MKB Marktplaats
Beeld van het MKB in tien sectoren
ABCOUDE – 99 procent van alle bedrijven in Nederland behoren tot het mkb. Maar hoe doen die bedrijven het? De redactie van BusinessCompleet.nl keek naar de recente prestaties van mkb-bedrijven in Nederland in de tien belangrijkste sectoren.
Midden- en kleinbedrijf
In Nederland zijn ongeveer 793.000 ondernemingen actief. Daarvan behoort 787.000 (99%) tot het midden- en kleinbedrijf. Met een omzet van € 435 miljard was het mkb in 2007 goed voor 43 procent van de totale afzet van het bedrijfsleven. De bruto toegevoegde waarde bedroeg 214 miljard, 48 procent van het totaal van het bedrijfsleven.
Er werken ruim 3,9 miljoen mensen in het mkb, meer dan de helft van de totale werkgelegenheid in het bedrijfsleven.
Het aantal werkenden in het mkb is in 2008 met zo’n 60.000 toegenomen. Na correctie voor de beloning van zelfstandigen maakten de mkb-ondernemingen in 2007 samen een winst van 38 miljard euro. Daarmee was het mkb in 2007 slechts half zo winstgevend als het grootbedrijf, een verhouding die in 2008 vermoedelijk gunstiger is komen te liggen voor het mkb. Ondanks de lagere winstgevendheid investeert het mkb evenveel in de Nederlandse economie als het grootbedrijf.
Voedings- en genotmiddelenindustrie
De voedings- en genotmiddelenindustrie is een zeer diverse sector met zowel ambachtelijke als procesindustriële bedrijven. Met 4000 ondernemingen (1 procent van het totaal aantal ondernemingen) en een werkgelegenheid van 49.000 arbeidsjaren (2 procent van de werkgelegenheid in het bedrijfsleven).
Metaal- en elektrotechnische industrie
De metaal- en elektrotechnische industrie telt zo’n 18.000 bedrijven (2%) met een werkgelegenheid van 164.000 arbeidsjaren (6%). Met 93 miljard euro haalt de sector een omzet die 7 procent uitmaakt van de omzet van het bedrijfsleven. De metaalproductenindustrie is kleinschalig en arbeidsintensief: in 39 procent van de ondernemingen wordt met 30 procent van de mensen 20 procent van de omzet van de sector gerealiseerd. De elektrotechnische industrie toont het tegenbeeld. Daartussen heeft de machine- en transportmiddelenindustrie een middenpositie. Na een prima 2007 en een mooie start van 2008, zit het tij voor deze conjunctuurgevoelige sector inmiddels tegen. Omzetgroei en winstgevendheid staan onder druk en de werkgelegenheid neemt af.
Bouwnijverheid
Met 93.000 bedrijven is 12 procent van alle Nederlandse ondernemingen actief in de bouw. De sector verschaft werk voor 467.000 arbeidsjaren (8%). De omzet is met 86 miljard euro zo’n 6 procent. De sector is vrijwel uitsluitend gericht op de binnenlandse markt. De bouw werd in de afgelopen jaren geplaagd door personeelstekorten. Steeds meer werknemers beginnen voor zichzelf. In de jaren 2007 en 2008 steeg het aantal zzp’ers met acht á tien procent per jaar. Dankzij de groei van het aantal zelfstandigen groeide ook de totale werkgelegenheid vrij fors. Maar na een mooi 2007 en een redelijk 2008 wordt 2009 een moeilijk jaar voor de conjunctuurgevoelige sector.
Autosector
De autobranche kent 23.000 (3%) ondernemingen met een werkgelegenheid van 135.000 arbeidsjaren (2%) en een omzet van 70 miljard euro(5%). De conjunctuurgevoelige sector zag al een daling van de autoverkopen aan het begin van deze eeuw, gevolgd door een herstel in 2006 en 2007. Inmiddels ziet Nederland net als de rest van de wereld een forse daling van de autoverkoop. In de afgelopen jaren deden de autohandelaren het beter dan de benzinestations, maar deze verhouding zal in 2009 vermoedelijk weer omgedraaid zijn.
Groothandel
Dankzij de gunstige internationale handelsontwikkeling en een groeiende Nederlandse economie heeft de groothandel in de afgelopen jaren een flinke omzetgroei gerealiseerd. Met circa 60.000 ondernemingen (8%) en een werkgelegenheid van 445.000 arbeidsjaren (8%) heeft de groothandel in 2007 een omzet behaald van 342 miljard euro (24%). De sector heeft een sterke internationale oriëntatie en neemt 42 procent van de Nederlandse goederenexport voor zijn rekening. Ondanks het mindere jaar ziet ook 2009 er in vergelijking met andere sectoren relatief goed uit. Zie ook het artikel ‘Groothandel ziet toekomst met vertrouwen tegemoet’.
