Kennispartner van het MKB
Geen pensioen of hoge premie
ABCOUDE - Vorig jaar trokken VNO-NCW en MKB-Nederland aan de bel over de enorme stijging van de pensioenkosten voor werkgevers. Toch is er vorige maand een principeakkoord gesloten tussen werkgevers en vakbonden. Dat akkoord gaat over de verhoging van de pensioenleeftijd in 2025 naar 67 jaar. Maar ook over het niet verder stijgen van de pensioenpremies voor werkgevers. Maar is dat genoeg?

Onderzoek naar pensioenpremie werkgevers
Vorig jaar augustus komen MKB-Nederland en Delta Lloyd naar buiten met de resultaten van een onderzoek naar de pensioenpremies voor werkgevers. Het onderzoek van onderzoeksbureau EIM liet tot 2014 een sterke stijging van de pensioenpremie voor werkgevers zien. En dat kwam omdat de dekkingsgraad van pensioenfondsen eind 2008 rond de 90% lag, ver onder het minimale verplichte percentage van 105%.
Pensioenkosten werkgevers rijzen de pan uit
Ook werkgeversorganisatie VNO-NCW trok aan de bel: De pensioenkosten voor werkgevers zouden de pan uit rijzen. En daarom vond de werkgeversorganisatie dat er een einde moest komen aan de grote premiestijgingen en bijstortingen door werkgevers in pensioenfondsen. Volgens VNO-NCW zouden de kosten voor werkgevers dit jaar namelijk stijgen met zo'n 30 procent tot 23 miljard euro of meer.
Gepensioneerden merken het in hun portemonnee
Ook de werknemers moesten meer premie betalen en de pensioenen werden niet langer geïndexeerd. Gepensioneerden merkten direct dat in hun portemonnee en de deelnemers (werknemers) merkten dat in hun pensioenopbouw.
Principeakkoord
Inmiddels hebben werkgevers en werknemers een principeakkoord gesloten over de verhoging van de pensioenleeftijd in 2025 naar 67 jaar en het niet verder stijgen van de pensioenpremies voor werkgevers. En dat is goed nieuws. Maar er moet waarschijnlijk meer gebeuren.
Pensioendeelnemers moeten uit pensioenfonds kunnen stappen
Zo kwam de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) met een rapport over de Nederlandse economie. Volgens de OESO heeft Nederland met zijn fiscale maatregelen adequaat gereageerd op de economische crisis. Maar over het Nederlandse pensioenstelsel kwam OESO met een opmerkelijk advies: Nederlandse pensioendeelnemers moeten volgens de OESO het recht krijgen om uit hun pensioenfonds te stappen, als deze een blijvende lage solvabiliteit heeft, of slechte beleggingsresultaten boekt.
Grote consequenties voor Nederlands pensioenstelsel
En waarom is deze oproep zo opmerkelijk? De oproep is opmerkelijk omdat de Nederlandse wet dit nu verbiedt: werknemers zijn verplicht om zich bij het pensioenfonds van hun werkgever aan te sluiten. En wanneer dit advies opgevolgd zou worden zou dit - volgens ingewijden - grote consequenties hebben voor het Nederlandse pensioenstelsel.
Kapitaalgroei kan als sneeuw voor de zon verdampen
Want het Nederlandse pensioenstelsel bestaat dus uit de premies die werknemers en werkgevers betalen. Met dat geld beleggen de pensioenfondsen in aandelen. Voordeel daarvan is dat het pensioenkapitaal snel groeit. Keerzijde is, zoals iedereen tijdens de crisis met eigen ogen heeft kunnen aanschouwen, dat bij een teruggang op de beurs deze kapitaalgroei als sneeuw voor de zon kan verdampen.
Basisprincipe onderuit gehaald
In een artikel in het FD (16 juni 2010) wordt uitgelegd dat als werknemers zo maar over kunnen stappen naar een ander pensioenfonds, er minder premies binnen komen bij het betreffende pensioenfonds. Dat wil zeggen dat de kans op herstel voor de gepensioneerde achterblijvers afneemt. De kern van het Nederlandse pensioenstelsel en dus de pensioenfondsen is - zoals hierboven uitgelegd - namelijk dat de lasten collectief worden gedragen en verschillende deelnemers elkaars tekorten kunnen opvangen. Dit principe wordt hiermee onderuit gehaald.
