MKB Marktplaats
Militaire Ambtenarenwet 1931
Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:
Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat regelen betreffende den rechtstoestand van de militaire ambtenaren van zee- en landmacht behooren te worden gesteld;
Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Titel I. Algemeene bepaling
Artikel 1
| 1. | In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
| 2. | In deze wet wordt, voorzover hun belang daarmee is gemoeid of dit uit de vroegere rechtsbetrekking volgt, mede verstaan onder militaire ambtenaren: gewezen militaire ambtenaren. |
Artikel 1b [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Titel II. Bezwaar, beroep en klachtrecht
Artikel 2 [Vervallen per 01-01-1998]
2. Rechtsmacht
Artikel 3
- 1.
- In afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift dertien weken, indien de belanghebbende zich om redenen van dienst buiten Nederland bevindt.
- 2.
- In afwijking van artikel 8:55, eerste lid, derde volzin, van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het indienen van een verzetschrift dertien weken, indien de belanghebbende zich om redenen van dienst buiten Nederland bevindt.
- 3.
- In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de beslistermijn zes maanden, indien een of meer belanghebbenden, getuigen of deskundigen zich om redenen van dienst buiten Nederland bevinden.
- 4.
- Indien dringende redenen van operationele aard verhinderen dat binnen de in het derde lid bedoelde termijn wordt beslist, kan deze termijn ten hoogste twee keer met drie maanden worden verlengd.
Artikel 4
In afwijking van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht is voor beroepen tegen besluiten op grond van deze wet de rechtbank te 's-Gravenhage bevoegd.
Artikel 5
| 1. | De eerste volzin van artikel 54, derde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie is van overeenkomstige toepassing indien beroep is ingesteld door nagelaten betrekkingen of rechtverkrijgenden. |
| 2. | Tot militair lid zijn alleen benoembaar zij die Nederlander en militair ambtenaar of eervol ontslagen militair ambtenaar zijn. |
| 3. | Zij mogen niet:
|
| 4. | Een militair lid wordt door Onze Minister benoemd voor de tijd van vier jaren. Het lid is bij zijn aftreden eenmaal herbenoembaar. Op zijn verzoek wordt het lid door Onze Minister ontslag verleend. |
| 5. | In geval van gelijktijdige benoeming geldt als oudstbenoemde het lid wiens naam in het benoemingsbesluit het eerst is vermeld en zo vervolgens. Heeft de benoeming plaats gehad bij verschillende besluiten van gelijke datum, dan wordt het laagst genummerde besluit geacht het eerst te zijn genomen en zo vervolgens. |
| 6. | Ten aanzien van een militair lid zijn de artikelen 46c, 46d, 46e, 46f, 46g, eerste tot en met het vierde lid, 46i, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c, 46j, 46l, 46m, 46o en 46p van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat mede ontslag wordt verleend:
|
Artikel 5a
- 1.
- Alvorens zijn ambt te aanvaarden, legt het militaire lid de eden of verklaring en beloften af die voor rechterlijke ambtenaren zijn voorgeschreven.
- 2.
- De bediging geschiedt ten overstaan van de president.
Artikel 5b
Aan de militaire leden wordt een vergoeding toegekend met overeenkomstige toepassing van de regels die gelden voor de rechters-plaatsvervangers.
Artikel 6
In afwijking van artikel 8:12 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank ook aan de commandant van de bodem waarop of het korps of de inrichting waarbij de betrokken militaire ambtenaar dient of heeft gediend, opdragen het vooronderzoek of een gedeelte daarvan te verrichten.
Artikel 7
Indien tijdens de behandeling van een beroep blijkt, dat een samenhangend strafrechtelijk onderzoek of een tuchtproces ingevolge de Wet militair tuchtrecht aanhangig is, wordt de behandeling, tenzij het beroep tegen een voorloopige voorziening is gericht, tot na afloop van dat onderzoek of dat tuchtproces geschorst.
Artikel 8
Een uitspraak van den strafrechter, in kracht van gewijsde gegaan, of ingevolge de Wet militair tuchtrecht in beroep gewezen, waarbij de militaire ambtenaar aan eenig feit is schuldig verklaard, geldt in een militaire ambtenarenzaak als bewijs van dat feit.
Artikel 9
- 1.
