MKB Marktplaats
Wijzigingen in de belastingheffing in 2008 en 2009 naar aanleiding van belastingplan en overige fiscale maatregelen
Ofwel, hoe de regering er in slaagt 1,5 miljard meer belasting binnen te halen (buiten de 0,5 miljard die woningcorporaties zouden moeten betalen)
Vennootschapsbelasting
Verlaging vennootschapsbelasting voor winsten tot 200.000 De bovengrens van de eerste schijf in de vennootschapsbelasting wordt verhoogd van 25 000 naar 40 000. De bovengrens van de tweede schijf wordt verhoogd van 60 000 naar 200 000. Daarnaast wordt het tarief van de tweede schijf verlaagd met 0,5%-punt naar 23%.
Ten opzichte van de voor 2007 geldende tarieven heeft dit de volgende effecten:
Belastbaar Voordeel t.o.v. 2007
25.000 -
100.000 1.625
150.000 2.875
200.000 4.125
Woningcorporaties zouden vennootschapsbelasting gaan betalen Woningcorporaties zijn als gevolg van de veranderende woningmarkt de laatste jaren hun activiteiten gaan verbreden.
Zij bouwen bijvoorbeeld ook duurdere huur- en koopwoningen en investeren in bedrijfsvastgoed. Voor hun commercile activiteiten zijn zij daarom sinds 1 januari 2006 gedeeltelijk vennootschapsbelastingplichtig. Wanneer het geheel aan activiteiten van woningcorporaties wordt bezien, kunnen deze corporaties uit fiscaal oogpunt moeilijk nog anders dan als ondernemingen worden gekenmerkt. Zij zijn organisaties van kapitaal en arbeid, nemen deel aan het economisch verkeer en behalen hiermee winst. Daarom zullen zij per 1 januari 2008 integraal belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting worden.
Loonheffingen
Pensioenopbouw niet meer mogelijk voor deel salaris boven 185.000 per jaar
Weer komen er wijzigingen op pensioengebied. Nu eens niet alleen ten nadele van de directeur groot aandeelhouder. Ook werknemers die zelf geen ondernemer zijn worden hierdoor getroffen.
Bij de zogeheten Witteveen-wetgeving was er nog voor gekozen om geen maximum te stellen aan de grondslag voor de pensioenopbouw. Een reden daarvoor was, dat verondersteld werd, dat het tegengestelde van de werkgever ten opzichte van de werkgever een natuurlijke rem op mogelijke bovenmatigheid zou vormen.
Door een maximum te stellen aan het in aanmerking te nemen pensioengevend loon, wordt tevens de (fiscaal gefacilieerde) ruimte voor (inhaal)stortingen boven deze grens beperkt. Het maximum in aanmerking te nemen pensioengevend loon wordt per 1 januari 2009 gesteld op 185 000. Deze grens zal jaarlijks worden gendexeerd. Bij dienstbetrekkingen in deeltijd zal het maximum pensioengevend loon per dienstbetrekking worden verminderd overeenkomstig de deeltijdfactor. Hiermee wordt voorkomen dat iemand met bijvoorbeeld twee “halve” dienstbetrekkingen bij twee verschillende werkgevers ook twee keer het maximum aan pensioengevend loon in aanmerking kan nemen. Arbeidscontracten en pensioenregelingen zullen in voorkomende gevallen waarschijnlijk moeten worden aangepast aan het voor het pensioengevend loon gestelde maximum.
Als de werkgever en werknemer ervoor kiezen bij de pensioenopbouw uit te blijven gaan van een hoger pensioengevend loon dan 185 000, kan er gevraagd worden de pensioenregeling te splitsen. Tot 185.000 is dan gefacilieerde pensioenopbouw mogelijk. Daarboven niet meer. Dat houdt in, dat boven de 185.000 eigen bijdragen van de werknemer niet meer aftrekbaar zijn en bijdragen van de werkgever belast zijn. Het verzoek tot splitsing kan tot uiterlijk 1 januari 2009 – het eerste moment van overschrijding van de begrenzing – worden ingediend bij de inspecteur.
