MKB Marktplaats
Meld de redactie oneerlijke staatssteun
ABCOUDE - Staatssteun is omstreden. Het vervalst concurrentie, verstoort het level playing field en maakt bedrijven lui. De Europese Unie treedt ertegen op. Zo wordt er buiten Itali met fronsende wenkbrouwen naar gekeken hoe het verliesgevende Alitalia op kosten van de Italiaanse overheid concurreert met andere luchtvaartmaatschappijen. Toch wordt ook in Nederland staatssteun toegepast. Onder strenge voorwaarden, dat wel.
Het doel van staatssteun verschilt per overheid en per politieke kleur. De ene politieke partij vindt marktwerking – en dus het niet ingrijpen in het normale economische proces – belangrijker dan de andere. De overheid zal alleen ingrijpen bij marktfalen. Dat betekent dat de overheid zal ingrijpen wanneer gewenste ontwikkelingen niet plaats vinden of wanneer het tempo te laag is.
Veelvoorkomend praktijkvoorbeeld
Bijna elke gemeente kent wel zijn cafs, restaurants en discotheken. Maar veel plaatsen kennen ook gesubsidieerde jongerensociteiten, culturele verenigingen en muziekactiviteiten. Daar worden net als in de reguliere horeca (alcoholische) drank geschonken en er vinden (grote) optredens plaats. Kortom, dat is directe concurrentie van de niet gesubsidieerde horeca. De kans is zelfs groot dat een biertje in de gesubsidieerde gelegenheden goedkoper is, omdat er geen commercieel oogpunt is. Maar is dit ook eerlijk ten opzichte van de hard werkende plaatselijke ondernemer?
Historische context
Vroeger was er meer overheidssteun. Uit het recente verleden schieten de namen van DAF en Fokker te binnen. In de gouden eeuw speelde de VOC een grote rol in de Nederlandse economische activiteiten.
De VOC werkte voor het verdedigen van zijn wereldwijde belangen intensief met de overheid samen. De ‘eerste multinational’ was in zijn organisatiestructuur en financiering een vroege vorm van wat later ‘volkskapitalisme’ zou heten, want werkelijk iedere Nederlander kon aandeelhouder van de VOC worden – en velen waren dat ook.
Echte staatssteun begint in Nederland in de Franse tijd (1795-1813). Een grote bijdrage aan de ontwikkeling van de Nederlandse economie werd geleverd door koning Willem I, het eerste staatshoofd van het bevrijde Koninkrijk der Verenigde Nederlanden, waarin tot 1830 Nederland en het latere Belgi waren samengevoegd. Koning Willem I nam het initiatief tot de Nederlandsche Handel-Maatschappij (NHM) en de Algemeene Nederlandsche Maatschappij (ANM). De NHM speelde namens de staat een vooraanstaande rol in de ontwikkeling van de handel tussen Nederland en Nederlands-Indi. Spoedig werd de NHM ook een kapitaalinvesteerder in de industrie en bezat zij bedrijven in allerlei activiteiten, van de Twentse textiel tot plantages in Nederlands-Indi.
In Nederland zou de NHM zich ontwikkelen tot de Algemene Bank Nederland (nu ABN AMRO). In Belgi evolueerde de ANM naar de Generale Maatschappij, die nog zeker anderhalve eeuw een bepalende rol speelde in de economie van Belgi. Uit deze Generale Maatschappij kwam ook de Generale Bank voort, de grootste bank van Belgi, die inmiddels samen met Amev en enkele andere partijen is gefuseerd tot Fortis.
