MKB Marktplaats
Ex-ondernemer mag belastingvrij beleggen
AMSTERDAM - De directeur-grootaandeelhouder (dga) krijgt de mogelijkheid om de totale opbrengst van de verkoop van zijn bedrijf belastingvrij te beleggen. Mits hij de opbrengst onderbrengt in een vennootschap waarin een ander een belang van minstens 10% heeft, is hij over de winst vennootschaps- noch dividendbelasting verschuldigd.
Met deze uitleg stelt de fiscus de nieuwe regeling voor vrijgestelde beleggingsinstellingen (vbi's) alsnog open voor ex-ondernemers. Dat zeggen bronnen rond het ministerie van Financin. Volgens hen is er sprake van een 'enorme tegemoetkoming' aan de circa 150 ex-ondernemers die een vbi-aanvraag hebben ingediend en allemaal nog op antwoord wachten.
Belastingconsulenten reageren positief. Nu brengen veel ex-ondernemers hun geld naar het buitenland om er belastingvrij te beleggen. Maar deze route kent veel nadelen, zoals de verplichte aandeelhoudersbijeenkomst in vaak een ver land. Een andere optie is dat ze de opbrengst van de verkoop van hun bedrijf aan zichzelf uitkeren om dan als privpersoon te beleggen. Maar dan vloeit sowieso 25% van de opbrengst van de bedrijfsverkoop naar de fiscus als inkomstenbelasting. Als een bedrijf verkocht is voor euro 10 mln, resteert nog euro 7,5 mln om mee te beleggen.
Toepasbaarheid van de vbi
De uitleg die nu gegeven wordt aan de vbi is daarom 'een goede stap', zegt Rob Cornelisse van Loyens & Loeff. De belastingconsulent denkt ook dat hiermee de angel uit een felle discussie over de toepasbaarheid van de vbi is gehaald.
De vbi, die zomer 2007 van start ging, moet het vestigingsklimaat in Nederland van speciale, professionele beleggingsfondsen verbeteren. Door deze vrij te stellen van vennootschapsbelasting (25,5%) en dividendbelasting (15%) wil de overheid de achterstand op vooral Luxemburg wegwerken.
Vbi-regeling ook voor dga's
Fiscalisten zagen eerder kansen voor de dga die zijn bedrijf verkoopt en met de opbrengst wil gaan beleggen. Door de opbrengst in een naamloze vennootschap te stoppen en een klein belang te plaatsen bij partner of kind, meenden fiscalisten dat de vbi-regeling ook voor dga's openstond. Maar staatssecretaris Jan Kees de Jager van Financin stak daar medio maart een stokje voor. In aanvullende richtlijnen ging De Jager expliciet in op het voorbeeld waarin de dga een belang van 1% in de vennootschap plaatst bij een partner of kind. Uit de aanvragen bleek namelijk dat veel ex-ondernemers dachten daarmee aan de collectiviteitseis te voldoen en voor de vrijstelling in aanmerking te komen. De Jager wees echter deze constructie van de hand, wat tot een storm van kritiek onder fiscalisten leidde.
Grens 'collectief beleggen'
Kern van de kritiek was dat De Jager niet aangaf bij welke grens wel sprake is van 'collectief beleggen' zoals vereist in de vbi-regels. Fiscalisten waren bang dat de vbi helemaal niet meer meer open zou staan voor de dga. Maar dat is dus volgens bronnen niet het beleid. De fiscus zal dat een dezer dagen meedelen aan dga's die aanvragen hebben lopen. De meeste van de huidige aanvragen zullen worden afgewezen, maar door ze op n lijn te brengen met de nieuwe uitleg is dat relatief eenvoudig te repareren, stellen fiscalisten. 'Logischerwijs is de 10%-grens lastiger te realiseren dan de 1%-norm, maar het biedt perspectief', zegt Gunther Hoffmann van ESJ Accountants.
Bron: Het Financieele Dagblad
Met deze uitleg stelt de fiscus de nieuwe regeling voor vrijgestelde beleggingsinstellingen (vbi's) alsnog open voor ex-ondernemers. Dat zeggen bronnen rond het ministerie van Financin. Volgens hen is er sprake van een 'enorme tegemoetkoming' aan de circa 150 ex-ondernemers die een vbi-aanvraag hebben ingediend en allemaal nog op antwoord wachten.
Belastingconsulenten reageren positief. Nu brengen veel ex-ondernemers hun geld naar het buitenland om er belastingvrij te beleggen. Maar deze route kent veel nadelen, zoals de verplichte aandeelhoudersbijeenkomst in vaak een ver land. Een andere optie is dat ze de opbrengst van de verkoop van hun bedrijf aan zichzelf uitkeren om dan als privpersoon te beleggen. Maar dan vloeit sowieso 25% van de opbrengst van de bedrijfsverkoop naar de fiscus als inkomstenbelasting. Als een bedrijf verkocht is voor euro 10 mln, resteert nog euro 7,5 mln om mee te beleggen.
Toepasbaarheid van de vbi
De uitleg die nu gegeven wordt aan de vbi is daarom 'een goede stap', zegt Rob Cornelisse van Loyens & Loeff. De belastingconsulent denkt ook dat hiermee de angel uit een felle discussie over de toepasbaarheid van de vbi is gehaald.
De vbi, die zomer 2007 van start ging, moet het vestigingsklimaat in Nederland van speciale, professionele beleggingsfondsen verbeteren. Door deze vrij te stellen van vennootschapsbelasting (25,5%) en dividendbelasting (15%) wil de overheid de achterstand op vooral Luxemburg wegwerken.
Vbi-regeling ook voor dga's
Fiscalisten zagen eerder kansen voor de dga die zijn bedrijf verkoopt en met de opbrengst wil gaan beleggen. Door de opbrengst in een naamloze vennootschap te stoppen en een klein belang te plaatsen bij partner of kind, meenden fiscalisten dat de vbi-regeling ook voor dga's openstond. Maar staatssecretaris Jan Kees de Jager van Financin stak daar medio maart een stokje voor. In aanvullende richtlijnen ging De Jager expliciet in op het voorbeeld waarin de dga een belang van 1% in de vennootschap plaatst bij een partner of kind. Uit de aanvragen bleek namelijk dat veel ex-ondernemers dachten daarmee aan de collectiviteitseis te voldoen en voor de vrijstelling in aanmerking te komen. De Jager wees echter deze constructie van de hand, wat tot een storm van kritiek onder fiscalisten leidde.
Grens 'collectief beleggen'
Kern van de kritiek was dat De Jager niet aangaf bij welke grens wel sprake is van 'collectief beleggen' zoals vereist in de vbi-regels. Fiscalisten waren bang dat de vbi helemaal niet meer meer open zou staan voor de dga. Maar dat is dus volgens bronnen niet het beleid. De fiscus zal dat een dezer dagen meedelen aan dga's die aanvragen hebben lopen. De meeste van de huidige aanvragen zullen worden afgewezen, maar door ze op n lijn te brengen met de nieuwe uitleg is dat relatief eenvoudig te repareren, stellen fiscalisten. 'Logischerwijs is de 10%-grens lastiger te realiseren dan de 1%-norm, maar het biedt perspectief', zegt Gunther Hoffmann van ESJ Accountants.
Bron: Het Financieele Dagblad




