Kennispartner van het MKB
Opdrachten voor ZZP'ers
ABCOUDE/AMSTERDAM - Het aantal bedrijven en instellingen in Nederland steeg in de periode 2006-2009 met jaarlijks 5 procent. Deze stijging kwam vooral door bedrijven met één werkzame persoon, de zogeheten ZZP-ers (Zelfstandigen Zonder Personeel). Inmiddels telt Nederland telt bijna een miljoen ZZP-ers. Voor hen is hun netwerk van het allergrootste belang. Twee ervaringsdeskundigen vertellen over het hoe waarom.

Kantoor zoeken
De werkplek huurden we van een gezamenlijke vriend, die in dezelfde ruimte zijn bedrijf had. De eerste maanden voelden als ‘kantoortje spelen’. Omringd door werknemers die in opdracht van hun baas deadlines moesten halen en iedere dag om half negen ’s ochtends op het werk verschenen en stipt om vijf uur weer vertrokken, was het contrast met ons werk als freelance journalist levensgroot.
Tijdens de dagelijkse lunch met de werknemers van het mediabedrijf lachten we onze zorgen weg. Of we opdrachten hadden? ‘Nog niet, maar die komen vast snel’, zeiden we stoer. Maar helemaal zeker waren we niet. Als je begint met niets, hoe lang duurt het dan voor er iets komt?
Opdrachtgevers benaderen
Trouw verschenen we iedere dag op kantoor. We bestookten mogelijke opdrachtgevers met ideeën en uitgewerkte plannen. Vaak liep het op niets uit, maar bijna net zo vaak werden we tot onze verrassing serieus genomen. Dan konden we meteen aan de slag met een artikel, of we werden uitgenodigd voor een kennismakingsgesprek.
Netwerk gebruiken
De meeste opdrachtgevers die interesse toonden, waren mensen die we al een beetje kenden. Bijvoorbeeld omdat we college van ze hadden gehad tijdens onze studie, of omdat we iemand kenden die al voor de opdrachtgever werkte. Een netwerk is dus van groot belang, merkten we.
Lijstje met ‘interessante namen’
We stelden lijstjes op met namen van mensen die iets voor ons zouden kunnen betekenen. Zo’n lijst telde al gauw meer dan dertig namen. En die mensen kennen natuurlijk óók weer mensen. Na een tijdje werden we zelfs gebeld door onbekende opdrachtgevers die via iemand anders van ons gehoord hadden. Zo hadden we dus profijt van het netwerk van onze opdrachtgevers. Blijkbaar tippen zij elkaar met goede freelancers.
Professionele website
Konden we nu voortaan achterover leunen, omdat de opdrachten vanzelf kwamen aanwaaien? Zo makkelijk was het nu ook weer niet. We moesten ten eerste beter vindbaar worden. Als je onze namen googlede, kwam je in het beste geval uit bij een website van de universiteit waar we jaren geleden studeerden. Op die website stonden artikelen van wisselende kwaliteit die tijdens onze studie hadden geschreven. Niet bepaald professioneel.
Dat moest anders, want potentiële opdrachtgevers varen natuurlijk niet blind op de tips van hun collega’s. Daarom maakten we ieder een eigen website waar ze konden kennis maken met ons ‘product’, de artikelen. Zo bepaalden we zélf welke voorbeeldartikelen opdrachtgevers voorgeschoteld kregen.
Opdrachtgevers updaten
Met een opdracht ben je er nog niet. De contacten met de opdrachtgevers moeten ook worden warm gehouden. Het kost weinig moeite, maar je moet er wel steeds aan denken: af en toe een mailtje, soms met een voorstel, maar soms ook informeel van aard, al is het alleen maar om te laten zien dat je (nog) bestaat. LinkedIn is daarvoor heel geschikt, en ja, ook de onvermijdelijke borrels. Als heuse vakvrouwen gingen we bovendien gebruik maken van de websites en fora van de beroepsgroep en bezochten we vakbijeenkomsten. Vakinhoudelijk interessant natuurlijk, maar ook belangrijk om nieuwe contacten te leggen en ‘je gezicht te laten zien’.
Op zoek naar ‘soortgenoten’
Het kantoor in Bos en Lommer verruilden we voor een werkplek met andere freelancers. Het bracht ons niet alleen een meer stimulerende omgeving dan de negen-tof-vijf mentaliteit van onze ex-kantoorgenoten, maar het leverde ons ook acht nieuwe collega’s plus hun netwerk op.
Iedereen heeft er zo zijn eigen theorieën over. ‘Het gaat er om dat je goede ideeën hebt, maar vooral dat je weet hoe en aan wie je ze moet verkopen,’ zegt de één. ‘Lever altijd goed werk af, en zeg nooit ‘nee’ tegen een opdracht’, zegt de ander. ‘Ze moeten je leuk vinden en je de opdracht gunnen’, zegt een volgende.
Vast staat dat je het zélf moet doen. Je kunt niet vertrouwen op het netwerk van je baas, of terugvallen op de goede naam van het bedrijf waar je voor werkt. Je bent zelf het werk. Het ‘product’ is een verlengde van jezelf en je netwerk moet je steen voor steen zelf opbouwen. En alles wat daaruit voortkomt, geeft extra veel voldoening.
Meer artikelen lezen uit deze serie over zakelijke netwerken? U vindt ze hier.
Redactie | Businesscompleet