Omslagpunt
Het imago van staatssteun bleef in Nederland lange tijd positief. De omslag kwam in de jaren tachtig, toen neoliberale economische opvattingen ook in Nederland doorbraken. Dit werd sterk bevorderd door de affaire RSV. Een blanco cheque van minister Gijs van Aardenne (VVD) aan de noodlijdende Rotterdamse scheepswerf Rijn-Schelde-Verolme, kostte de overheid 2,7 miljard gulden. Desondanks ging het bedrijf failliet, onder achterlating van nog eens een schuld van 2,25 miljard gulden. Dit leidde tot de Parlementaire Enqute RSV. Eind jaren negentig is in een Kamerbrief vastgesteld hoe de overheid om zou gaan met ondernemingen in moeilijkheden. Kort geformuleerd stelde de brief dat de overheid geen geld meer zou steken in noodlijdende bedrijven, tenzij die van eminent belang zijn voor de Nederlandse economie.
Voorwaarden scheppen
Overheidssteun richt zich nu op het scheppen van voorwaarden die ondernemingen goed kunnen laten functioneren. Denk daarbij bijvoorbeeld aan goed onderwijs en een goede infrastructuur. Ook kunnen bedrijven rechtstreeks steun ontvangen, maar dat is dan altijd om bepaalde doelstellingen te verwezenlijken. Zo wordt bijvoorbeeld economische innovatie door de overheid bevorderd en worden onderzoek en ontwikkeling gestimuleerd. Daarnaast krijgen bedrijven staatssteun bij het nemen van maatregelen die een schoon milieu bevorderen. Veel regelingen van de overheid zijn speciaal bestemd voor het midden- en kleinbedrijf (zie het artikel Ondernemen met subsidie).
Valse concurrentie
In principe kun je zeggen dat elke vorm van staatssteun het level playing field verstoort en derhalve ongewenst is. Maar de ene vorm van staatssteun is meer verstorend dan de andere. In de Europese wetgeving zijn artikelen opgenomen die staatssteun verbieden, met enkele uitzonderingen. In de Europese Unie bewaakt de Nederlandse eurocommissaris Neelie Kroes de eerlijke concurrentie. In Nederland wordt deze rol vervuld door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa).
Slachtoffer?
Bent u met uw bedrijf slachtoffer van oneerlijke concurrentie als gevolg van staatssteun, of kent u zo’n situatie? Meld dit bij Businesscompleet! Wij zijn voor een toekomstig artikel op zoek naar bedrijven die benadeeld worden door staatssteun aan een concurrent. Stuur u e-mails aan redactie@businesscompleet.nl, onder vermelding van Oneerlijke Concurrentie.
Rikco Pardoen | Businesscompleet
Het doel van staatssteun verschilt per overheid en per politieke kleur. De ene politieke partij vindt marktwerking – en dus het niet ingrijpen in het normale economische proces – belangrijker dan de andere. De overheid zal alleen ingrijpen bij marktfalen. Dat betekent dat de overheid zal ingrijpen wanneer gewenste ontwikkelingen niet plaats vinden of wanneer het tempo te laag is.
Veelvoorkomend praktijkvoorbeeld
Bijna elke gemeente kent wel zijn cafs, restaurants en discotheken. Maar veel plaatsen kennen ook gesubsidieerde jongerensociteiten, culturele verenigingen en muziekactiviteiten. Daar worden net als in de reguliere horeca (alcoholische) drank geschonken en er vinden (grote) optredens plaats. Kortom, dat is directe concurrentie van de niet gesubsidieerde horeca. De kans is zelfs groot dat een biertje in de gesubsidieerde gelegenheden goedkoper is, omdat er geen commercieel oogpunt is. Maar is dit ook eerlijk ten opzichte van de hard werkende plaatselijke ondernemer?
Historische context
Vroeger was er meer overheidssteun. Uit het recente verleden schieten de namen van DAF en Fokker te binnen. In de gouden eeuw speelde de VOC een grote rol in de Nederlandse economische activiteiten.
De VOC werkte voor het verdedigen van zijn wereldwijde belangen intensief met de overheid samen. De ‘eerste multinational’ was in zijn organisatiestructuur en financiering een vroege vorm van wat later ‘volkskapitalisme’ zou heten, want werkelijk iedere Nederlander kon aandeelhouder van de VOC worden – en velen waren dat ook.
