Verwijderbevestiging
verwijderenannuleren

  • 12-03-2008
  • gewijzigd: 22-01-2010
  • 2180 keer gelezen

Arbeidsovereenkomst: naam van CAO lijkt niet van belang



In dit artikel bespreekt mr. M.C.L. Roet (advocaat bij KemmersRoet Advocaten) een arrest van de Hoge Raad over het incorporatiebeding; een beding op basis waarvan een CAO van toepassing wordt verklaard op de arbeidsovereenkomst.

Op 25 januari jongstleden heeft de Hoge Raad een opmerkelijk arrest gewezen over de vraag welke CAO van toepassing is in een arbeidsverhouding. Het ging om een taxichauffeur-begeleider in het ziekenvervoer, die werkzaam was op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Het bedrijf waar hij werkte was destijds overgenomen en de nieuwe werkgever garandeerde dat dit geen gevolgen zou hebben voor zijn arbeidsrechtelijke positie. De nieuwe werkgever zou alle rechten en verplichtingen voortvloeiende uit de huidige arbeidsovereenkomst en de CAO overnemen.

In de arbeidsovereenkomst stond het volgende: “Gedurende het dienstverband zijn tussen de B.V. en de werknemer de bepalingen conform de CAO voor het zittend-ziekenvervoer X B.V. van kracht”. In dit incorporatiebeding werd aldus de bedrijfsCAO van de oude werkgever van toepassing verklaard. Een duidelijk geformuleerd beding zou je zeggen. Een en ander werkte in de praktijk dan ook prima, totdat er een conflict ontstond en de werknemer een loonvordering instelde. Volgens de werknemer diende hij uitbetaald te worden op basis van de bedrijfsCAO en niet – zoals de werkgever deed – op basis van de geldende bedrijfstakCAO.

De werkgever stelde dat de exacte naam van de CAO zoals die in de arbeidsovereenkomst vermeld stond niet beslissend was voor de vraag of deze CAO al dan niet van toepassing was op de werknemer. En kreeg daarin gelijk. De werkgever voerde aan dat in de arbeidsovereenkomst weliswaar de bedrijfsCAO van de vorige werkgever van toepassing was verklaard, maar dat partijen daarmee nooit hadden bedoeld om de toepasselijkheid van een CAO afhankelijk te maken van de exacte naam van die CAO. De Hoge Raad stelde de werkgever vooralsnog in het gelijk en verwees de zaak terug naar het Hof Amsterdam om een beslissing te nemen.

Het is de vraag of de werkgever bij het Hof weer ‘wint’. Een dergelijke ruime benadering van het incorporatiebeding is best bijzonder, zeker nu ‘de door de werkgever verdedigde uitleg allerminst voor de hand ligt, niets erop wijst dat partijen of een van hun op dit punt enige bedoeling hebben gehad (laat staan de door de werkgever genoemde) en haar interpretatie op gespannen voet staat met de tekst’ (citaat uit conclusie mr. J. Spier bij arrest).

Wat betekent dit voor de praktijk van alledag? Let er als werkgever (bij het opstellen van een incorporatiebeding in een arbeidsovereenkomst) op dat het incorporatiebeding zo duidelijk en specifiek mogelijk geformuleerd wordt. Benoem wat benoemd kan worden. Nu het erop lijkt dat zelfs een op het oog duidelijk geformuleerd incorporatiebeding ruim uitgelegd kan worden, kan men niet voorzichtig genoeg zijn.

Ik houd u op de hoogte. Neem voor al uw arbeidsrechtelijke vragen vooral contact met mij op: roet@kemmersroet.nl.

Geschreven door Maaike Roet

Amersfoortse

Inloggen

Wachtwoord vergeten?

Klik hier

Geen lid?

Klik hier