- De militaire ambtenaar die zich bezwaard voelt over een van een militaire meerdere als bedoeld in artikel 67 van het Wetboek van Militair Strafrecht ontvangen bevel, dan wel meent van een zodanige meerdere een krenkende of onbillijke behandeling te hebben ondervonden, kan daarover in afwijking van artikel 9:8, eerste lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken schriftelijk een met redenen omklede klacht indienen bij de tot straffen bevoegde militaire meerdere, bedoeld in artikel 49 van de Wet militair tuchtrecht onder wiens rechtstreeks bevel degene, tegen wie de klacht is gericht, is gesteld dan wel bij een door Onze Minister aangewezen functionaris.
- 2.
- Geen klacht kan worden ingediend over besluiten of handelingen ter uitvoering van de Wet militair tuchtrecht.
- 3.
- Op de behandeling van de klacht zijn de afdelingen 9.1.2 en 9.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in afwijking van artikel 9:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht de klacht binnen twaalf weken wordt afgehandeld indien de klager dan wel de militaire meerdere tegen wie het klaagschrift is gericht dan wel getuigen zich om redenen van dienst buiten Nederland bevinden.
- 4.
- Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld ter uitvoering van dit artikel.
Artikel 10
Titel II van de Ambtenarenwet 1929 vindt op de militaire ambtenaren overeenkomstige toepassing.
Titel IV. Bepalingen van materieel recht
Artikel 12
Voor zover deze onderwerpen niet reeds bij of krachtens de wet zijn geregeld, worden voor de militaire ambtenaren bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voorschriften vastgesteld betreffende:
| a. | aanstelling; |
| b. | het onderzoek naar de geschiktheid en bekwaamheid; |
| c. | opleiding; |
| d. | bevordering; |
| e. | schorsing; |
| f. | ontslag; |
| g. | diensttijden; |
| h. | verlof; |
| i. | gezondheidszorg; |
| j. | bescherming bij de arbeid; |
| k. | woon-, verblijfs- en bereikbaarheidsverplichtingen; |
| l. | medezeggenschap; |
| m. | bezoldiging en overige militaire inkomsten; |
| n. | wachtgeld; |
| o. | overige rechten en verplichtingen; |
| p. | de wijze, waarop met de daarvoor in aanmerking komende vakorganisaties van overheidspersoneel overleg wordt gepleegd over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van militaire ambtenaren, alsmede de gevallen waarin overeenstemming in dat overleg dient te worden bereikt. |
Artikel 12bis
Het bevoegd gezag en de militaire ambtenaar zijn verplicht zich als een goed werkgever en een goed militair ambtenaar te gedragen.
Artikel 12ter
| 1. | Onze Minister voert een integriteitsbeleid dat is gericht op het bevorderen van goed ambtelijk handelen en dat in ieder geval aandacht besteedt aan het bevorderen van integriteitsbewustzijn en aan het voorkomen van misbruik van bevoegdheden, belangenverstrengeling en discriminatie. |
| 2. | Onze Minister zorgt ervoor dat het integriteitsbeleid een vast onderdeel uitmaakt van het personeelsbeleid in ieder geval door integriteit in functioneringsgesprekken en werkoverleg aan de orde te stellen en door het aanbieden van scholing en vorming op het gebied van integriteit. |
| 3. | Onze Minister draagt zorg voor de totstandkoming van een gedragscode voor goed ambtelijk handelen. |
| 4. | Onze Minister stelt in overeenstemming met de Tweede Kamer vast op welke wijze jaarlijks verantwoording wordt afgelegd over het gevoerde integriteitsbeleid en over de naleving van de gedragscode. |
Artikel 12quater
| 1. | Voor zover deze onderwerpen niet bij of krachtens de wet zijn geregeld, worden voor de militaire ambtenaren bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voorschriften vastgesteld betreffende:
|
| 2. | De militaire ambtenaar die te goeder trouw de bij hem levende vermoedens van misstanden meldt volgens de procedure, bedoeld in het eerste lid onder f, zal als gevolg van het melden van die vermoedens geen nadelige gevolgen voor zijn rechtspositie ondervinden tijdens en na het volgen van die procedure. |
Artikel 12quinquies
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden ten behoeve van het reguleren van de instroom, doorstroom en uitstroom van militair personeel regels gesteld met betrekking tot:
| a. | maximum leeftijden voor een aanstelling als militair ambtenaar en voor functietoewijzing; |
| b. | het maximum aantal jaren dat een militair ambtenaar in een rang mag dienen; |
| c. | het maximum aantal militaire ambtenaren dat een bepaalde rang mag bekleden; |
| d. | het verlenen van ontslag aan militaire ambtenaren wegens het bereiken of overschrijden van een voor de individuele militair te bepalen leeftijd, gelegen vr de leeftijd van vijfenzestig jaar. |
Artikel 12a
| 1. | De militaire ambtenaar dient zich te onthouden van het openbaren van gedachten of gevoelens dan wel de uitoefening van het recht tot vereniging, tot vergadering en tot betoging, indien door de uitoefening van deze rechten de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd. |
| 2. | Het eerste lid is, voor wat betreft het recht van vereniging, niet van toepassing op het lidmaatschap van:
|
| 3. | De militaire ambtenaar is verplicht tot geheimhouding van enig gegeven, de dienst betreffende, tegenover een ieder die tot kennisneming daarvan niet bevoegd is, voor zover die verplichting uit de aard der zaak volgt. |
Artikel 12b
De militaire ambtenaar is niet gehouden tot dienstverrichting op voor hem op grond van zijn godsdienst of levensovertuiging geldende feest- en rustdagen, tenzij het dienstbelang dit onvermijdelijk maakt.