Echte staatssteun begint in Nederland in de Franse tijd (1795-1813). Een grote bijdrage aan de ontwikkeling van de Nederlandse economie werd geleverd door koning Willem I, het eerste staatshoofd van het bevrijde Koninkrijk der Verenigde Nederlanden, waarin tot 1830 Nederland en het latere Belgi waren samengevoegd. Koning Willem I nam het initiatief tot de Nederlandsche Handel-Maatschappij (NHM) en de Algemeene Nederlandsche Maatschappij (ANM). De NHM speelde namens de staat een vooraanstaande rol in de ontwikkeling van de handel tussen Nederland en Nederlands-Indi. Spoedig werd de NHM ook een kapitaalinvesteerder in de industrie en bezat zij bedrijven in allerlei activiteiten, van de Twentse textiel tot plantages in Nederlands-Indi.
In Nederland zou de NHM zich ontwikkelen tot de Algemene Bank Nederland (nu ABN AMRO). In Belgi evolueerde de ANM naar de Generale Maatschappij, die nog zeker anderhalve eeuw een bepalende rol speelde in de economie van Belgi. Uit deze Generale Maatschappij kwam ook de Generale Bank voort, de grootste bank van Belgi, die inmiddels samen met Amev en enkele andere partijen is gefuseerd tot Fortis.
Omslagpunt
Het imago van staatssteun bleef in Nederland lange tijd positief. De omslag kwam in de jaren tachtig, toen neoliberale economische opvattingen ook in Nederland doorbraken. Dit werd sterk bevorderd door de affaire RSV. Een blanco cheque van minister Gijs van Aardenne (VVD) aan de noodlijdende Rotterdamse scheepswerf Rijn-Schelde-Verolme, kostte de overheid 2,7 miljard gulden. Desondanks ging het bedrijf failliet, onder achterlating van nog eens een schuld van 2,25 miljard gulden. Dit leidde tot de Parlementaire Enqute RSV. Eind jaren negentig is in een Kamerbrief vastgesteld hoe de overheid om zou gaan met ondernemingen in moeilijkheden. Kort geformuleerd stelde de brief dat de overheid geen geld meer zou steken in noodlijdende bedrijven, tenzij die van eminent belang zijn voor de Nederlandse economie.
Voorwaarden scheppen
Overheidssteun richt zich nu op het scheppen van voorwaarden die ondernemingen goed kunnen laten functioneren. Denk daarbij bijvoorbeeld aan goed onderwijs en een goede infrastructuur. Ook kunnen bedrijven rechtstreeks steun ontvangen, maar dat is dan altijd om bepaalde doelstellingen te verwezenlijken. Zo wordt bijvoorbeeld economische innovatie door de overheid bevorderd en worden onderzoek en ontwikkeling gestimuleerd. Daarnaast krijgen bedrijven staatssteun bij het nemen van maatregelen die een schoon milieu bevorderen. Veel regelingen van de overheid zijn speciaal bestemd voor het midden- en kleinbedrijf (zie het artikel Ondernemen met subsidie).
Valse concurrentie
In principe kun je zeggen dat elke vorm van staatssteun het level playing field verstoort en derhalve ongewenst is. Maar de ene vorm van staatssteun is meer verstorend dan de andere. In de Europese wetgeving zijn artikelen opgenomen die staatssteun verbieden, met enkele uitzonderingen. In de Europese Unie bewaakt de Nederlandse eurocommissaris Neelie Kroes de eerlijke concurrentie. In Nederland wordt deze rol vervuld door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa).
Slachtoffer?
Bent u met uw bedrijf slachtoffer van oneerlijke concurrentie als gevolg van staatssteun, of kent u zo’n situatie? Meld dit bij Businesscompleet! Wij zijn voor een toekomstig artikel op zoek naar bedrijven die benadeeld worden door staatssteun aan een concurrent. Stuur u e-mails aan redactie@businesscompleet.nl, onder vermelding van Oneerlijke Concurrentie.
Rikco Pardoen | Businesscompleet