Het bedrag van 185 000 is inclusief de AOW-franchise, zodat in alle gevallen maximaal kan worden uitgegaan van het bedrag van 185 000 (dus onafhankelijk van de hoogte van de feitelijk toegepaste franchise).
Voorbeeld
Stel werknemer Potters heeft een salaris van 200 000; de AOW-franchise bedraagt 12000 (de AOW-uitkering die wordt ingebouwd is dan 8.400). In dat geval bedraagt de maximaal in aanmerking te nemen pensioengrondslag: 185.000 minus 12 000 = 173.000.
Stel de werkgever hanteert een hogere AOW-franchise dan de minimaal toe te passen AOW-franchise, bijvoorbeeld een AOW-franchise van 17 000; in dat geval bedraagt de pensioengrondslag 185 000 minus 17 000 = 168 000.
In beide gevallen, dus onafhankelijk van de hoogte van de toegepaste AOW-franchise, is het pensioengevend loon dus (maximaal) 185 000.
Bij dienstbetrekkingen in deeltijd wordt het maximumbedrag aan pensioengevend loon verminderd overeenkomstig de deeltijdfactor. Voorbeeld Stel dat werknemer Stevens twee deeltijdbetrekkingen heeft, bij werkgever Janssen werkt hij voor 50% en bij werkgever Pietersen voor 25%; dan bedraagt zijn maximumbedrag aan pensioengevend loon bij werkgever Janssen: 50% van 185 000 = 92 500, en bij werkgever Pietersen: 25% van 185 000 = 46 250.
De inwerkingtreding van deze bepaling per 1 januari 2009 betekent dat na die datum ook geen backservice meer mogelijk is over de jaren vr 2009 voorzover die backservice betrekking heeft op loonstijgingen na 1 januari 2009 boven een loon van 185 000.
Voorbeeld
Stel werknemer Meussen heeft op 31 december 2008 een pensioengevend loon van 150.000 in een eindloonregeling en in 2010 stijgt zijn salaris naar 250 000, dan kan hij ook over de jaren vr 2009 alleen nog backservicerechten krijgen over het verschil tussen 185 000 en 150 000. Backservice die betrekking heeft op loonstijgingen boven 185.000 die hebben plaatsgevonden vr 2009 is uiteraard nog wel (fiscaal gefacilieerd) mogelijk.
Vr 1 januari 2009, opgebouwde pensioenaanspraken – ook voor zover deze zijn gebaseerd op een hoger pensioengevend loon dan 185 000 - worden uiteraard gerespecteerd.
Commentaar Libra Belastingadviseurs
VNO-NCW en MKB-Nederland zeggen over dit voorstel: “De maatregel betekent een principile breuk in de financiering van arbeidspensioenen, een aantasting van de betrouwbare overheid en introductie van fiscaal politiek inkomensbeleid in de arbeidsvoorwaarden waarbij de hoogte van de aftopping een willekeurige politieke speelbal is.” Hieraan hoeven wij niets toe te voegen.
Auto van de zaak
De bijtelling wegens priv-gebruik van de auto van de zaak wordt verhoogd. Van 22% van de catalogusprijs van de auto naar (op jaarbasis) 25% van de catalogusprijs van de auto. Daarnaast wordt een verlaagde bijtelling gentroduceerd voor zeer zuinige auto’s. De bijtelling wordt verlaagd naar 14% van de catalogusprijs van de auto, indien de auto een geringe CO2-uitstoot per kilometer heeft. Dus het moet om een wel zeer zuinige auto gaan. Ook als de werkelijke waarde van het priv-gebruik hoger is dan 14%, wordt toch maar 14% van de catalogusprijs bijgeteld. Auto’s die onder de 14% vallen zijn bijvoorbeeld de Toyota Prius, Citron C1, Daihatsu Cuore 1.0, Honda CIVIC Hybride, Peugeot 107 en de Toyota Aygo. Een aantal dieseluitvoeringen van de Smart fortwo valt hier ook onder. De bewijslast dat sprake is van een auto met een geringe CO2-uitstoot ligt daarbij bij de werkgever of, wanneer de werknemer bezwaar maakt tegen de ingehouden loonbelasting, bij de werknemer.
