MKB Marktplaats
MKB en VNO-NCW: Industriebrief moet kabinetsbreed
DELFT - Economische Zaken moet snel met het industrile bedrijfsleven en andere betrokken departementen om tafel om de goede aanzetten in de Industriebrief uit te werken. Doel daarvan is om binnen een jaar met werkbare oplossingen te komen voor de belangrijkste knelpunten in de maak- en processector.
Dat zeggen MKB-Nederland en VNO-NCW in reactie op de Industriebrief van minister Van der Hoeven, die vandaag is gepresenteerd. De ondernemingsorganisaties kunnen zich goed vinden in de analyse, maar vinden dat het kabinet op een aantal essentile onderwerpen niet doorpakt en dat andere ministeries onvoldoende meedoen. Ronduit slecht is het ontbreken van duidelijkheid over de terugsluizing van de opbrengst van het veilen van CO2-emissierechten. Hier is de concurrentiepositie van delen van de industrie in het geding. Nu blijft onzeker dat dit ook echt voor 100 procent gaat gebeuren.
Voor het midden- en kleinbedrijf is het positief dat het kabinet met extra geld komt voor innovatieprestatiecontracten (IPC's), vouchers en innovatiekredieten. Positief zijn ook het verder wegnemen van financieringsknelpunten voor kleinere bedrijven en een programma voor het stimuleren van snelle groeiers. Over de (budgettaire) versterking van het publieke onderzoeksbestel als voorwaarde voor meer R&D en innovatie bij bedrijven, wordt helaas gezwegen.
Winst is dat bij het aantrekken van kennismigranten de door de ondernemersorganisaties bepleite high trustgedachte in praktijk zal worden gebracht. Daarmee vertrouwt het kabinet een deel van de beleidsuitvoering toe aan het bedrijfsleven.
Dat bevordert de flexibiliteit. Maar de problemen bij het tijdelijk naar Nederland laten komen van personeel van buitenlandse klanten worden niet opgelost.
Het kabinet constateert dat de voornaamste knelpunten van de industrie samenhangen met arbeidsmarkt, onderwijs en administratieve lasten. Concrete oplossingen ontbreken echter of schieten tekort; veel verder dan 'aanzetten tot beleid' komt het niet. Het gaat daarbij steeds om onderwerpen waarbij Economische Zaken ook andere ministeries moet zien te overtuigen van de noodzaak tot verandering op hun beleidsterrein.
De ondernemersorganisaties missen concrete aanpassingen in de bekostigingsstructuur van scholen, die onderwijsinstellingen prikkelen meer met het bedrijfsleven samen te werken. Hierdoor kan het steeds verder oplopende tekort aan vakpersoneel (op alle niveaus) geen halt worden toegeroepen. Ook ten aanzien van administratieve lasten, regeldruk een aanpak van vergunningen komt het kabinet niet veel verder dan vage voornemens en verkenningen om de regeldruk te verlichten. Het Kabinet constateert ook dat de risico's van het aannemen van personeel groot zijn, maar verbindt hieraan onvoldoende consequenties. De rijksoverheid zou bij het tegengaan van verpaupering van bedrijventerreinen meer de regie kunnen pakken.
Een opvallend verschil met de Industriebrief van vier jaar geleden is dat het kabinet nu het belang van de industrie voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken duidelijk erkent. Die erkenning is terecht, vinden MKB-Nederland en VNO-NCW. De Nederlandse industrie is bijvoorbeeld wereldwijd koploper op het gebied van recycling. Een stevige industrie is daarom ook maatschappelijk van belang. Dat rechtvaardigt extra langetermijninvesteringen in kennis- en fysieke infrastructuur vanuit de (toenemende) aardgasbaten. Het kabinet rept daar echter met geen woord over.
Bron: MKB-Nederland
Dat zeggen MKB-Nederland en VNO-NCW in reactie op de Industriebrief van minister Van der Hoeven, die vandaag is gepresenteerd. De ondernemingsorganisaties kunnen zich goed vinden in de analyse, maar vinden dat het kabinet op een aantal essentile onderwerpen niet doorpakt en dat andere ministeries onvoldoende meedoen. Ronduit slecht is het ontbreken van duidelijkheid over de terugsluizing van de opbrengst van het veilen van CO2-emissierechten. Hier is de concurrentiepositie van delen van de industrie in het geding. Nu blijft onzeker dat dit ook echt voor 100 procent gaat gebeuren.
Voor het midden- en kleinbedrijf is het positief dat het kabinet met extra geld komt voor innovatieprestatiecontracten (IPC's), vouchers en innovatiekredieten. Positief zijn ook het verder wegnemen van financieringsknelpunten voor kleinere bedrijven en een programma voor het stimuleren van snelle groeiers. Over de (budgettaire) versterking van het publieke onderzoeksbestel als voorwaarde voor meer R&D en innovatie bij bedrijven, wordt helaas gezwegen.
Winst is dat bij het aantrekken van kennismigranten de door de ondernemersorganisaties bepleite high trustgedachte in praktijk zal worden gebracht. Daarmee vertrouwt het kabinet een deel van de beleidsuitvoering toe aan het bedrijfsleven.
Dat bevordert de flexibiliteit. Maar de problemen bij het tijdelijk naar Nederland laten komen van personeel van buitenlandse klanten worden niet opgelost.
Het kabinet constateert dat de voornaamste knelpunten van de industrie samenhangen met arbeidsmarkt, onderwijs en administratieve lasten. Concrete oplossingen ontbreken echter of schieten tekort; veel verder dan 'aanzetten tot beleid' komt het niet. Het gaat daarbij steeds om onderwerpen waarbij Economische Zaken ook andere ministeries moet zien te overtuigen van de noodzaak tot verandering op hun beleidsterrein.
De ondernemersorganisaties missen concrete aanpassingen in de bekostigingsstructuur van scholen, die onderwijsinstellingen prikkelen meer met het bedrijfsleven samen te werken. Hierdoor kan het steeds verder oplopende tekort aan vakpersoneel (op alle niveaus) geen halt worden toegeroepen. Ook ten aanzien van administratieve lasten, regeldruk een aanpak van vergunningen komt het kabinet niet veel verder dan vage voornemens en verkenningen om de regeldruk te verlichten. Het Kabinet constateert ook dat de risico's van het aannemen van personeel groot zijn, maar verbindt hieraan onvoldoende consequenties. De rijksoverheid zou bij het tegengaan van verpaupering van bedrijventerreinen meer de regie kunnen pakken.
Een opvallend verschil met de Industriebrief van vier jaar geleden is dat het kabinet nu het belang van de industrie voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken duidelijk erkent. Die erkenning is terecht, vinden MKB-Nederland en VNO-NCW. De Nederlandse industrie is bijvoorbeeld wereldwijd koploper op het gebied van recycling. Een stevige industrie is daarom ook maatschappelijk van belang. Dat rechtvaardigt extra langetermijninvesteringen in kennis- en fysieke infrastructuur vanuit de (toenemende) aardgasbaten. Het kabinet rept daar echter met geen woord over.
Bron: MKB-Nederland




