MKB Marktplaats
MKB-Nederland: Gemeenten financieel dwingen tot renovatie en sanering
DELFT - Huisvestingsproblemen mkb kosten 1,1 miljard per jaar. Daarom moeten
gemeenten 50 tot 75 procent van de opbrengst van gronduitgifte voor de bouw van nieuwe bedrijfs-, winkel- en kantoorlocaties gaan afdragen voor de renovatie, herstructurering en sanering van bestaande locaties. Dat betoogt voorzitter Loek Hermans van MKB-Nederland morgen bij de opening van de Week van de Ondernemer in
de Utrechtse Jaarbeurs. Deze zogenoemde saneringsheffing moet gemeenten dwingen verder te kijken dan het volgende nieuwbouwproject en verpaupering tegen te gaan.
De Nederlandse markt van bedrijfshuisvesting functioneert slecht. MKB-Nederland stelt vast dat het in de afgelopen jaren gangbare idee dat de ruimtelijke ordening in dit land gerust kan worden overgelaten aan gemeenten, op zijn minst naef is. De visie van gemeenten reikt meestal niet verder dan dat zij allemaal tenminste een bedrijventerrein, een groot winkelcentrum en prestigieus kantorenpark binnen hun grenzen willen hebben. En projectontwikkelaars spelen daar handig op in. In hoog tempo worden plannen voor nieuwe locaties ontwikkeld die vooral meer van hetzelfde zijn (grote panden, monofunctioneel) en waar steeds minder vraag naar is. Het resultaat is leegstand maar ook verpaupering van bestaande locaties. En daar investeren gemeenten niet in, want dat kst geld.
Dat leidt niet alleen tot maatschappelijke verontwaardiging over de verrommeling van het Nederlandse landschap, het heeft ook economische impact. Mkb-bedrijven zijn met name de dupe. Onderzoeksbureau EIM heeft in opdracht van MKB-Nederland berekend dat 290.000 mkb-bedrijven op dit terrein knelpunten ervaren.
Voor 120.000 ondernemers zijn de huisvestingsproblemen zo groot, dat ze de bedrijfsvoering negatief benvloeden. Ze vinden geen geschikte ruimte en als ze willen bouwen of verbouwen, krijgen ze te maken met tijdrovende, kostbare en beperkende procedures van vergunningen en voorschriften. Het EIM heeft becijferd dat huisvestingsproblemen van het mkb de Nederlandse economie 1,1 miljard euro per jaar kosten (0,2 procentpunt minder economische groei).
Op de kantorenmarkt staat thans 6 miljoen m2 leeg (12 procent), waarvan de helft al meer dan twee jaar. Toch zijn er plannen in ontwikkeling voor de nieuwbouw van nog eens bijna 10 miljoen m2, waarvan het allerminst vaststaat dat daarvoor ooit huurders worden gevonden. Anderzijds is er een grote, toenemende vraag naar kleinschalige, betaalbare kantoorunits vanuit het midden- en kleinbedrijf, waaraan gemeenten en projectontwikkelaars niet tegemoet komen in hun plannen. Ook in de detailhandel, bij bedrijfspanden en op bedrijventerreinen is sprake van een mismatch en scheefgroei. Er staat 2 miljoen m2 aan winkeloppervlakte structureel leeg op onaantrekkelijke locaties waar (ook) geen mkb-detaillist zich nog wil vestigen. En in de nieuw te bouwen winkelcentra (gepland: 2 miljoen m2) is meestal slechts plaats voor de bekende landelijke ketens.
