MKB Marktplaats
Eurolanden krijgen staatsschuld niet weg
ABCOUDE – Onlangs kreeg de Nederlandse minister van Financiën Bos van zijn Europese collega’s lof toegezwaaid om zijn degelijke begrotingsbeleid. Is Bos echt zo degelijk, of maken de andere Europese landen er een potje van? Een rondgang langs de Europese statistieken leert dat menig land moeite heeft met de begrotingsregels.
In de aanloop naar de invoering van de euro bedachten de deelnemende landen de Europese Begrotingsdiscipline, ook wel bekend als de ‘Maastrichtnorm’. Deze had ten doel van de euro een stabiele munt te maken, die een goede vervanger zou zijn van sterke nationale munten als de Duitse mark en de Nederlandse gulden.
In de ‘Maastrichtnorm’ werd bepaald dat alle aan de euro deelnemende landen zouden streven naar evenwicht op de staatsbegroting. Het financieringstekort mag niet hoger oplopen dan 3% en de staatsschuld moet onder de 60% van het bruto binnenlands product blijven.
Anno 2008 is het grosso modo gelukt van de euro een stabiele munt te maken. Mede door de zwakte van de Amerikaanse dollar is de euro de afgelopen jaren flink in waarde gestegen op de internationale markten. Intussen houden echter niet alle Eurolanden zich aan de Maastrichtnorm, zo blijkt uit onderzoeksgegevens van het Europese statistische bureau Eurostat.
In het jaar 2005 hadden 4 van de 15 eurolanden een financieringstekort van boven de 3%.
De recordhouders staatsschuld in Europa zijn traditioneel Italië, Griekenland en België. Daarvan heeft alleen België zijn huishoudboekje op orde. Daar is de hoge staatsschuld nu nog slechts het gevolg van het slechte begrotingsbeleid van vroeger. Griekenland had in 2005 nog een begrotingstekort van ruim 4,0%, maar wist dit in 2006 terug te brengen naar 2,5%. Italië bleef in 2006 echter een zorgenkind met een tekort van meer dan vier procent.
In de laatste tien jaar hebben ook Duitsland en Frankrijk problemen gekregen zich aan de begrotingsregels te houden, en hebben deze zelfs regelmatig overschreden. Voor Duitsland is dat saillant. Ten tijde van het opstellen van Europese begrotingsdiscipline in de jaren negentig was juist Duitsland dé trouwe bondgenoot van Nederland in het opstellen van strenge regels. De Duitse gedachte daarachter was toen, net als de Nederlandse, dat men niet graag de solide eigen munt opgaf voor een euro die zwakker zou worden dan de Duitse mark of de Nederlandse gulden.
Sinds de Duitse vereniging is de Duitse economie echter relatief verzwakt in vergelijking met andere leidende economieën. Ook zijn de kosten van de herstructurering van de economie van de voormalige DDR geleidelijk vaste kosten op de Duitse staatsbegroting geworden. Toch slaagde Duitsland er in 2006 in het begrotingstekort terug te brengen naar 1,5%, maar de staatsschuld blijft te hoog.
Tijdens een vergadering van de Europese ministers van Financiën in Brussel op 12 februari 2008 kreeg de Nederlandse minister van Financiën Bos complimenten van zijn Europese collega’s voor zijn begrotingsbeleid.
Daarentegen kreeg Frankrijk forse kritiek van de andere Eurolanden, waaronder van Nederland. Het Franse tekort ligt al sinds 2002 rond of boven de maximumnorm. De Franse staatsschuld overschreed in 2003 de 60%-norm en is sindsdien verder opgelopen. De begrotingen die Frankrijk voor de komende jaren presenteerde, zijn naar het oordeel van de Europese Commissie veel te optimistisch. Verder blijft ook in die rooskleurige begrotingen het tekort dicht bij het maximum en de staatsschuld er ruim boven. De Nederlandse regering noemde de Franse begroting ‘ongeloofwaardig’.
De solide Nederlandse begroting betekent, dat er niet bij elke economische tegenwind, gedacht hoeft te worden aan bezuinigingen of lastenverzwaringen. Een geruststellende wetenschap, nu er sombere berichten te horen zijn over de economie van de Verenigde Staten. In landen met een minder evenwichtige begroting, zoals Frankrijk, zullen economische tegenvallers harder aankomen. De nieuwe Franse president Sarkozy zal bij tegenslag waarschijnlijk het mes in zijn begroting moeten zetten, of de lasten moeten verzwaren. Die pijn daarvan komt juist bij economische tegenwind erg ongelegen.
Rikco Pardoen | Redactie Businesscompleet