Artikel 12c
- 1.
- Een militair ambtenaar, die een functie in een publiekrechtelijk college, waarin hij is benoemd of verkozen, gezien de omvang van de daaruit voortvloeiende werkzaamheden niet gelijktijdig kan vervullen met zijn functie, wordt in verband daarmee op non-activiteit gesteld, tenzij de belangen van de dienst vorderen dat zulks niet geschiedt. Betreffende het doorbetalen van bezoldiging kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld.
- 2.
- Indien de militaire ambtenaar in verband met een functie in een publiekrechtelijk college, waarin hij is benoemd of verkozen, niet op non-activiteit is gesteld, wordt hem voor het bijwonen van vergaderingen en zittingen van dit college en voor het verrichten van daaruit voortvloeiende werkzaamheden ten behoeve van dit college buitengewoon verlof verleend, tenzij de belangen van de dienst vorderen dat het verlof niet wordt verleend. Betreffende het doorbetalen van bezoldiging kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld.
- 3.
- Aan de militaire ambtenaar wordt, tenzij de belangen van de dienst vorderen dat het verlof niet wordt verleend, buitengewoon verlof verleend voor aan te wijzen activiteiten van of voor een vereniging van militairen overeenkomstig regels te stellen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.
Artikel 12d
| 1. | De militaire ambtenaar is verplicht zich tijdens het verblijf in een gebouw, luchtvaartuig of voertuig alsmede op een vaartuig of een terrein, dat in gebruik is bij of ten behoeve van de krijgsmacht of dat de militaire ambtenaar tot verblijf of gebruik dient bij de vervulling van zijn taak in internationaal verband, te onderwerpen aan een in het belang van de dienst door het bevoegd gezag gelast onderzoek aan zijn lichaam of zijn kleding of van zijn daar aanwezige goederen. |
| 2. | De militair ambtenaar is verplicht, indien dit noodzakelijk is in het belang van de veiligheid of van een goede vervulling van de taak van de krijgsmacht, zich te onderwerpen aan een onderzoek van zijn urine of adem. |
| 3. | Het in het tweede lid bedoelde onderzoek dient uitsluitend ter vaststelling van:
|
| 4. | Het bevoegd gezag, op wiens last het in het eerste en tweede lid bedoelde onderzoek plaats heeft, neemt de nodige maatregelen ten einde daarbij een onredelijke of onbehoorlijke bejegening te voorkomen. |
| 5. | Bij algemene maatregel van bestuur worden regels vastgesteld met betrekking tot het in het tweede en derde lid bedoelde onderzoek. Deze regels betreffen in ieder geval de wijze waarop het onderzoek wordt verricht en het recht van de militair ambtenaar om:
|
Artikel 12e
Het is de militaire ambtenaar in werkelijke dienst verboden, anders dan met toestemming of in opdracht van Onze Minister, te reizen naar dan wel te verblijven in:
- a.
- bij koninklijk besluit aangewezen landen, waarin het verblijf door een militair ambtenaar in werkelijke dienst een bijzonder risico voor de veiligheid of andere gewichtige belangen van de Staat of zijn bondgenoten kan opleveren;
- b.
- een land of landsdeel waar feitelijk een gewapend conflict bestaat.
Artikel 12f
Een gewezen militair ambtenaar, die op het tijdstip van ingang van zijn eervol ontslag tenminste vijftien jaar tot het beroeps- of reserve-personeel heeft behoord, behoudt de status van militair ten aanzien van door Onze Minister te bepalen voorrechten, zulks tenzij hij van rechtswege is ontslagen of zich uit Nederlands nationaal oogpunt beschouwd onwaardig heeft gedragen. Bij de bepaling van de termijn van vijftien jaar telt mee de tijd, die betrokkene als dienstplichtige in werkelijke dienst heeft doorgebracht.