Boete bij leegstand
MKB-Nederland vindt dat gemeenten en projectontwikkelaars financieel moeten worden gedwongen verder te kijken dan het volgende grootschalige nieuwbouwproject. Gemeenten moeten worden verplicht 50 tot 75 procent van de opbrengst van gronduitgifte voor de aanleg van nieuwe bedrijfs-, winkel- en kantorenlocaties af te dragen voor de broodnodige renovatie, herstructurering en eventueel sanering van bestaande locaties. Projectontwikkelaars moeten een boete van 25 procent van de jaarlijkse huursom gaan betalen voor panden die langer dan twee jaar leeg staan, aldus de ondernemerskoepel. Na het eerste jaar moeten zij afspraken maken met de gemeente over hoe zij het pand geschikt zouden kunnen maken voor andere dan de oorspronkelijke doeleinden. Als zij zich een jaar later niet aan die afspraak hebben gehouden, moeten zij betalen aan de gemeente. Ook deze opbrengst moet worden gebruikt voor renovatie, herstructurering en sanering van bestaande locaties.
In Vlaanderen bleek alleen al de aankondiging van een dergelijke leegstandsheffing bij te dragen tot ‘spontaan’ hergebruik. Na de daadwerkelijke invoering heeft tweederde van de eigenaren binnen twee jaar een nieuwe bestemming voor hun pand gevonden. Onlosmakelijk met deze voorstellen verbonden is het ruimer toestaan van functiemenging, zoals kantoren op bedrijventerreinen, aldus MKB-Nederland. Gemeenten gaan daar nu krampachtig mee om. Dit soort afspraken zijn goed te maken in publiek-private (her)ontwikkelingsmaatschappijen, waarin gemeenten en projectontwikkelaars langjarige afspraken kunnen maken en planning, ontwikkeling en beheer in n hand zijn.
Vrijheid gemeenten beperken
MKB-Nederland vindt het onacceptabel dat ons land wordt volgebouwd zonder rekening te houden met de wensen en behoeften van de belangrijkste banenmotor, het mkb. Los van de financile dwang om beter beleid te ontwikkelen, moet daarom ook de vrijheid van gemeenten worden beperkt. De rijksoverheid moet de regie weer oppakken en een heldere visie ontwikkelen over waar we in dit land in 2020 willen staan met bedrijventerreinen, winkelcentra en kantoorlocaties. Vervolgens zijn het de provincies die de nationale uitgangspunten moeten vertalen in regionale visies. Zij moeten regionaal de regie voeren en ervoor zorgen dat gemeenten meer met elkaar samenwerken. Daarop is overigens wel scherp toezicht nodig. Als de nu veel te passieve provincies tekortschieten, moet de rijksoverheid zelf aanwijzingen kunnen geven. MKB-Nederland doet deze voorstellen met het oog op de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening, die op 1 juli aanstaande in werking treedt en waarover de Tweede Kamer op 24 april debatteert.
De Nederlandse markt van bedrijfshuisvesting functioneert slecht. MKB-Nederland stelt vast dat het in de afgelopen jaren gangbare idee dat de ruimtelijke ordening in dit land gerust kan worden overgelaten aan gemeenten, op zijn minst naef is. De visie van gemeenten reikt meestal niet verder dan dat zij allemaal tenminste een bedrijventerrein, een groot winkelcentrum en prestigieus kantorenpark binnen hun grenzen willen hebben. En projectontwikkelaars spelen daar handig op in. In hoog tempo worden plannen voor nieuwe locaties ontwikkeld die vooral meer van hetzelfde zijn (grote panden, monofunctioneel) en waar steeds minder vraag naar is. Het resultaat is leegstand maar ook verpaupering van bestaande locaties. En daar investeren gemeenten niet in, want dat kst geld.
Dat leidt niet alleen tot maatschappelijke verontwaardiging over de verrommeling van het Nederlandse landschap, het heeft ook economische impact. Mkb-bedrijven zijn met name de dupe. Onderzoeksbureau EIM heeft in opdracht van MKB-Nederland berekend dat 290.000 mkb-bedrijven op dit terrein knelpunten ervaren.
Voor 120.000 ondernemers zijn de huisvestingsproblemen zo groot, dat ze de bedrijfsvoering negatief benvloeden. Ze vinden geen geschikte ruimte en als ze willen bouwen of verbouwen, krijgen ze te maken met tijdrovende, kostbare en beperkende procedures van vergunningen en voorschriften. Het EIM heeft becijferd dat huisvestingsproblemen van het mkb de Nederlandse economie 1,1 miljard euro per jaar kosten (0,2 procentpunt minder economische groei).