Jongeren sparen niet meer voor zichzelf
In de analyse in het FD wordt op nog een risico gewezen: jonge werknemers in pensioenfondsen met aanhoudend zwakke buffers zouden het gevaar lopen dat een deel van hun premies voorgoed naar de gepensioneerden gaat, wanneer de rechten van ouderen en gepensioneerden volledig gerespecteerd blijven. Die jongeren zouden hiervoor niet meer kunnen worden gecompenseerd – zij sparen dan in wezen voor de ouderen in het pensioenfonds en niet voor zichzelf.
AOW-leeftijd gaat omhoog
Terug naar het advies van de OESO. Volgens de organisatie moet het Nederlandse pensioenstelsel ook worden aangepast om ervoor te zorgen dat de pensioenfondsen aan hun betalingen kunnen blijven voldoen. Naast het feit dat de AOW-leeftijd omhoog moet naar 67 jaar, volgens de OESO, moet ook de indexatie verlaagd worden. En misschien is dat niet eens zo een gek idee. Want de meeste Nederlandse pensioenfondsen kunnen - zoals al eerder beschreven - niet aan hun minimale verplichte percentage van een dekkingsgraad van 105% voldoen.
Dekkingsgraad
Dat blijkt ook uit het kwartaalbericht dat De Nederlandsche Bank (DNB) van 16 juni 2010. In dat kwartaalbericht maakte DNB bekend dat de gemiddelde gewogen dekkingsgraad van de 600 Nederlandse pensioenfondsen op 25 mei 98% bedroeg. En die 98% ligt ver onder het minimale verplichte percentage van 105%.
Winst voor werkgevers
Gelukkig werd er dus een principeakkoord gesloten tussen werkgevers en vakbonden. Voor werkgevers is de winst vooral dat de pensioenleeftijd opschuift. Dat geeft pensioenfondsen immers de ruimte omdat ze langer premies incasseren en twee jaar korter pensioenen hoeven uit te betalen. En daardoor zouden de pensioenpremies, die in de regel voor twee derde door werkgevers worden betaald, niet nog verder stijgen.
FNV houdt nog wel een referendum
Maar een principeakkoord heet niet voor niets een principeakkoord. Want FNV houdt nog wel een referendum over het akkoord. Inmiddels hebben alle leden een stemformulier ontvangen en zijn er informatiebijeenkomsten door het hele land. Leden van FNV-bonden kunnen zich nog tot en met 30 juni aanstaande uitspreken. Op 14 juli 2010 neemt de FNV-federatieraad dan een definitief besluit over het akkoord.
Politiek beslist
Uiteindelijk neemt de politiek de beslissing. En die politiek heeft het akkoord in meerderheid omarmd. VVD, PvdA, D66, CDA en GroenLinks zien het zelfs als een goede ontwikkeling. En uit deze partijen wordt waarschijnlijk ook het nieuwe kabinet gevormd. Dus het begint er steeds meer op te lijken dat het Nederlandse pensioenstelsel zal worden aangepast.
Verouderd?
Maar misschien wordt dat ook wel tijd? In 1845 werd namelijk het allereerste pensioenfonds opgericht: het fonds van de Hollandse IJzeren Spoorwegmaatschappij. Een jaar later werd het burgerlijk pensioen voor ambtenaren per wet geregeld. Daarin werd vastgelegd dat werknemers en werkgevers gezamenlijk de pensioenpremies moesten betalen. En in 1947 had Willem Drees een noodwetje door de Kamer geloodst. Sindsdien kon iedereen vanaf zijn 65ste van een welverdiend pensioen genieten. En in 1957 werd het noodwetje officieel: de Algemene Ouderdomswet (AOW).
Jacques de Vos | BusinessCompleet.nl
Zoek een adviseur bij u in de buurt
Voer uw postcode in.

