MKB Marktplaats
Recessie herinnert aan beurskrach 1929
DEN HAAG - Precies 80 jaar geleden begonnen de aandelenkoersen op de New York Stock Exchange dramatisch te dalen. Het was de inluiding van de eerste beurskrach met wereldwijde gevolgen. De beurskrach 1929 vertoont op sommige punten gelijkenis met de huidige economische crisis.
In de jaren '20 heerste in de Verenigde Staten een hoogconjunctuur. De aandelenkoersen stegen tot ongekende hoogten en speculanten deden goede zaken. Het ongebreidelde optimisme kon niet op, maar de onderliggende economie groeide niet mee. In september 1929 begon de economische motor te haperen.
Ondernemingen merkten dat de markt verzadigd was en verminderden de productie. Als gevolg hiervan raakten werknemers hun baan kwijt, waarna de consumentenbestedingen afnamen. Andere bedrijven kwamen hierdoor ook in problemen. In de zomer van 1929 kwam er langzaam een einde aan de enorme koersstijgingen en speculatiedrift van beleggers.
Donderdag 24 oktober 1929 was het keerpunt. Die dag ging de geschiedenis in als Zwarte Donderdag. De New Yorkse effectenbeurs stortte volledig in. In paniek probeerden beleggers massaal hun aandelen te verkopen, waardoor de koersen verder daalden. Aan het einde van de handelsdag waren de aandelen weinig meer waard. De koersen bleven ook daarna nog langzaam verder zakken tot ze 8 juli 1932 het absolute dieptepunt bereikten op een niveau van 41,22 punten.
Zwarte Donderdag was ook de voorbode van de crisis van de jaren dertig. De beurskrach kreeg wereldwijd gevolgen door het grote aandeel van de Amerikaanse economie in de wereldhandel.
In Nederland leidde de beurskrach van 1929 met enige vertraging tot een depressie. In 1931 verdubbelde de werkloosheid tot 15 procent, terwijl de economische groei omsloeg in een daling van 5 procent. Veel mensen leefden in armoede door een gebrek aan goede sociale voorzieningen.
Deskundigen zien wel parallellen met de huidige economische crisis. Kochten speculanten destijds aandelen met geleend geld in de verwachting dat zij hun schulden zouden kunnen terugbetalen uit vette winsten, hetzelfde gebeurde nu met hypotheken. Amerikanen kochten huizen tegen te hoge leningen in de veronderstelling dat de waarde van hun bezit zou stijgen. Banken werkten daaraan mee en verstrekten onbetaalbare hypotheken.
Maar de huizenprijzen kelderden, de aandelenbeurzen daalden, de werkloosheid liep enorm op, inflatie is vrijwel afwezig en mensen zoeken steeds meer naar veilige vluchthavens voor hun geld zoals goud. Dat vooral zijn overeenkomsten met de beurskrach van 1929, stelt vermogensbeheerder Gert-Jan Geels van Eureffect. ,,Het grote onderscheid is dat het stelsel van centrale banken in Amerika nu kan profiteren van de kennis van toen. En dat is ook gebeurd'', aldus Geels.
Hij wijst erop dat de overheid hard heeft ingegrepen, zoals in de bankensector met steunmaatregelen om de economie overeind te houden. In de jaren '30 gebeurde dat niet of nauwelijks. ,,De grote vraag is wel hoe het verder moet met de markten als de overheid zich op een gegeven moment terugtrekt. Die wil z'n geld wel weer terugkrijgen. De markt moet dan weer de eigen broek ophouden.''
(c) ANP 2009 alle rechten voorbehouden