Geen loonheffing meer voor directeur groot aandeelhouder (DGA) van BV zonder overig personeel
Als een BV op 1 januari van een jaar naast de DGA (en zijn niet sociaal verzekerde partner) geen ander personeel in dienst heeft, dan hoeft er geen loonheffing meer te worden ingehouden en afgedragen. Dat is een vereenvoudiging. Maar daar tegenover moet er wel ieder jaar een schatting gedaan worden van de te verwachten inkomsten; en komt de DGA dus in aanmerking voor een voorlopige aanslag inkomstenbelasting. Ook zal er een voorlopige aanslag inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet worden opgelegd. De directeur blijft wel in loondienst voor de toepassing van pensioenregeling. Maar hij kan geen gebruik maken van in de Wet op de loonbelasting opgenomen gunstige regels voor werknemers. En zo is ook een neveneffect, dat de DGA die verder geen personeel heeft niet meer in aanmerking komt voor de afdrachtvermindering voor speur- en ontwikkelingswerk.
Commentaar Libra Belastingadviseurs
Per saldo zou de DGA waarschijnlijk beter af zijn bij continuering van de loonbelastingplicht, wanneer deze gecombineerd zou worden met een aangifteplicht per kwartaal of halfjaar.
Inkomstenbelasting
Tariefsverhoging
De tarieven inkomstenbelasting worden iets verhoogd in de eerste twee schijven. ven.
Vanaf 2009 geleidelijke afschaffing overdraagbaarheid niet benut deel van de algemene heffingskorting voor personen geboren na 1971 Tot nu toe kan de partner die zelf geen of weinig inkomen heeft zelf zijn heffingskorting niet volledig benutten, als hij minder belasting moet betalen dan de heffingskorting groot is. Betaalt zijn partner meer belasting dan die partner zijn eigen heffingskorting, dan kan de minstverdienende de heffingskorting toch nog uitbetaald krijgen. Maar ten hoogste tot het bedrag dat de meestverdienende partner aan belasting heeft betaald. Deze regeling noemt men ook wel “de aanrechtsubsidie”, omdat het een rem zou zijn voor vrouwen om een baan buitenshuis te aanvaarden.
Voorbeeld na de afschaffing.
Ria, de minstverdienende partner heeft loon uit dienstbetrekking van 5000. Bij een tarief van 33,65% bedraagt de te betalen belasting exclusief de heffingskortingen 1683 (cijfers 2007).
Ria heeft in beginsel recht op de algemene heffingskorting van 2043 en de arbeidskorting van 88. Totaal komt dit uit op een gecombineerde heffingskorting van 2.131. Hiervan kan 1683 worden verrekend via de eigen heffing, het restant van 448 wordt in 2008 uitbetaald voor zover Mark, de meest verdienende partner, voldoende inkomensheffing betaalt. Vanaf het kalenderjaar 2009 wordt voor de berekening van het uit te betalen bedrag de hoogte van de algemene heffingskorting met 6 2/3% van 2.043 beperkt waardoor de uitbetaling 136 lager uitkomt, dus 448 minus 136 is 312. Op deze verdwijnt de mgelijkheid om de heffingskorting te realiseren op de door de partner betaalde belasting in 15 jaar.
Overig met betrekking tot heffingskortingen
De heffingskortingen worden per 1 januari 2008 verder aangepast aldus:
-Verhoging algemene heffingskorting met 31.
-Verhoging van de arbeidskorting met 30.
-Verlaging van de combinatiekorting met 40.
-Verhoging van de aanvullende combinatiekorting met 35.
-Verhoging van de ouderenkorting met 100.
-Verlaging van de alleenstaande ouderenkorting met 25.