Detailhandel
Inclusief de ongeveer 20.000 ambulante handelaren en 3.000 postorder- en internetbedrijven zijn in Nederland zo’n 80.000 ondernemingen actief in de detailhandel, ongeveer 10 procent van het aantal ondernemingen. Het werkgelegenheidsaandeel is met 503.000 arbeidsjaren ongeveer 9 procent. De omzet van 84 miljard euro maakt ongeveer 6 procent uit van die van het bedrijfsleven. Naar verwachting is de groei er voorlopig uit in deze sector, al zijn er tegenstrijdige signalen. Enerzijds is het consumentenvertrouwen zeer laag, wat vrijwel altijd leidt tot het uitstellen van aankopen door de consument en daarmee een dalende detailhandelsomzet. Anderzijds is het met dank aan de verlaagde WW-premie, de dalende inflatie en loonstijgingen niet slecht gesteld met de koopkrachtontwikkeling.
Horeca, catering en verblijfsrecreatie
Met 36.000 ondernemingen is het aandeel van de horeca in het totaal aantal ondernemingen relatief groot: zo’n 5 procent. Zij geven werk aan 206.000 arbeidsjaren, zo’n 3 procent van het totaal, en hebben een omzetaandeel van ongeveer 1 procent, oftewel 18 miljard euro. Dit is een sector met veel starters, die een grote diversiteit aan bedrijven opzetten. Ook werken er in deze sector relatief veel jongeren. Een belangrijke ontwikkeling in deze sector in 2008 was de instelling van het rookverbod. Deze heeft (mede) geleid tot een omzetdaling van 4 procent over de hele linie. Vooral discotheken (-21,6 procent) en cafés (-14,6 procent) kregen zware klappen. Tweederde van de horecaondernemers wijt de omzetdaling aan het rookverbod, wat aannemelijk is omdat de omzet kort voor het rookverbod nog groeide met 0,3 procent in vergelijking met een jaar eerder. Hotels, pensions en cateringbedrijven realiseerden in 2008 wel een omzetgroei.
Vervoer en logistiek
Nederland kent 24.000 ondernemingen in de transportsector (3%). De sector geeft werk aan 319.000 arbeidsjaren en behaalt en omzet van 64 miljard euro, waarmee het belang voor de economie relatief wat groter is (beide is 5 procent). Na een prachtig 2007 viel de groei van het omzetvolume in de transport in 2008 sterk terug. De vooruitzichten zijn gematigd. De sector zal de afzwakking van de internationale economische ontwikkeling duidelijk ondervinden.
Zakelijke dienstverlening
Het belang van de zakelijke dienstverlening in de Nederlandse economie is aanzienlijk. De 175.000 ondernemingen maken 22 procent uit van de bedrijven. De 1.148 arbeidsjaren vormen 19 procent van de werkgelegenheid in ondernemingen. Het omzetaandeel bedraagt met 127 miljard euro 9 procent. In 2008 groeiden met name de juridische en economische dienstverlening, architecten- en ingenieursbureaus en de overige zakelijke dienstverlening, terwijl de omzet in de marketing licht daalde. De zakelijke dienstverlening is met een keur aan startende ondernemers een belangrijke aanjager van nieuwe bedrijvigheid. Daarbij is het overlevingspercentage van nieuwe ondernemingen relatief hoog. In de komende jaren zal de sector, die sterk afhankelijk is van het bedrijfsleven, minder groeien als gevolg van de afzwakking van de economie.
Overige dienstverlening
Deze sector bestaat voor een groot deel uit bedrijven in de persoonlijke dienstverlening – denk aan kappers, schoonheidsbedrijven, fitnesscentra, vakfotografen en beveiligingsbedrijven –, bedrijven in de culturele sector en ideële organisaties. De ongeveer 78.000 ondernemingen maken 10 procent uit van het totaal. Met 309.000 arbeidsjaren en 39 miljard omzet is het aandeel in werkgelegenheid en omzet respectievelijk 5 en 3 procent. De overige dienstverlening is grotendeels conjunctuurgevoelig en zal in 2009 nadelen ondervinden van de verzwakking van de economie.
Rikco Pardoen | BusinessCompleet.nl



