01-01-2006]
Artikel 35 [Vervallen per 01-01-2006]
Afdeling 3 [Vervallen per 01-01-2006]
Artikel 36 [Vervallen per 01-01-2006]
Artikel 37 [Vervallen per 01-01-2006]
Afdeling 4 [Vervallen per 01-01-2006]
Artikel 38 [Vervallen per 01-01-2006]
Artikel 39 [Vervallen per 01-01-2006]
Hoofdstuk V. Beursbelasting
Artikel 40 [Vervallen per 01-07-1990]
Artikel 41 [Vervallen per 01-07-1990]
Artikel 42 [Vervallen per 01-07-1990]
Artikel 43 [Vervallen per 01-07-1990]
Artikel 44 [Vervallen per 01-07-1990]
Artikel 45 [Vervallen per 01-07-1990]
Artikel 46 [Vervallen per 01-07-1990]
Artikel 47 [Vervallen per 01-07-1990]
Artikel 48 [Vervallen per 01-07-1990]
Artikel 49 [Vervallen per 01-07-1990]
Artikel 50 [Vervallen per 01-07-1990]
Artikel 51 [Vervallen per 01-07-1990]
Hoofdstuk VI. Algemene bepalingen
Artikel 52
Onder waarde wordt verstaan: waarde in het economische verkeer.
Artikel 53
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen:
- a.
- nadere, zo nodig van de bepalingen van deze wet afwijkende regels worden gesteld die tot vergemakkelijking van de heffing van belasting kunnen leiden;
- b.
- andere in het kader van de wet passende regels worden gesteld ter aanvulling van in de wet geregelde onderwerpen.
Hoofdstuk VIA. Bijzondere bepalingen
Artikel 54
- 1.
- Indien de verkrijging, bedoeld in artikel 2, tweede lid, niet is neergelegd in een notarile akte of in een andere akte die ter registratie is aangeboden, is degene die de economische eigendom overdraagt, verplicht binnen twee weken na de verkrijging aan de inspecteur te melden dat de economische eigendom is overgedragen.
- 2.
- Bij ministerile regeling worden regels gesteld omtrent de wijze waarop de melding moet worden gedaan.
- 3.
- Met betrekking tot de verplichtingen, bedoeld in dit artikel, blijven de artikelen 47b, tweede lid, en 52a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen buiten toepassing.
Artikel 55
Degene die niet voldoet aan de verplichting, hem opgelegd bij artikel 54, wordt gestraft met geldboete van de derde categorie.
Hoofdstuk VII. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 56 [Vervallen per 08-12-1995]
Artikel 57 [Vervallen per 08-12-1995]
Artikel 58 [Vervallen per 08-12-1995]
Artikel 59 [Vervallen per 08-12-1995]
Artikel 60 [Vervallen per 08-12-1995]
Artikel 61
- 1.
- Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.
- 2.
- Zij kan worden aangehaald als 'Wet op belastingen van rechtsverkeer'.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerile Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
JULIANA.