Deze verhogingen en verlagingen worden toegepast nadat de inflatiecorrectie per 1 januari 2008 is toegepast. Met ingang van 2009 zal de arbeidskorting meer inkomensafhankelijk worden. De bedoeling daarvan is om het aantrekkelijker te maken te werken in plaats van een uitkering te genieten. De zogeheten armoedeval wordt hiermee bestreden. In 2009 wordt de arbeidskorting voor personen met een inkomen tot 40 000 verhoogd met 32 tot 1 475. Daartegenover wordt vanaf een inkomen van 40.000 de arbeidskorting met 1,25% afgebouwd tot op het niveau van het huidige maximum van de arbeidskorting. In 2010 stijgt de arbeidskorting verder tot 1.505. In 2011 wordt de arbeidskorting nog eens verhoogd tot 1.565.
In 2009 wordt de algemene heffingskorting verlaagd tot 2064, in 2010 tot 2.054 en in 2011 tot 2.043.
Verhoging eigenwoningforfait voor woning met waarde boven 1 miljoen Momenteel wordt vanaf een waarde van 75.000 een percentage van 0,55% als voordeel uit eigen woning in aanmerking genomen. Maar er geldt wel een absoluut maximum bijtelling van 9.150 (voor 2007). Voor een woning met een waarde van 80.000 wordt eenzelfde procentueel voordeel in aanmerking genomen als voor een woning met een waarde van 400.000 en een woning met een waarde van 800.000. De regering acht dat voor woningen met een waarde vanaf 1 miljoen niet langer gewenst. Mede vanwege budgettaire overwegingen (!) wordt voorgesteld om vanaf 1 januari 2009 over de waarde van de woning boven 1 miljoen een eigenwoningforfait bij te tellen van 2,35%. Die verhoging geldt dus alleen voor het deel van de waarde dat uitgaat boven 1 mln.
Commentaar Libra Belastingadviseurs
De Raad van State merkt op, dat ontoereikend is gemotiveerd waarom de grens moet liggen bij een waarde vanaf 1 miljoen en waarom voor dat hogere bedrag een forfait van 2,35% zou moeten gelden. De Staatssecretaris merkt in de Nota naar aanleiding van het verslag op, dat het maar om 7.000 huizen in Nederland gaat.
Beperking en later afschaffing Buitengewone Uitgavenregeling De buitengewone uitgavenregeling geeft een aftrekpost voor buitengewone uitgaven. In de loop der jaren zijn steeds meer uitgaven onder de regeling gebracht. Mede daardoor heeft de regeling een zeer hoge vlucht genomen (kosten: 125 miljoen in 2001; 1,8 miljard in 2007). Dit terwijl het niet-gebruik onder chronisch zieken en gehandicapten nog altijd zeer groot is. Per 1 januari 2008 zijn de standaardpremie en de inkomensafhankelijke bijdrage van de zorgverzekering niet langer aftrekbaar. Kosten voor een zorgverzekering die iedereen maakt, zijn immers geen buitengewone uitgaven. In combinatie met een verlaging van de drempel van 11,5 procent naar 1,65 procent leidt de maatregel per 1 januari 2008 tot een bezuiniging van 400 miljoen.
BTW
Verhoging tarief
De BTW gaat omhoog per 1 januari 2009 van 19% naar 20%.
Verlaagd tarief voor pretparken en kermissen blijft
De voorgestelde verhoging van het BTW-tarief voor kermissen en andere attracties zoals bioscopen, dierentuinen, pretparken en sportaccommodaties is van de baan.
Aanpassing vrijstelling medische diensten
De jurisprudentie van het Hof van Justitie der Europese Gemeenschappen over de reikwijdte van de vrijstelling in de omzetbelasting voor (para)medische diensten noopt op een drietal punten tot een beperking respectievelijk herijking van de vrijstelling voor medische handelingen: a. de vrijstelling voor medische diensten wordt met het oog op richtlijnconformiteit beperkt tot de gezondheidskundige verzorging van de mens; b. ter verzekering van een juiste en eenvoudige toepassing in Nederland van de conform onderdeel a beperkte medische vrijstelling, dient de (para)medische zorgverlener voor zijn werkzaamheden op het gebied van de gezondheidskundige verzorging van de mens, te zijn opgeleid volgens het bepaalde bij of krachtens de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG); c. de vrijstelling voor de levering van tandprothesen wordt met het oog op richtlijnconformiteit beperkt tot de levering van tandprothesen door tandartsen en tandtechnici.