Op de kantorenmarkt staat thans 6 miljoen m2 leeg (12 procent), waarvan de helft al meer dan twee jaar. Toch zijn er plannen in ontwikkeling voor de nieuwbouw van nog eens bijna 10 miljoen m2, waarvan het allerminst vaststaat dat daarvoor ooit huurders worden gevonden. Anderzijds is er een grote, toenemende vraag naar kleinschalige, betaalbare kantoorunits vanuit het midden- en kleinbedrijf, waaraan gemeenten en projectontwikkelaars niet tegemoet komen in hun plannen. Ook in de detailhandel, bij bedrijfspanden en op bedrijventerreinen is sprake van een mismatch en scheefgroei. Er staat 2 miljoen m2 aan winkeloppervlakte structureel leeg op onaantrekkelijke locaties waar (ook) geen mkb-detaillist zich nog wil vestigen. En in de nieuw te bouwen winkelcentra (gepland: 2 miljoen m2) is meestal slechts plaats voor de bekende landelijke ketens.
Boete bij leegstand
MKB-Nederland vindt dat gemeenten en projectontwikkelaars financieel moeten worden gedwongen verder te kijken dan het volgende grootschalige nieuwbouwproject. Gemeenten moeten worden verplicht 50 tot 75 procent van de opbrengst van gronduitgifte voor de aanleg van nieuwe bedrijfs-, winkel- en kantorenlocaties af te dragen voor de broodnodige renovatie, herstructurering en eventueel sanering van bestaande locaties. Projectontwikkelaars moeten een boete van 25 procent van de jaarlijkse huursom gaan betalen voor panden die langer dan twee jaar leeg staan, aldus de ondernemerskoepel. Na het eerste jaar moeten zij afspraken maken met de gemeente over hoe zij het pand geschikt zouden kunnen maken voor andere dan de oorspronkelijke doeleinden. Als zij zich een jaar later niet aan die afspraak hebben gehouden, moeten zij betalen aan de gemeente. Ook deze opbrengst moet worden gebruikt voor renovatie, herstructurering en sanering van bestaande locaties.
In Vlaanderen bleek alleen al de aankondiging van een dergelijke leegstandsheffing bij te dragen tot ‘spontaan’ hergebruik. Na de daadwerkelijke invoering heeft tweederde van de eigenaren binnen twee jaar een nieuwe bestemming voor hun pand gevonden. Onlosmakelijk met deze voorstellen verbonden is het ruimer toestaan van functiemenging, zoals kantoren op bedrijventerreinen, aldus MKB-Nederland. Gemeenten gaan daar nu krampachtig mee om. Dit soort afspraken zijn goed te maken in publiek-private (her)ontwikkelingsmaatschappijen, waarin gemeenten en projectontwikkelaars langjarige afspraken kunnen maken en planning, ontwikkeling en beheer in n hand zijn.
Vrijheid gemeenten beperken
MKB-Nederland vindt het onacceptabel dat ons land wordt volgebouwd zonder rekening te houden met de wensen en behoeften van de belangrijkste banenmotor, het mkb. Los van de financile dwang om beter beleid te ontwikkelen, moet daarom ook de vrijheid van gemeenten worden beperkt. De rijksoverheid moet de regie weer oppakken en een heldere visie ontwikkelen over waar we in dit land in 2020 willen staan met bedrijventerreinen, winkelcentra en kantoorlocaties. Vervolgens zijn het de provincies die de nationale uitgangspunten moeten vertalen in regionale visies. Zij moeten regionaal de regie voeren en ervoor zorgen dat gemeenten meer met elkaar samenwerken. Daarop is overigens wel scherp toezicht nodig. Als de nu veel te passieve provincies tekortschieten, moet de rijksoverheid zelf aanwijzingen kunnen geven. MKB-Nederland doet deze voorstellen met het oog op de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening, die op 1 juli aanstaande in werking treedt en waarover de Tweede Kamer op 24 april debatteert.
BRON: MKB Nederland



