MKB Marktplaats
Faillissement: makkelijke manier om van personeel af te komen
AMSTERDAM - Werkgevers denken wel eens dat het aanvragen van een faillissement een makkelijke manier is om van werknemers af te komen. Alhoewel dit vaak opgaat, is dit niet altijd het geval.

Uit een recente uitspraak van de rechtbank Den Haag blijkt dat het niet altijd even gemakkelijk gaat. Een werkgever wilde graag van een 61-jarige werkneemster af en bood haar een beëindigingregeling aan met een minimale vergoeding. De werkneemster wilde daar niet mee instemmen en vervolgens vroeg de werkgever dan maar zijn eigen faillissement aan. Vervolgens nam hij zijn eigen onderneming over in een ander bedrijf en nam daarmee al het personeel over, op deze ene werkneemster na. De curator had vervolgens de taak het faillissement verder af te wikkelen en dus de ene overgebleven werkneemster te ontslaan. De rechter-commissaris gaf de beschikking daarvoor af en de werkneemster werd ontslagen.
Hiermee was de kous niet af.
De werkneemster was eerder al in verzet gegaan tegen het faillissement, maar dat verzet had zij ingetrokken nadat de curator haar een beëindigingvergoeding in het vooruitzicht had gesteld. De rechter-commissaris verleende echter vervolgens geen toestemming voor de vergoeding, maar wel voor de opzegging van de arbeidsovereenkomst met de werkneemster.
De werkneemster is uiteindelijk in beroep gegaan tegen de beschikking van de rechter-commissaris, waarbij zij stelde dat de opzegging kennelijk onredelijk was. Zij kreeg hierin gelijk. De rechtbank overwoog dat bij opzegging wegens faillissement een afweging moet worden gemaakt tussen de belangen van de boedel (krijgen schuldeisers wel een evenredig deel van hun vordering) en het belang van de werknemer. Meestal betekent dit dat alle arbeidsovereenkomsten kunnen worden opgezegd. Echter, onder bijzondere omstandigheden kan het door de curator gegeven ontslag toch kennelijk onredelijk zijn. Dat was hier het geval.
In deze casus waren de bijzondere omstandigheden echter wel overduidelijk aanwezig. De werkgever had bewust zijn eigen faillissement aangevraagd om goedkoop van de betreffende werkneemster af te komen. Daarbij waren de enige schuldeisers in dit faillissement de directeur van de failliete onderneming en de werkneemster. De belangen van de boedel en van de werkneemster waren dus praktisch hetzelfde. De beschikking van de rechter-commissaris werd vernietigd en de werkneemster bleef in dienst.
Een bijzondere uitspraak. Hoewel dit soort gevallen waarschijnlijk een uitzondering zal blijven, blijkt dat het ontslag door een curator niet altijd waterdicht is. Vooropgezette constructies worden bijna altijd wel doorzien.
Maaike Roet | KemmersRoet Advocaten