Artikel 12g
- 1.
- Voor de aanstelling als militair ambtenaar komt, tenzij bij of krachtens algemene maatregel van bestuur anders wordt bepaald, slechts in aanmerking degene die Nederlander is.
- 2.
- Aan de militaire ambtenaar kan eervol ontslag worden verleend, indien hij op grond van het bepaalde in artikel 5, derde lid, of artikel 10, tweede lid, van de Wet veiligheidsonderzoeken uit een vertrouwensfunctie moet worden ontheven.
- 3.
- Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ter zake van het bepaalde in dit artikel.
Artikel 12h
| 1. | Aan de militair ambtenaar in werkelijke dienst wordt gezondheidszorg verleend door of vanwege de militair geneeskundige dienst. De militair ambtenaar in werkelijke dienst is gehouden zich tot het voor hem aangewezen medisch zorgteam te wenden ter verkrijging van gezondheidszorg. Indien zulks onmogelijk is, kan de militair zich wenden tot een ander onderdeel van de militair geneeskundige dienst of tot een civiele arts, waarvan hij vanwege de noodzaak tot voortdurend zicht op de inzetbaarheid mededeling doet aan het voor hem aangewezen zorgteam. |
| 2. | De militair in werkelijke dienst is verplicht de maatregelen in acht te nemen die door Onze Minister worden voorgeschreven ter bescherming van de gezondheid van de militair of die van anderen, zulks onverminderd de wettelijke mogelijkheden ten aanzien van bepaalde maatregelen van die verplichting te worden ontheven. De militair in werkelijke dienst is in geval van ziekte of gebrek verplicht zich te houden aan de voorschriften van de verantwoordelijk militair arts. Hij is evenwel niet verplicht zich te onderwerpen aan een ingreep van heelkundige aard of een andere kunstbewerking. |
| 3. | De militair in werkelijke dienst is verplicht zich te onderwerpen aan en zijn medewerking te verlenen aan een geneeskundig of tandheelkundig onderzoek door of vanwege het voor hem aangewezen medisch zorgteam:
|
| 4. | De militair in werkelijke dienst is verplicht zich te onderwerpen en zijn medewerking te verlenen aan een geneeskundig of tandheelkundig onderzoek indien Onze Minister op goede gronden van oordeel is, dat de militair:
Het in de eerste volzin bedoelde onderzoek wordt verricht door artsen die niet zijn belast met het verstrekken van gezondheidszorg als bedoeld in het eerste lid. Bij het onderzoek wordt alleen met toestemming van de militair gebruik gemaakt van gegevens uit het gentegreerd militair geneeskundig dossier. |
| 5. | Ten behoeve van de gezondheidszorg maken de tot het medisch zorgteam behorende zorgverleners gebruik van de in het gentegreerd militair geneeskundig dossier beschikbare medische gegevens en bescheiden. |
| 6. | Een daartoe aangewezen militaire arts van het medisch zorgteam adviseert na overleg met de militair de commandant desgevraagd dan wel op eigen initiatief en ongeacht de toestemming van de militair over diens inzetbaarheid. Daarbij wordt geen inhoudelijke geneeskundige informatie verstrekt. |
| 7. | Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens en medische gegevens die de gezondheid van militairen betreffen door of ten behoeve van het medisch zorgteam en omtrent verplichtingen van militaire artsen en overig tot de militair geneeskundige dienst behorend personeel die het registreren, kennisnemen en overdragen van medische gegevens met betrekking tot de militair betreffen. |
Artikel 12i
| 1. | Het is de militair ambtenaar in werkelijke dienst niet toegestaan om deel te nemen aan een staking. |
| 2. | Het is de militair ambtenaar in werkelijke dienst toegestaan om deel te nemen aan andere vormen van collectieve actie tenzij deelname aan die collectieve actie de operationele inzet van de krijgsmacht kan verstoren of belemmeren. |
| 3. | Het is de ambtenaar in de zin van artikel 1 van de Ambtenarenwet die is aangesteld bij het ministerie van Defensie toegestaan deel te nemen aan een staking of andere vormen van collectieve actie, tenzij de deelname aan die staking of collectieve actie de operationele inzet van de krijgsmacht kan verstoren of belemmeren. |
Artikel 12j
| 1. | De militair ambtenaar is gehouden tot het naar beste vermogen uitvoeren van de hem in het belang van de taakuitoefening van de krijgsmacht opgedragen werkzaamheden en diensten. |
| 2. | Hij kan in het belang van die taakuitoefening overal ter wereld worden ingezet. |