Commentaar Libra Belastingadviseurs
De Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (“NOB”) is van mening, dat ook sportkeuringen en keuringen voor rijbewijzen onder de vrijstelling zouden moeten vallen. De NOB geeft verder in overweging ook alle cosmetische hamdelingen hieronder te laten vallen. Immers een deel daarvan is zeker gericht op een therapeutisch doel. Wij onderschrijven dit, maar de staatssecretaris niet. Hij is van mening, dat over sportkeuringen en rijbewijskeuringen BTW betaald moet worden. Cosmetische ingrepen zijn alleen vrijgesteld van BTW als ze plaatsvinden vanwege lichamelijke of psychische klachten. Denk aan een neuscorrectie uit psychische nood.
Verpakkingenbelasting
In het kader van het motto dat de vervuiler moet betalen wordt een wordt een verpakkingen-belasting ingevoerd. De belasting wordt geheven van de producent of importeur. De belasting is als hoofdregel verschuldigd op het moment dat producten in een verpakking voor de eerste maal in Nederland aan een ander ter beschikking worden gesteld. Daarnaast is de belasting ook verschuldigd op het moment dat een importeur de verpakking van ingevoerde producten verwijdert en afvoert. Er geldt een uitzondering voor zogenaamde lastminuteverpakkingen (bijvoorbeeld tasjes en frietbakjes). Deze zijn belast bij de producent van de (lege) verpakking. Belastingplichtige is de producent of importeur van de (producten in de) verpakking. Wij gaan we niet nader in op de technische details.
Verpakking/Materiaal Gewicht(gram) / Platte heffing per verpakking(in centen)
1,5 liter PET fles Kunststof 40 1,4
33 cl bierblikje Overig metaal 26 0,3 0,3
0,5 liter PET flesje (licht) Kunststof 18 0,6
33 cl zwaar sportdrankflesje Kunststof 40 1,4
25 cl aluminium drankblikje Aluminium 19 1,2
75 cl wijnfles Glas 300 – 700 1,5 – 3,4
Plastic tasjes Kunststof 9 – 21 0,3 – 0,7
Patatbakje snackbar Kunststof 5 0,2
Glazen pot doperwten 350 gr Glas 180 0,9
Aluminium blikje doperwten 300 gr Aluminium 20 1,2
Glazen pot pindakaas 350 gr Glas 210 1
Deodorant 50 ml Overig metaal 25 0,3
Commentaar Libra Belastingadviseurs
Deze belasting treft ondernemers zijn, waarop het Afvalstoffenbesluit van toepassing is. Daarom zullen volgens de minister van Financin de administratieve lasten hiervan wel meevallen. Wij staan daar zeer sceptisch tegenover.
Vliegbelasting
De belasting gaat in per 1 juli 2008; dus in het vakantieseizoen. De belasting is verschuldigd door de luchthaven. Ze wordt geheven per passagier. Er zijn twee tarieven, namelijk een laag tarief van 11,25 voor vluchten binnen de EU en voor vluchten die niet langer dan 2.500 kilometer zijn. Voor de andere vluchten geldt een tarief van 45.
Commentaar Libra Belastingadviseurs
Eindelijk eens een heffing die gemakkelijk te omzeilen lijkt. Ze is namelijk alleen verschuldigd voor vluchten die vanuit Nederland vertrekken. Jammer, maar deze tarieven zullen een extra reis naar Brussel of Dsseldorf niet lonend maken! Overigens is het nog maar de vraag of Nederland met deze belasting niet in strijd komt met het verdrag van Chicago. En wellicht is het zelfs een heffing die in strijd is met het EG recht.