| 3. | De militair ambtenaar kan voor het verrichten van de hem opgedragen werkzaamheden worden gesteld onder een functionaris die niet behoort tot het militaire personeel van de krijgsmacht. |
| 4. | De militair ambtenaar in werkelijke dienst kan worden verplicht, wanneer naar het oordeel van Onze Minister het algemeen belang dit vordert, tijdelijk andere werkzaamheden te verrichten dan die welke uit de militaire hoedanigheid voortvloeien. Hij kan echter niet worden verplicht werkzaamheden te verrichten in plaats van stakers of uitgeslotenen, tenzij het werkzaamheden betreft die naar het oordeel van Onze Minister geen uitstel gedogen. |
| 5. | Indien militairen worden verplicht tot het verrichten van werkzaamheden als bedoeld in het vierde lid kan Onze Minister een militair ambtenaar in werkelijke dienst, die bestuurslid of kaderlid is van een vakorganisatie van overheidspersoneel, op diens aanvraag tijdelijk van deze verplichting ontheffen. |
Artikel 12k
| 1. | Aan een aanstelling als militair ambtenaar bij het beroepspersoneel is de verplichting verbonden om een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen termijn, doch ten hoogste gedurende de initile opleiding en aansluitend een periode van vier jaar, deel uit te blijven maken van het beroepspersoneel. |
| 2. | In afwijking van het eerste lid is aan een aanstelling als militair ambtenaar met de bestemming
|
| 3. | Aan een aanwijzing, op aanvraag van een militair ambtenaar in werkelijke dienst, voor het volgen van een opleiding waarbij de militair ambtenaar wordt vrijgesteld van werkzaamheden en diensten als militair, kan door Onze Minister de verplichting worden verbonden om een periode van ten hoogste twee maal de periode dat hij is vrijgesteld deel te blijven uitmaken van het beroepspersoneel. |
Artikel 12l
| 1. | Aan een aanstelling als militair ambtenaar bij het reservepersoneel is de verplichting verbonden om gedurende de initile opleiding en aansluitend een periode van vier jaar, deel te blijven uitmaken van het reservepersoneel. |
| 2. | Militaire ambtenaren, aangesteld bij het reservepersoneel, kunnen door Onze Minister worden opgeroepen om in werkelijke dienst te komen:
|
| 3. | Onze Minister kan aan militaire ambtenaren, aangesteld bij het reservepersoneel, op hun aanvraag toestemming verlenen om buiten de tijd dat zij verplicht zijn tot werkelijke dienst, onbezoldigd in werkelijke dienst te komen of te blijven. |
| 4. | Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het in werkelijke dienst oproepen of toestaan in werkelijke dienst te komen van reservepersoneel. |
Artikel 12m
Een ontslagaanvraag van een militair ambtenaar kan worden afgewezen en een reeds verleend, doch nog niet ingegaan, ontslag kan worden ingetrokken of opgeschort:
| a. | gedurende de tijd waarin naar het oordeel van Onze Minister, in overeenstemming met het gevoelen van de Ministerraad, het landsbelang wegens een bijzondere situatie vordert dat het ontslag niet wordt verleend; |
| b. | gedurende een periode waarin op de militair ambtenaar de verplichting rust om te blijven behoren tot het beroepspersoneel of het reservepersoneel; |
| c. | Indien de beoogde datum van ingang van het ontslag valt binnen de tijd dat de militair ambtenaar deelneemt aan een inzet buiten Nederland in het kader van internationale overeenkomsten of andere verplichtingen die door Nederland zijn aangegaan, of binnen een periode van drie maanden voorafgaande aan de vermoedelijke datum van uitzending. |
| d. | Indien onze Minister overweegt de militair ambtenaar te ontslaan om een reden die aanleiding geeft tot ontslag zonder het predikaat eervol; |
| e. | in buitengewone omstandigheden. |
Titel V. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 13 [Vervallen per 01-01-1994]
2. Slotbepalingen
Artikel 15 [Vervallen per 01-01-1994]
Artikel 16
De artikelen van deze wet treden in werking op een door Ons te bepalen tijdstip, dat voor verschillende artikelen verschillend kan worden gesteld.
Artikel 17
Deze wet kan worden aangehaald als "Militaire Ambtenarenwet" met bijvoeging van het jaartal van het Staatsblad, waarin zij wordt afgekondigd.
Lasten en bevelen, dat deze met een indeeling in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
WILHELMINA.