Accijnzen op rookwaren en drank
De maatschappelijke problemen van drankmisbruik en roken blijken hardnekkig. Mede daarom komt er een verhoging van de accijns op sigaretten, rooktabak (shag) en bier. Er is gekozen voor het verhogen van de accijns op bier omdat juist die drank een belangrijke rol speelt bij het drankmisbruik onder (voornamelijk) jongeren. Hoewel er ook een duidelijke toename is van de consumptie van wijn zijn er geen aanwijzingen dat deze drank in belangrijke mate bijdraagt aan alcoholmisbruik onder (voornamelijk) jongeren. Een verhoging van de accijns op gedistilleerde dranken ligt eveneens minder voor de hand omdat deze accijns recent – na gedurende korte tijd te zijn verhoogd – weer is verlaagd in verband met ongewenste grenseffecten. De accijns op bier wordt met ingang van 1 januari 2009 verhoogd, de accijns op sigaretten en rooktabak met ingang van 1 juli 2008. De accijns voor een pakje sigaretten van de meest gevraagde prijsklasse van 20 stuks wordt met 21 cent verhoogd. Dit betekent een prijsstijging (inclusief BTW) van circa 25 cent voor het genoemde pakje sigaretten. De accijns voor een pakje shag van de meest gevraagde prijsklasse van 50 gram wordt met 26 cent verhoogd. Dit betekent een prijsstijging van circa 31 cent voor het genoemde pakje shag. De accijns op bier wordt verhoogd met circa 2,3 cent per pijpje pils van 0,3 liter. Het prijseffect (inclusief BTW) is 2,7 cent per pijpje pils of 0,65 per krat van 24 flesjes. Overigens zal er naast de verhoging van de pilsenerbieren een evenredige accijnsverhoging plaatsvinden op de overige bieren. Een uitzondering geldt voor tafelbieren met een laag alcoholgehalte. Deze categorie zal niet worden verhoogd. De prijs van sigaretten in Nederland zal ongeveer op een gelijk niveau met Belgi komen; en iets onder het niveau van Duitsland. De Nederlandse prijs van rooktabak zal na de verhogingen naar verwachting weliswaar hoger zijn dan die in Belgi, maar iets lager dan die in Duitsland.
Commentaar Libra Belastingadviseurs
De Nederlandse accijns op bier is thans al hoger dan die in Belgi en Duitsland. Toch verwacht de minister van financin van deze accijnsverhoging geen grenseffecten. Hij zegt, dat de prijs van bier in Nederland in het algemeen lager is dan in onze buurlanden en de accijnsverhoging geen aanleiding zal geven tot prijsstijgingen die dat verschil met de buurlanden zullen wegnemen. Het VNO-NCW is het hier niet mee eens. Zij verwachten een enorme verstoring voor de detailhandel in de grensstreek. En met name voor de brouwers van Lindeboom, Budels en Gulpener, omdat zij voor een belangrijk deel hun afzet in de grensstreek hebben.
Overdrachtsbelasting
Letteraandeel constructies werken niet meer
Het wordt moeilijker om door middel van constructies met letteraandelen overdrachtsbelasting te ontgaan. Dat geldt voor verkrijgers van aandelen in rechtspersonen, vennootschappen en verenigingen. Bij de verkrijging van aandelen in dergelijke instellingen, waarvan de bezittingen voor het grootste deel uit onroerende zaken bestaan, wordt op dit moment overdrachtsbelasting voorkomen door het uitgeven van verschillende soorten aandelen. Door het belang in zo’n instelling voortaan economisch/materieel te bepalen in plaats van juridisch/formeel wordt voorkomen dat de overdrachtsbelasting wordt ontgaan.
Uitbreiding vrijstelling natuurgrond
Het verkrijgen van natuurgrond is voortaan niet meer belast met overdrachtsbelasting. Als de natuurgrond wordt gebruikt voor behoud en ontwikkeling van natuur en landschap is voortaan een vrijstelling van toepassing. Het gaat hier bijvoorbeeld om heidevelden, rietlanden, moerassen, vennen en kleine rivieren.
Overige maatregelen die het autogebruik raken
BPM bonus malus
In de BPM (aanschafbelasting) bestaan nu al energielabels voor personenauto's. Deze regeling wordt gentensiveerd. De bonus voor zeer energiezuinige auto's (label A) gaat omhoog van 1.000 naar 1.400. De malus van zeer onzuinige auto's (label G) wordt verhoogd van 540 naar 1.600. Het verschil tussen de maximale bonus en de maximale malus wordt zo verhoogd van 1.540 naar 3.000. Voor zeer onzuinige auto's wordt een CO2-toeslag ingevoerd. De toeslag bedraagt 110 per gram CO2-uitstoot boven een bepaalde grens. Voor benzineauto's is de grens 240 gram per kilometer, voor dieselauto's 200 gram per kilometer. Bestelauto's zijn uitgezonderd van deze maatregel. Voor dieselpersonenauto's wordt een differentiatie naar uitstoot van fijn stof ingevoerd. Een dieselauto met een uitstoot van 0 mg/km krijgt een BPM-korting van 1.000. Met elke mg/km meer zal de korting met 200 afnemen. Vanaf 6 mg/km geldt een toeslag van 200. De maximale toeslag op de aanschaf is 4.000. De maatregel gaat in op 1 februari 2008.
Motorrijtuigenbelasting
Niet alleen de aanschaf, maar ook het gebruik van zeer zuinige auto's wordt gestimuleerd. De MRB wordt gehalveerd voor benzineauto's met een uitstoot van maximaal 110 gram per kilometer en dieselauto's met een uitstoot van maximaal 95 gram per kilometer. De maatregel gaat in op 1 februari 2008.
Verhoging dieselaccijns
Diesel heeft ten opzichte van benzine een grotere uitstoot van fijn stof en stikstofoxide, terwijl de accijns op diesel lager is dan die op benzine. Mede daarom gaat de accijns op diesel omhoog met 3 cent per liter op 1 juli 2008 en met 1 cent per liter op 1 januari 2009. Het gaat zowel om 'gewone' blanke als om rode diesel (voor andere doelen dan wegverkeer).
Verhoging LPG-accijns
Personenauto’s op LPG zijn schoner dan dieselauto’s, maar gemiddeld vervuilender dan benzineauto’s. Het milieuvoordeel ten opzichte van dieselauto’ s neemt steeds verder af. De accijns op LPG is sinds de invoering in 1994 nauwelijks verhoogd. Vooral daarom stijgt de accijns op LPG met 1,5 cent per liter op 1 juli 2008 en met 1 cent per liter op 1 januari 2009.
Op weg naar kilometerheffing: Verschuiving van BPM naar MRB
Vanaf 2011 wordt de kilometerheffing stapsgewijs gentroduceerd. De aanschafbelasting (BPM) en gebruiksbelasting (MRB) van auto's worden dan naar rato verlaagd. Een grote verlaging ineens van de BPM kan tot ongewenste schokeffecten leiden op de automarkt. Om dit effect zo klein mogelijk te houden, wordt de BPM geleidelijk naar de MRB verschoven. De komende vijf jaar wordt de BPM met jaarlijks 5 procent verlaagd, de MRB wordt gelijktijdig verhoogd. Jaarlijks betekent dit een verschuiving van 170 miljoen. De MRB-verhoging wordt ruwweg 7,2 procent. Bestelauto's voor gehandicapten zijn uitgezonderd van de verhoging. De plannen voor milieudifferentiatie van auto's leiden in 2008 tot een hogere BPM-opbrengst. Om ook in 2008 de verhouding tussen BPM en MRB betekenisvol te wijzigen, wordt eenmalig een bedrag van 50 miljoen extra van BPM naar MRB verschoven. Alle maatregelen worden per 1 februari 2008 ingevoerd.
Commentaar Libra Belastingadviseurs
De verhoging van de MRB kan in principe ook transportondernemers treffen. Dit kan de concurrentie positie van Nederland als transportland ondermijnen. Om dat te voorkomen vindt VNO-NCW dat dit voor de transportsector neutraal moet verlopen. De staatssecretaris vindt een verhoging van de MRB met ruwweg 7,2% voor 2008 alleszins aanvaardbaar. Temeer omdat de MRB maar 1% van de kosten van de transportsector uitmaakt.Geschreven en samengesteld door Toine de Groot, Commentaar Libra Belastingadviseurs




